Onderwijs

Nieuwe 3TU-lerarenmaster moet meer studenten trekken

Met de nieuwe 3TU-master science education and communication heeft de TU Delft niet ineens een heel andere lerarenopleiding. De omslag naar het zelf ontwerpen van lesmateriaal kwam twee jaar geleden al. Nu de studenten nog.

De lerarenopleiding van de TU (TULO) trekt jaarlijks maar weinig studenten. In de jaren na 1997, toen de TULO werd opgericht, waren het er vijf, zes of zeven per jaar. Afgelopen jaar waren er uitzonderlijk veel afstudeerders: twaalf.

Dat is nog steeds niet veel, geeft TULO-coördinator drs. Martin Jacobs ruiterlijk toe. In 2004 ging hij met een nieuw businessplan naar het college van bestuur (cvb). De studenten die aan de TULO werden opgeleid, moesten leren om zelf lesmateriaal te ontwerpen of aan te passen aan nieuwe plannen voor het middelbaar onderwijs uit Den Haag. Ook vond hij dat zijn opleiding meer moest doen dan eerstegraads leraren afleveren, zoals onderzoek naar de didactiek van bètawetenschappen. Dat alles zou meer studenten kunnen trekken.

Het college zag wel wat in de plannen van Jacobs en stelde vorig jaar een miljoen euro beschikbaar om een hoogleraar en onderzoekers aan te stellen. Maar het cvb dacht groter en wilde de universiteiten van Eindhoven en Twente bij de plannen betrekken. Aldus geschiedde. Onlangs gaven de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hun goedkeuring aan de 3TU-master science education and communication.

De inhoud van het lesprogramma van de lerarenopleiding werd twee jaar geleden al onder handen genomen. Vandaar dat er met de komst van de nieuwe master weinig verandert. Het programma bestaat uit 120 studiepunten, waarvan de helft opgaat aan verdieping en verbreding van de kennis van het vak . wiskunde, natuurkunde, scheikunde of informatica.

De andere zestig punten zijn verdeeld over vier clusters: vakdidactiek, algemene onderwijskunde, onderzoek uitvoeren en stage lopen. Afgesproken is, dat de opleidingen aan de drie technische universiteiten alleen in accent verschillen. Meer is niet mogelijk, omdat er strikte richtlijnen bestaan waaraan een leraar moet voldoen.
Onwetendheid

Jacobs denkt dan ook niet dat veel Delftse studenten ervoor kiezen om straks af te reizen naar Twente of Eindhoven. De voordelen van de samenwerking binnen 3TU-verband zijn volgens hem vooral de uitwisseling van docenten en de werkverdeling.

Zo start Eindhoven een proef met het omscholen van tweedegraads naar eerstegraads leraren. “Zo zouden we onze doelgroep kunnen vergroten”, denkt Jacobs. “Maar, het is wel een hele grote stap voor deze mensen om opeens op universitair niveau te werken. Dat vergt veel begeleiding.” De Eindhovense universiteit biedt juist weer niet de specialisatie wetenschapscommunicatie aan; dat doen Delft en Twente.

Terug naar de lerarenopleiding. Waarom kiezen zo weinig studenten voor die richting? Jacobs: “Ik merk dat veel Delftse studenten niet eens weten dat de TULO bestaat. Natuurlijk staan we op mastervoorlichtingsbijeenkomsten. We zijn aanwezig op internet. We adverteren regelmatig. En we doen een mailing de deur uit voor alle derdejaars bachelors. Maar studenten zijn er niet op bedacht dat ze ook voor het lerarenvak kunnen kiezen, dus dringt de informatie niet door.”

Jacobs is dan ook blij dat nu 24 bachelorstudenten de twee jaar geleden ingevoerde minor educatie volgen. Wellicht dat zij daarna willen doorstromen naar de master. Jacobs heeft het er vaak met hen over. “Het kan nog alle kanten op. Velen van hen zitten echt in dubio.” Toch hoopt Jacobs over drie jaar dertig nieuwe masterstudenten te kunnen inschrijven.

Een pluspunt van de nieuwe master science education and communication zou voor hen zijn, dat ze die kunnen laten ‘indalen’ in hun reguliere master. Dat zou betekenen dat studenten wel ingenieur worden, en daar bovenop een eerstegraads lesbevoegdheid halen. Studenten die de ‘gewone’ master science education and communication volgen, mogen ‘slechts’ de titel master of science voeren. Het voordeel van die laatste route is wel de kortere duur ervan. Jacobs: “Je kunt in vijf, zes of 6,5 jaar eerstegraads leraar worden. Die vijf jaar kan voor veel studenten een betere keuze zijn.”

De 3TU’s hopen met de nieuwe master meer studenten het lerarenvak in te trekken. “We willen helpen om het lerarentekort op te lossen”, zegt Jacobs. Alleen weet hij ook dat de invloed van een opleiding maar beperkt is. “Er is de laatste tijd veel negatieve publiciteit geweest over het leraarschap. Leerlingen zouden vervelend zijn, de werkdruk te hoog en het salaris te laag.”

De vraag is welk verhaal de TULO daar tegenover kan stellen. Jacobs: “In maart kunnen studenten minors en masters kiezen. Dan zullen wij ze weer wijzen op de lerarenopleiding. Door ze te vertellen dat ze als leraar met jongelui blijven omgaan. Of door te appelleren aan die keren dat ze klasgenootjes, buurkinderen, neefjes of nichtjes iets over natuurkunde moesten uitleggen. Misschien vonden ze dat wel heel leuk.”
Stage

Teun Baar (19), tweedejaars student natuurkunde, is een van de 24 studenten die de minor educatie volgt. “Naast mijn exacte studie wilde ik iets op sociaal vlak doen. Ik koos deze minor, omdat ik er kan leren presenteren. Ik zal de master science education and communication waarschijnlijk niet kiezen. Maar ik zou wel keuzevakken van de lerarenopleiding naast mijn master natuurkunde kunnen volgen. Of na natuurkunde in één jaar de leerbevoegdheid halen. Sommige studenten zeggen tegen mij: je bent toch te goed om leraar te worden? Ze denken dat je terug moet naar een lager niveau, terwijl een leraar natuurlijk veel meer moet weten dan zijn leerlingen. Salaris speelt ook een rol. Na een studie natuurkunde kun je gemakkelijk meer verdienen dan een leraar. Maar ik verwacht dat de politiek daar wel wat aan gaat doen. En dan heb je nog het voordeel van de vele vakanties. Ik denk dat veel studenten niet weten wat leraar zijn inhoudt. Het zou goed zijn als iedereen in zijn eerste jaar een stage zou doen. Dan zie je vanzelf of het bij je past.”

De lerarenopleiding van de TU (TULO) trekt jaarlijks maar weinig studenten. In de jaren na 1997, toen de TULO werd opgericht, waren het er vijf, zes of zeven per jaar. Afgelopen jaar waren er uitzonderlijk veel afstudeerders: twaalf.

Dat is nog steeds niet veel, geeft TULO-coördinator drs. Martin Jacobs ruiterlijk toe. In 2004 ging hij met een nieuw businessplan naar het college van bestuur (cvb). De studenten die aan de TULO werden opgeleid, moesten leren om zelf lesmateriaal te ontwerpen of aan te passen aan nieuwe plannen voor het middelbaar onderwijs uit Den Haag. Ook vond hij dat zijn opleiding meer moest doen dan eerstegraads leraren afleveren, zoals onderzoek naar de didactiek van bètawetenschappen. Dat alles zou meer studenten kunnen trekken.

Het college zag wel wat in de plannen van Jacobs en stelde vorig jaar een miljoen euro beschikbaar om een hoogleraar en onderzoekers aan te stellen. Maar het cvb dacht groter en wilde de universiteiten van Eindhoven en Twente bij de plannen betrekken. Aldus geschiedde. Onlangs gaven de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hun goedkeuring aan de 3TU-master science education and communication.

De inhoud van het lesprogramma van de lerarenopleiding werd twee jaar geleden al onder handen genomen. Vandaar dat er met de komst van de nieuwe master weinig verandert. Het programma bestaat uit 120 studiepunten, waarvan de helft opgaat aan verdieping en verbreding van de kennis van het vak . wiskunde, natuurkunde, scheikunde of informatica.

De andere zestig punten zijn verdeeld over vier clusters: vakdidactiek, algemene onderwijskunde, onderzoek uitvoeren en stage lopen. Afgesproken is, dat de opleidingen aan de drie technische universiteiten alleen in accent verschillen. Meer is niet mogelijk, omdat er strikte richtlijnen bestaan waaraan een leraar moet voldoen.
Onwetendheid

Jacobs denkt dan ook niet dat veel Delftse studenten ervoor kiezen om straks af te reizen naar Twente of Eindhoven. De voordelen van de samenwerking binnen 3TU-verband zijn volgens hem vooral de uitwisseling van docenten en de werkverdeling.

Zo start Eindhoven een proef met het omscholen van tweedegraads naar eerstegraads leraren. “Zo zouden we onze doelgroep kunnen vergroten”, denkt Jacobs. “Maar, het is wel een hele grote stap voor deze mensen om opeens op universitair niveau te werken. Dat vergt veel begeleiding.” De Eindhovense universiteit biedt juist weer niet de specialisatie wetenschapscommunicatie aan; dat doen Delft en Twente.

Terug naar de lerarenopleiding. Waarom kiezen zo weinig studenten voor die richting? Jacobs: “Ik merk dat veel Delftse studenten niet eens weten dat de TULO bestaat. Natuurlijk staan we op mastervoorlichtingsbijeenkomsten. We zijn aanwezig op internet. We adverteren regelmatig. En we doen een mailing de deur uit voor alle derdejaars bachelors. Maar studenten zijn er niet op bedacht dat ze ook voor het lerarenvak kunnen kiezen, dus dringt de informatie niet door.”

Jacobs is dan ook blij dat nu 24 bachelorstudenten de twee jaar geleden ingevoerde minor educatie volgen. Wellicht dat zij daarna willen doorstromen naar de master. Jacobs heeft het er vaak met hen over. “Het kan nog alle kanten op. Velen van hen zitten echt in dubio.” Toch hoopt Jacobs over drie jaar dertig nieuwe masterstudenten te kunnen inschrijven.

Een pluspunt van de nieuwe master science education and communication zou voor hen zijn, dat ze die kunnen laten ‘indalen’ in hun reguliere master. Dat zou betekenen dat studenten wel ingenieur worden, en daar bovenop een eerstegraads lesbevoegdheid halen. Studenten die de ‘gewone’ master science education and communication volgen, mogen ‘slechts’ de titel master of science voeren. Het voordeel van die laatste route is wel de kortere duur ervan. Jacobs: “Je kunt in vijf, zes of 6,5 jaar eerstegraads leraar worden. Die vijf jaar kan voor veel studenten een betere keuze zijn.”

De 3TU’s hopen met de nieuwe master meer studenten het lerarenvak in te trekken. “We willen helpen om het lerarentekort op te lossen”, zegt Jacobs. Alleen weet hij ook dat de invloed van een opleiding maar beperkt is. “Er is de laatste tijd veel negatieve publiciteit geweest over het leraarschap. Leerlingen zouden vervelend zijn, de werkdruk te hoog en het salaris te laag.”

De vraag is welk verhaal de TULO daar tegenover kan stellen. Jacobs: “In maart kunnen studenten minors en masters kiezen. Dan zullen wij ze weer wijzen op de lerarenopleiding. Door ze te vertellen dat ze als leraar met jongelui blijven omgaan. Of door te appelleren aan die keren dat ze klasgenootjes, buurkinderen, neefjes of nichtjes iets over natuurkunde moesten uitleggen. Misschien vonden ze dat wel heel leuk.”
Stage

Teun Baar (19), tweedejaars student natuurkunde, is een van de 24 studenten die de minor educatie volgt. “Naast mijn exacte studie wilde ik iets op sociaal vlak doen. Ik koos deze minor, omdat ik er kan leren presenteren. Ik zal de master science education and communication waarschijnlijk niet kiezen. Maar ik zou wel keuzevakken van de lerarenopleiding naast mijn master natuurkunde kunnen volgen. Of na natuurkunde in één jaar de leerbevoegdheid halen. Sommige studenten zeggen tegen mij: je bent toch te goed om leraar te worden? Ze denken dat je terug moet naar een lager niveau, terwijl een leraar natuurlijk veel meer moet weten dan zijn leerlingen. Salaris speelt ook een rol. Na een studie natuurkunde kun je gemakkelijk meer verdienen dan een leraar. Maar ik verwacht dat de politiek daar wel wat aan gaat doen. En dan heb je nog het voordeel van de vele vakanties. Ik denk dat veel studenten niet weten wat leraar zijn inhoudt. Het zou goed zijn als iedereen in zijn eerste jaar een stage zou doen. Dan zie je vanzelf of het bij je past.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.