Campus

Nieuw cvb-lid: ‘We zitten met onze missie op de actualiteit’

Marien van der Meer is sinds een half jaar lid van het college van bestuur van de TU Delft. Welke indruk heeft zij van de universiteit en wat zijn haar plannen?

Marien van der Meer: “Ik hoop op wat tender loving care, tegenover de verruwing in het debat.” (Foto: Sam Rentmeester)

Je hebt veel bestuurservaring in de zorg. Hoe komt dat nu van pas?
“Dit is mijn derde bestuurspositie. De twee hiervoor waren inderdaad in ziekenhuizen. De grote overeenkomst is dat ik steeds te maken heb met hoopopgeleide professionals die bij de top willen horen, mensen met veel kennis van hun vak. Aan hen moet je niet te veel leiding willen geven, maar ze vooral goed ondersteunen. Dat wat toen en nu in mijn portefeuille zit; financiën, ict, human resources management, infrastructuur en huisvesting, is er om mensen te helpen hun werk te doen. Op die onderwerpen breng ik ervaring mee.”

Hoe verliep het inwerken in coronatijd?
“Ik ben op 1 augustus 2021 begonnen. Toen kon drie maanden lang veel fysiek. Dat was natuurlijk by far het leukste, want ik houd erg van het contact met mensen. Ik ben van de verbinding en dan is het fijn om elkaar te zien. Maar als het niet anders kan, dan doe ik het via Teams. Dat doen studenten ook en het zal de werkelijkheid blijven dat we voor een deel hybride werken: deels op de campus en deels via Teams.
Ik probeer me op de vlakken van onderzoek en onderwijs- en studentenzaken zo snel mogelijk bij te laten praten. Na het intensieve kennismakingsprogramma van de eerste weken ga ik nu nog steeds elke maand op woensdagochtend intern op werkbezoek. Ik ben begonnen met de faculteiten en kijk mee bij diensten als ESA (Education and Student Affairs, red.). Ik zie de passie van onze collega’s. Door corona zitten we allemaal in een moeilijke tijd. Dat houdt ons als college van bestuur bezig.”

‘De druk van de universiteit op de stad is groot’

Welk beeld heb je van de TU gekregen?
“Het is een innovatief kennisinstituut dat hoort bij de wereldtop. Dat is voelbaar bij iedereen, door hun ambitie, kennis en energie. Tegelijkertijd merk ik hoe pittig deze tijd is: mensen voelen de stress. We vragen veel van onze studenten en medewerkers, ook door de groei van de universiteit. Dat is niet per se wat we willen, maar het gebeurt wel en we willen graag goed onderwijs bieden. Om dat mogelijk te maken, groeide onze staf het afgelopen jaar – en dat zal ook dit jaar zo zijn – met 7 à 8 procent. Het is belangrijk dat we die medewerkers kunnen aantrekken vanwege de werkdruk. Maar het gaat niet alleen om mensen werven. Secties en faculteiten groeien uit hun jasjes, onderwijs moet voor steeds grotere groepen georganiseerd worden. Managers moeten ervoor zorgen dat hun groeiende afdeling een eenheid blijft.
Het is een prestatie van formaat dat het onderwijs tijdens de lockdowns zo snel omgezet is naar online. Nu is het steeds zoeken naar de goede mix tussen online en on-campus. Dat wisselt soms per twee weken en dat vraagt veel van iedereen. Het hybride werken door studenten en personeel houdt ons als college erg bezig. Wat kunnen we vragen van mensen in de thuissituatie, wat hebben ze van ons nodig om hun werk goed te doen? Onder meer met de medewerkersmonitor houden we de vinger aan de pols.”  

Je portefeuille omvat veel grote dossiers. Welke zijn momenteel het belangrijkste en wat zijn de plannen op die gebieden?
“We willen de campus verder ontwikkelen. We gaan in tien jaar tijd 650 miljoen euro investeren om te zorgen dat onze gebouwen voldoen aan alle eisen, bijvoorbeeld op TU-zuid Daar komt een nieuw gebouw voor TNW (de faculteit Technische Natuurwetenschappen, red.). Ook komen daar het House of Quantum en een nieuw onderwijsgebouw. En er komt studentenhuisvesting, al is de definitieve locatie daarvan nog niet bepaald. Hoewel het huisvesten van studenten niet onze taak is, willen we daarin onze verantwoordelijkheid nemen. De druk van de universiteit op de stad is groot en we willen bijdragen aan oplossingen.
Er zijn daarnaast vele andere belangrijke dossiers. Zo moeten we ervoor zorgen dat we de digitalisering in onze universiteit goed doen. Dat gaat over security, privacy, online en hybride werken maar ook over optimale ondersteuning van onderzoek. We moeten daarnaast mensen werven. We zien arbeidsmarktkrapte, met name in gespecialiseerde functies als ict en vastgoed.”

Eerder zei je je sterk te willen maken voor vrouwen in de wetenschap. Hoe wil je dat doen?
“In alle colleges van bestuur van de veertien universiteiten in Nederland zitten vrouwen. Op dat niveau begint het redelijk in balans te komen. Bij onze directeuren en decanen is het bijna fifty-fifty en in onze raad van toezicht zitten drie vrouwen. Ik merk veel betrokkenheid op dit onderwerp. Maar in de wetenschappelijke staf zijn er minder vrouwen dan mannen. 
We moeten ervoor zorgen dat er voor zo veel mogelijk verschillende mensen een plek is, dat we inclusief zijn, of het nu gaat om geaardheid, afkomst, religie, leeftijd en ook gender. Ik hoor dat het voor vrouwelijke wetenschappers nog steeds zoeken is naar de goede weg en de goede ondersteuning. Als ik hierin iets kan betekenen, naast mijn collega’s Rob Mudde en Tim van der Hagen, dan doe ik dit graag. We zitten nu op 17,3 procent vrouwelijke hoogleraren en hebben gezegd dat we in 2030 op 25 procent willen zitten. We zien de mix man/vrouw in de instroom langzaam veranderen en dat begint zich te vertalen in het wetenschappelijk personeel.”

‘De verschillen lijken alleen maar groter te worden’

Is er nog zo’n onderwerp dat zo na aan het hart ligt?
“Ik geloof in het belang van verbinding. Het is belangrijk dat we aandacht hebben voor elkaar, ook studenten onderling. Dat we af en toe aan elkaar vragen: hoe gaat het met je, wat heb je nodig? Ik hoop op wat tender loving care, tegenover de verruwing in het debat. De nuance lijkt soms weg en de verschillen lijken alleen maar groter te worden. We zagen het met het eredoctoraat voor Frans Timmermans. De reacties waren meteen vrij stevig. Het ging soms niet over feiten, maar over meningen. Wetenschappers die op bepaalde onderwerpen naar buiten treden, ervaren dat ook. Dat is niet altijd gemakkelijk. We zitten op de actualiteit met onze missie Impact for a better society. Dat vind ik betekenisvol en heel mooi om er bijvoorbeeld aan bij te dragen dat we als TU in 2030 zelf klimaatneutraal zijn.”

Het college van bestuur sprak zich in een mail voor medewerkers en studenten uit tegen grensoverschrijdend gedrag. Dit in reactie op het nieuws over The Voice of Holland. Hoe krijgt dit een vervolg?
“De TU Delft wil een veilige organisatie zijn voor studenten en medewerkers. Zoals we schreven in de mail, staat dit hoog op de agenda van het cvb. Afgelopen week en de komende tijd spreken we hierover met leidinggevenden op alle niveaus binnen de universiteit. We denken dat dit een cultuur van veiligheid bevordert en we hopen dat er uit deze structurele gesprekken ook nieuwe ideeën ontstaan.”

  • Drs. Marien van der Meer (1966) studeerde bestuurskunde in Leiden, en volgde verschillende managementopleidingen aan het internationale instituut INSEAD en aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij startte haar loopbaan in de consultancy. Inmiddels heeft zij twintig jaar bestuurservaring in (academische) ziekenhuizen. Zo was zij voor haar functie aan de TU Delft lid van de raad van bestuur van het Antoni van Leeuwenhoek Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam. Ze noemt zichzelf ‘purpose driven, met aandacht voor de people, planet en prosperity, de 3 p’s’. Van der Meer woont in Delft en fietst naar de campus. Wat ze doet ter ontspanning? “Ik zorg dat ik iedere dag buiten loop, want ik geloof erg in het positieve effect van buiten zijn. Ik doe drie keer per week een workout en ik golf, ben graag met gezin, familie en vrienden en houd van musea. ”
Hoofdredacteur Saskia Bonger

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

s.m.bonger@tudelft.nl

Comments are closed.