Binding recommendation
The percentage of negative binding recommendations on continuation of studies (bsa) for first-year BSc students has decreased from 23 percent to 18 percent.

More students however stopped their first –year studies before February: 10 percent. In 2009, six percent had stopped by this date. Of all first-year students who started a Bachelor’s degree at TU Delft, 68 percent were allowed to proceed. This is exactly the same percentage as the previous year. The faculty of Industrial Design Engineering had the highest percentage of students allowed to proceed: 82 percent. The faculty of Applied Sciences had the lowest: 63 percent.

Internet protest
Following a storm of protest, Duwo, the student housing corporation, is
working together with internet provider, Ziggo, on a suitable proposal for a new internet service in student housing complexes. The proposal should be ready this week. In early October, Duwo posted information on the ‘frequently asked questions’ section of its website about the contract with Ziggo for a new internet service in all student housing complexes. The Laakhaven Towers in Den Haag served as a testing ground for the new system. A storm of student protests quickly followed, as not only would the internet be slower than that what the students currently have, but there would also be various impractical conditions attached. The main issue is that the system tested in Den Haag did not function well at all. In response, WijWonen, a residents association, set up a special internet commission to avert disaster. A special website will be set up to provide all the latest details on the issue.

Good place
According to the UN Human Development Index, the Netherlands is ranked third on a list of the best countries to reside in. Only Norway and Australia were ranked higher than the Netherlands on a list of 187 countries that evaluates a country’s long-term forecasts with regard to education, healthcare, child welfare, literacy rates, annual income and life expectancy. Last on this year’s list was the Democratic Republic of Congo. Zimbabwe, which ranked last on the previous year’s list, improved to 173rd place this year. China and India ranked 101st and 134th respectively on this year’s UN Human Development Index, despite their strong economic performances in recent years. The UN also published a supplementary ‘inequality-adjusted’ list, which measures the average level of human development of people in a society once inequality is taken into account. On this list, the Netherlands ranked fourth place, behind Iceland, Ireland and Sweden. 

Naam: Ir. Berend de Graaf (27)Woonplaats: RotterdamVerliefd/verloofd/getrouwd: VerliefdStudie: WerktuigbouwkundeAfstudeerrichting: Systems and controlAfstudeerjaar: 2009Loopbaan: Nog geen jaar geleden begon de loopbaan van ir. Berend de Graaf. Hij begon, met zijn bul van werktuigbouwkunde op zak, aan een traineeship bij de Nederlandse Spoorwegen (NS). Hij kwam te laat op zijn eerste dag, omdat door de winter de treinen niet op tijd reden. Niet veel later evalueerde hij bij NS-dochter NedTrain hoe de winter de NS zo dwars had kunnen zitten rond de jaarwisseling 2009 - 2010. In zijn tweejarige traineeprogramma wordt De Graaf klaargestoomd tot manager. Dat het leidinggeven hem bevalt, weet hij al uit zijn studententijd. Toen was hij een jaar voorzitter van de studievereniging Gezelschap Leeghwater. De Graaf fietst in zijn vrije tijd: “Sinds kort heb ik een racefiets. Maar als het sneeuwt, dan ga ik niet.” en heeft een vriendin.

Stiekem hoopt hij een beetje dat het winterweer doorzet. “Ik ben denk ik een van de weinige mensen die wil dat het weer een strenge winter wordt”, lacht ir. Berend de Graaf. Hij is managementtrainee bij de NS. “Als er nu niets gebeurt, dan hebben we toch al die acties uitgezet. Het zou jammer zijn het effect ervan niet meteen te zien.”

‘Al die acties’ moeten ervoor zorgen dat bij een zelfde soort winter als vorig jaar zestig procent minder treinen uitvallen. “Je kunt nooit garanderen dat er geen treinen uit zullen vallen”, licht De Graaf toe. “Als het zo koud is, heeft het hele land daar veel last van. Ook de NS. Je hebt gewoon beperkte treinen die niet gemaakt zijn voor bepaalde winters.”

Dat bleek ook vorig jaar, toen rond de jaarwisseling een groot deel van Nederland onder een dik pak sneeuw verstopt werd. Door alle sneeuw kwam het schaatsen er maar amper van, maar de slee kon weer uit de schuur en de witte laag zorgde voor idyllische plaatjes. Maar de sneeuw zorgde vlak voor kerst ook voor geglibber op de wegen, veldbedden op Schiphol en chaos op het spoor. Wie niet per se ergens heen hoefde, bleef liever thuis. De Spoorwegen adviseerde mensen niet met de trein te gaan, omdat dan niet zeker was of de reiziger zijn bestemming zou bereiken. Reizigersorganisatie Rover en de politiek stonden al snel klaar met hun kritiek. Maar over een ding waren zij en de NS en ProRail het direct eens: zoveel uitvallende treinen en vertragingen door winterweer mag nooit meer gebeuren.

Allereerste werkdagRond de kerstdagen van 2009 was De Graaf vooral blij dat hij zelf nergens heen hoefde. “Ik dacht toen nog alleen vanuit de reiziger”, vertelt hij. Maar begin januari moest hij, op zijn allereerste werkdag, van zijn woonplaats Rotterdam naar het kantoor van NS-dochter NedTrain op Utrecht Centraal. “Ik was te laat, omdat de treinen vanwege de sneeuw niet op tijd reden.”Hoe dat kwam, mocht hij meteen onderzoeken. NedTrain is het onderhoudsbedrijf van de NS. “We zorgen voor het rollend materieel”, licht De Graaf toe. “Als een soort KwikFit zorgen we voor regulier onderhoud. Maar ook voor reparaties als er een trein kapot is en voor reiniging van de binnen- en buitenkant van de treinen.” Zijn eerste traineeopdracht was om te evalueren wat er binnen NedTrain was gebeurd tijdens de barre winter waar hij toen nog middenin zat.

Zijn project, dat hij inmiddels heeft afgerond, was ‘superleerzaam’. Voor De Graaf zelf: “In de eerste maanden kon ik het hele bedrijf interviewen, van directeurs tot monteurs. Zo kon ik het bedrijf goed leren kennen.” Maar hij hoorde ook wat er die winter allemaal mis was gegaan. “Het was een opeenstapeling van probleempjes.”

Het grootste probleem was de onderdelenvoorziening, zegt De Graaf. Door de sneeuw gingen veel meer onderdelen als relais en spoelen kapot. “Een trein is tegenwoordig een computer op wielen.” Normaal houdt een filtersysteem het vocht weg bij de cruciale elektrische componenten. De Graaf: “Maar sneeuwvlokken kunnen veel verder het systeem inkomen dan bijvoorbeeld regen. En als er vocht binnenkomt, kan er kortsluiting ontstaan en veel kapot gaan.”

De onderdelen waren op een gegeven moment niet meer aan te slepen. “In heel Europa niet. Want vergeet niet dat alle Europese landen toen problemen hadden”, vertelt De Graaf. “Bovendien was het kerst, dus waren veel leveranciers gesloten.” Door de lange levertijden, konden kapotte treinen niet gerepareerd worden.

Bovendien konden veel treinen op een van de winterse dagen niet bij de onderhoudsbedrijven komen. Omdat de wissels vastvroren en zo problemen gaven, werd besloten een aantal wissels helemaal vast te zetten. Het voordeel was dat de reizigers zo toch thuisgebracht konden worden. “Maar de kapotte treinen konden niet meer naar het onderhoudsbedrijf komen. Dus de treinen waren kapot, maar de onderhoudsbedrijven leeg.”“Het was een samenloop van omstandigheden”, meent De Graaf, “maar je zou kunnen zeggen dat we ook niet goed voorbereid waren.” Een aantal evaluaties en flink wat actieplannen later is de NS dat wel. Dat verklaart ze samen met ProRail in haar tijdschrift Spoor. Er zijn nu meer onderdelen op voorraad, veel wissels worden verwarmd, er is een dienstregeling voor noodgevallen en bijna de helft van de treinen is aangepast.

Man en machtTijdens zijn reactie op de vraag of hij in zijn evaluatie ook iets goed zag gaan, veert De Graaf op. De betrokkenheid van de medewerkers was maximaal, vertelt hij. “Iedereen was met man en macht bezig. Ze draaiden shifts van tien of twaalf uur, alles om te zorgen dat zoveel mogelijk treinen gerepareerd werden.” Die bedrijfscultuur spreekt De Graaf erg aan. “Ze hadden ook kunnen denken: ‘het is kerst, ik heb vakantie en dit is niet mijn probleem’, maar dat deden ze niet.”

Na zijn evaluatie was het ook tijd om in actie te komen. Terwijl de winter alweer met één voet op de drempel staat, vertelt De Graaf over de maatregelen die NedTrain heeft genomen om de ‘vloot’ klaar te maken voor vorst en sneeuw. “We hebben ons gericht op het winterklaar maken van de drie series die het meest last hadden van het weer”, vertelt hij. De oudere dubbeldekker intercity’s en de Sprinters kregen onder andere nieuwe onderdelen. En de Koploper, een enkeldeks intercity, werd op vijftig punten aangepast.

Vijftig punten? Was de Koploper vóór de verbetering dan wel betrouwbaar? “Ja hoor”, verzekert De Graaf. “We hebben vijftig punten verbeterd, maar daar waren ook kleinere acties bij.” Zoals het plaatsen van schotjes voor de kabels die onder de trein doorlopen. Die schotjes moeten voorkomen dat ijsbrokken die onder de trein door stuiteren de kabels kapot maken. “Toch was het een enorm project”, vertelt De Graaf. “Er zijn 137 Koplopers. Het is heel wat dat we die, als het goed is, deze week allemaal verbeterd hebben.”

Na een jaar weet De Graaf – in een vergaderzaaltje met uitzicht op een brede rij sporen die Utrecht Centraal binnen lopen - veel te vertellen over alle treinen en types. Maar op de vraag of hij een treinfanaat is, is het antwoord een snel en resoluut nee. “Ik kom hier niet speciaal voor de treinen. Ik kom voor het werk zelf, het management traineeship”, zegt De Graaf. Bij een bedrijf als Ahold of Unilever had hij ook kunnen werken, zegt hij met enige twijfel. “Maar ik vind het wel mooi om nog een beetje met techniek bezig te zijn.”Het traineeship bevalt hem goed. Rollenspellen, cursussen, maar ook strategieopdrachten moeten ervoor zorgen dat de trainees zichzelf beter leren kennen en zich kunnen ontwikkelen tot goede managers. “Ik moet beter leren om af en toe echt op te treden”, noemt De Graaf zijn verbeterpunt. Als 27-jarige optreden tegen oudere werknemers, vindt hij soms lastig. “Ik ben altijd heel positief en denk dat alles wel goed komt. Maar soms moet ik gewoon zeggen: dit is niet oké.” 

Online education
In addition to the present university, TU Delft will set up an educational institute where students can earn an engineering degree by following online education. In TU Delft’s policy plan, ‘Education and Technology 2011-2014’, the university writes: ‘TU Delft’s ambition is to have ‘TU Delft distance & online Education’ operational within four years. This will include an educational institute where, in addition to the present TU Delft, students can follow online education course and receive a TU Delft engineering degree.’ In a letter sent to the Executive Board, the Student Council responded by stating that there is ‘a big difference between following studies in the regular way and following a study online’. The Student Council believes the university must ‘protect’ the title of engineer and that diplomas must clearly state whether a student earned their degree in the regular course of study or via an online study programme.

Parliamentary questions
State Secretary Halbe Zijlstra has no reasons to doubt the information provided by TU Delft in response to allegations made about the university in a recent NRC Handelsblad article. Zijlstra however must validate the information in order to give complete answers to questions raised in Parliament about the allegations. TU Delft and the ministry will handle this together, Zijlstra stated after holding discussions with TU Delft’s Executive Board and Supervisory Board.

Air safety
Professor of control and simulation AE), Bob Mulder, delivered the second Van Leeuwenhoek lecture last Sunday, in which he offered insights into the aviation safety research. “Accidents are still happening, like the Airbus 330 that crashed in the Atlantic Ocean in 2009, killing all passengers and crew onboard. And there have also been other fatalities. From the human perspective, this is unacceptable, and we must always find it so. We must never talk in terms of statistics.”