Ruim twee jaar geleden overleden TU-studenten Max en Mathijs in Scheveningen. Max’ moeder Marjolein Hartman schreef het boek ‘Rauw’ over de periode die volgde na zijn dood.
Marjolein Hartman in haar woning. (Foto: Bob Awick)

Ruim twee jaar geleden overleden TU-studenten Max en Mathijs in Scheveningen. Max’ moeder Marjolein Hartman schreef het boek ‘Rauw’ over de periode die volgde na zijn dood.

Read in English

Maandagavond 11 mei 2020 verongelukten vijf surfers bij het noordelijke havenhoofd van Scheveningen. Twee van hen waren TU-studenten: Max (22) en Mathijs (23). Het ongeluk was landelijk nieuws en had veel impact. Het Delftsch Studenten Corps, waar de studenten lid waren, richtte een gedenkplek in. 
Marjolein Hartman, de moeder van Max, schreef een boek over Max en de periode die volgde op zijn dood.
Rauw – dat bol staat van verdriet - biedt een inkijkje in wie Max Verheijen was. Het boek is ook een les. Voor iedereen die te maken heeft met rouwende mensen in zijn of haar omgeving.

Veel van de medestudenten van Max zijn inmiddels klaar met hun studie. Vind je het lastig om te zien dat zij hun vleugels uitslaan en Max dat niet kan?
“Ik vond het eerste jaar extra zwaar op momenten dat iedereen jarig was. Max blijft voor altijd 22 en al zijn vrienden werden 23 jaar. Dit jaar heb ik minder moeite met die verjaardagen. Het gemis van Max verwerk je niet, dat went nooit. Maar blijkbaar wennen de factoren eromheen wel. En dit is blijkbaar zo’n factor. Dat is op een of andere manier toch te doen.”

Je hebt al een ronde verjaardagen overleefd en ontdekt: dit kan ik.
“Klopt. Hetzelfde geldt voor de herdenking van zijn sterfdag, die vorige maand voor de tweede keer was. Ik weet nu: het wordt een keer avond, ik lig een keer weer in mijn bed. Tuurlijk, de pijn gaat net even een stapje dieper dan op andere dagen, maar ik ga er niet dood aan. Inmiddels zie ik ook de minder donkere kanten. Mijn huis stond op de dag van de herdenking vol met bossen bloemen die mensen hadden gestuurd. Het feit dat zo veel mensen aan je denken, is heel mooi.”

Je begon al vrij snel na de dood van Max met het schrijven van ‘Rauw’. Is de rouw nu anders dan toen je het boek schreef?
“De dag na de herdenking werd ik wakker met een vervelend gevoel in mijn maag en dacht ik: het ruikt weer precies zoals de dagen na de dood van Max. Want mijn huis staat net als toen vol met bloemen en die geven een bepaalde geur af. Dan ben ik even helemaal terug. Die specifieke, zoetige geur zal ik altijd met de dood van Max associëren. Maar verder is de rouw wel anders dan toen. In het begin van het boek is elke dag een apart hoofdstuk omdat er zó veel gebeurt en in één dag zo veel emoties zitten. Ik werd steeds overvallen door die emoties en had nauwelijks tijd om erbij stil te staan. Later gaan de dagen meer op elkaar lijken, dus de hoofdstukken bestaan dan steeds uit één of meerdere maanden. Toen had ik ook meer tijd om stil te staan bij mijn emoties. ‘Oh nu voel ik me zó’ dacht ik dan. Nu zit ik steeds langer in dezelfde periode qua gevoel waardoor ik meer rust heb om mij die situatie eigen te maken.”

Max VerheijenEen bewerkte versie van deze foto van Max staat op de voorkant van Rauw. (Foto: Marjolein Hartman)

Heb je nog contact met de ouders van Mathijs, de met Max bevriende TU-student die ook overleed?
“Niet heel veel, al heb ik zijn moeder wel gesproken op de dag van de herdenking. We hebben hetzelfde meegemaakt. Je hoeft elkaar niets uit te leggen dus dat praat heel makkelijk. Tegelijk gaan we op een andere manier met ons verlies om. Ze heeft daarnaast deels een andere ervaring gehad dan ik omdat het lichaam van haar zoon pas bijna drie weken later werd gevonden. Dat doet weer iets heel anders met je.”

Wat maakt het gesprek met ouders die ook een kind hebben verloren makkelijker?
“Je hebt veel minder woorden nodig om uit te leggen hoe je je voelt. Tegen ouders die wel een kind kwijt zijn, kan ik gerust zeggen dat ik op de dag van herdenking een goede dag heb gehad. Een goede dag kan betekenen dat ik gelachen heb en dat er leuke dingen zijn gebeurd. Het kan ook betekenen dat ik non-stop hebben zitten janken maar dat er veel leuke herinneringen aan Max voorbij zijn gekomen. Ze snappen dat. Bij mensen die geen kind hebben verloren weeg ik steeds af: wat kan ik wel en niet zeggen? Hoe komt dit over? Als ik tegen hen zeg dat ik een goede dag heb gehad is automatisch het antwoord: ‘Fijn dat het weer goed met je gaat’. Alleen dat zeg ik helemaal niet op zo’n moment! Ik moet er bijna in één adem achteraan zeggen: ‘Ik heb een goede dag gehad MAAR ik heb nog steeds hulp nodig.’”

Over die hulp gesproken: in het boek ben je behoorlijk fel op hoe jouw omgeving reageerde op de dood van Max en jouw daaropvolgende verdriet.
“Klopt. Omdat iemand moet zeggen dat de manier waarop we gewend zijn met elkaar om te gaan na verlies niet klopt. Ik heb inmiddels wel honderd berichten gekregen van ouders van overleden kinderen en eigenlijk zeggen ze allemaal hetzelfde: het verlies van je kind kun je op één of andere bizarre manier nog dragen, maar je omgeving trapt je onderuit. Mensen blijven weg, mensen zeggen rare dingen, mensen zeggen dingen waar je niks mee kan. Hoe vaak heb ik de woorden ‘laat het weten als ik iets voor je kan doen’ gehoord? Daar heb ik precies niks aan. Of het dorp waar ik woon, Muiderberg, heeft 1600 inwoners en ik heb van bijna niemand iets gehoord. Ja, ze zullen ongetwijfeld allemaal met me meeleven, maar daar merk ik niks van. Achteraf hoorde ik van mensen in mijn omgeving dat ze het te moeilijk vonden om mij onder ogen te komen. Dat iets moeilijk is, betekent nog niet dat je het niet moet doen. Ik ben al mijn kind kwijt, ik hoef niet ook nog mijn omgeving kwijt te raken. Ik zeg niet dat ik alle antwoorden heb en zou het zelf geen haar beter hebben gedaan. Maar ik kan in ieder geval uit ervaring zeggen hoe het níet moet en op welke manieren het wel kan.”

Hoe moet het wel?
“Met zo’n verlies heb je het nodig om gezien te blijven worden. Zodat je voelt dat je niet tegelijk met je zoon bent gestorven. Dus maak tijd vrij. Koop dat kaartje. Pak die telefoon of ga langs. En blíjf dat doen. Vraag ook wat iemand prettig vindt: wil je dat ik bel of heb je liever dat ik app? Wil je dat ik langskom? Vraag dat een paar weken later weer want wat nu geldt, kan over een maand weer zo maar anders zijn. Besef vooral dat je met elk beetje aandacht écht goed doet.”

Marjolein en MaxMarjolein en haar zoon Max op vakantie. (Foto: Marjolein Hartman) 

Je boek heeft geleid tot veel aandacht. Hoe was dat?
“Ik werd overladen met positieve aandacht en berichten. Ik weet nog dat het boek een paar weken uit was en dat ik echt een dagtaak had aan het beantwoorden van alle apps, mailtjes en kaartjes. En toen dacht ik op een gegeven moment: ‘hé nu is het goed. Nu krijg ik genóeg aandacht, hier kan ik op drijven’. Alleen: níemand krijg zoveel aandacht. Als dit genoeg is, is het voor alle andere ouders die een kind hebben verloren altíjd te weinig aandacht. Dus je bént gewoon eenzaam. Er is zo’n groot stuk uit je leven weg, dat is nooit op te vullen.”

Wat kreeg je mee van de studententijd van Max in Delft?
“Vrijwel niets, haha. Ik heb nooit gestudeerd. Hij kon een heel verhaal vertellen, maar daar snapte ik niks van dus we hadden het er nooit zo over. Ik weet nog wel dat ik het vreselijk vond toen hij bij het corps ging, want ik zag meteen zo’n beeld van corpsballen voor me. Ik dacht: ‘neeeee, mijn zoon bij het corps! Wat is er mis gegaan?’ Haha.”

Strookte het weinige dat je meekreeg van zijn studententijd met jouw beeld van corpsballen?
“Ik heb mij soms behoorlijk geërgerd. Dan ging hij opeens ‘vo’ roepen. Als afkorting van bravo. Ik dacht echt, ‘doe toch even normaal!’. Maar ik vond het tegelijk mooi om te zien dat hij een ontwikkeling doormaakte. Als jongen die dit nooit van huis uit heeft meegekregen dook hij er vol in. En kwam hij er na een jaar of twee achter dat dit het niet was voor hem. Hij was echt zijn weg aan het zoeken en kwam uiteindelijk weer dichter bij zichzelf uit. Hij heeft toen zijn jeugdvriend Sam, die niet gestudeerd heeft, en andere vrienden van vroeger een keer meegenomen naar Delft. Zijn jaargenoten hadden daar een speciale benaming voor: vriendjes van vroeger. Uiteindelijk bleken ze prima samen te gaan. Dat is typisch Max: weten dat het not done is en het dan toch doen.”

Op de herdenking vorig jaar en dit jaar waren veel studenten uit Delft aanwezig. Zie je ze nog veel?
“Voor mij zijn de studenten een soort van één geworden en ‘de studenten’ blijven komen. Neem de herdenking, waar een stuk of vijftig studenten waren. Ik heb van iedereen een dikke vette knuffel gekregen, of een lief woordje in mijn oor. Dat doet me enorm goed, ook al is dat maar één keer per jaar. Ze staan er verder heel onbevangen in, zo van: ik ben er gewoon voor je. Ze stellen vragen zonder schroom en van die hele groep studenten is er nooit iemand met zijn of haar verdriet bij mij gekomen, terwijl oudere mensen uit mijn omgeving dat laatste wel doen. Ik vind dat bijzonder, blijkbaar kunnen ze op een betere manier omgaan met verlies. Dat heb ik ook tegen ze gezegd: blijf dit doen want mensen in mijn leeftijdscategorie zijn het kwijt. Blijf lief en open. Ik hoop dat ik daarmee een paar zieltjes heb gewonnen.”