Wetenschap

Minister vindt geld uit China niet altijd verkeerd

Het hoger onderwijs hoeft financiering uit China niet per definitie af te wijzen, vindt minister Dijkgraaf. Wel moeten instellingen ‘beducht zijn op de gevaren en risico’s’.

(Foto: CHUTTERSNAP / Unsplash)

Regeringspartij VVD stelde de minister schriftelijke vragen naar aanleiding van het omstreden mensenrechtencentrum aan de Vrije Universiteit, waarvan de NOS in januari onthulde dat het door China gefinancierd werd. “Betrokken hoogleraren die verbonden zijn aan het centrum nemen het met regelmaat op voor het mensenrechtenbeleid van China”, schreef de NOS. Is zulke financiering wel wenselijk, wil de VVD weten, want is dit niet ondermijnend voor het Nederlandse mensenrechtenbeleid?

Zo zwart-wit vindt Dijkgraaf het niet, zo blijkt. “In algemene zin geldt dat instellingen beducht moeten zijn op de gevaren en risico’s die samenhangen met financiële afhankelijkheden”, antwoordt hij. “Juist vanwege de mogelijke aantasting van academische kernwaarden (academische vrijheid en wetenschappelijke integriteit) die eruit voort kan vloeien.” Het gaat daarbij niet alleen om concrete risico’s. “Academische vrijheid moet altijd gewaarborgd zijn; ook de schijn van een inperking van deze vrijheid is onwenselijk.”

Zelf afwegingen maken
Maar Chinese financiering is niet altijd een probleem, meent hij. De instellingen moeten alert zijn, maar dat mag van hem niet leiden tot ‘willekeurige uitsluiting, verdachtmaking of discriminatie’. De instellingen moeten zelf afwegingen maken, met de Nationale Leidraad Kennisveiligheid in de hand.

‘Actief en kritisch debat over mensenrechten welkom’

In die leidraad komen mensenrechten ook ter sprake. Zo gaat deze in op iets dat de NOS in een later artikel ook beschreef: de ‘soft power’ waarmee China in het Westen probeert zaken als haar slechte mensenrechtenimago op te poetsen. In de leidraad staat dat ‘sommige statelijke actoren middelen inzetten om invloed uit te kunnen oefenen op de wijze waarop zij internationaal gezien en begrepen worden’. Kennisinstellingen kunnen dan doelwit zijn van het beïnvloeden van ‘meningen en publicaties’ over ‘onwelgevallige onderwerpen (zoals mensenrechtenschendingen)’.

Academische vrijheid
Toch vindt Dijkgraaf niet dat het Nederlandse mensenrechtenbeleid wordt ondermijnd als een mensenrechteninstituut als dat van de VU zich uitspreekt voor de Chinese visie op mensenrechten. Die visie houdt in dat de rechten van het individu niet leidend zijn, maar de rechten van de maatschappij als geheel. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat economische ontwikkeling voorop staat.

Hoewel Nederland volgens hem ‘een duidelijk en transparant mensenrechtenbeleid’ heeft zegt Dijkgraaf een ‘actief en kritisch debat op dit belangrijke onderwerp’ te verwelkomen. “In het kader van academische vrijheid hebben onderzoekers alle ruimte om tot een ander inzicht te kunnen komen dan het Nederlandse overheidsbeleid. Dat onderscheidt ons juist van meer restrictieve staten.” Maar dan moet je wel transparant zijn over ‘mogelijke afhankelijkheden’ bij het onderzoek naar mensenrechten. “Zeker als het gaat om financiering door partijen die zelf onderwerp zijn van zorgen op dit gebied.”

HOP, Bas Belleman/Delta, Saskia Bonger
Foto: Rijksvoorlichtingsdienst op Flickr – geen veranderingen aangebracht

HOP Hoger Onderwijs Persbureau

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

redactie@hogeronderwijspersbureau.nl

Comments are closed.