In Memoriam prof.dr.ir. Leo Jansen

Donderdag 16 augustus 2012 overleed plotseling Leo Jansen, hoogleraar milieutechnologie van 1989 tot 1999 en van 1996 tot 2005 initiator en voorzitter van de commissie/platform Duurzame Ontwikkeling TU Delft.

In die periode is Leo de motor geweest van het proces om de TU Delft te winnen voor Duurzame Ontwikkeling. Hij moet in die tijd honderden gesprekken binnen de TU hebben gevoerd om mensen er van te overtuigen dat Duurzame Ontwikkeling niet een bedreiging voor de technologie vormde, maar een nieuwe uitdaging. Dat klinkt nu misschien als een open deur, maar in 1991 was het nog overheidsbeleid dat “de technologie ons niet kan redden, want nieuwe technologie creëert nieuwe problemen”. Leo Jansen was dé man om dat idee te ontkrachten.

In 1998 werden de plannen die ontwikkeld waren in de cie Duurzame Ontwikkeling (DO) door het college van bestuur goedgekeurd. Er diende een DO basisvak te komen, DO moest daar waar opportuun worden geintegreerd in het onderwijs en er moest een afstudeerspecialisatie komen. Die plannen werden daarna onder verantwoordelijkheid van Leo geimplementeerd.

Ook na zijn emeritaat in 1999, bleef Leo zich actief voor die commissie inzetten. In 2002 werd in Delft de eerste conferentie Engineering Education in Sustainable Development georganiseerd. Leo had inmiddels zo’n internationale reputatie opgebouwd dat de best paper award direct ‘Leo Jansen prize’ werd genoemd. Leo was de ´grand old man´ van het EESD netwerk dat ontstond. De prijs kon hij zelf nog jarenlang uitreiken, hetgeen hij altijd met veel plezier deed.

Leo was de ideale man om de TU Delft voor duurzaamheid te winnen: enthousiast, onvermoeibaar en met technisch en politiek inzicht. Hij had die competenties opgedaan in een zeer opmerkelijke carrière: nadat hij aan de TUD was afgestuurd als chemisch technoloog en zijn diensttijd als luchtmachtofficier beëindigde, trad hij in dienst bij de AKU, nu AKZO-Nobel. Hij verrichtte onderzoek aan nylon, en kreeg later een strategische functie bij dat concern. In 1972 werd hij Kamerlid voor de PPR, de Politieke Partij Radikalen, een voorloper van Groen Links. Begin jaren ´80 maakte hij deel uit van de stuurgroep Brede Maatschappelijke Discussie Energiebeleid. Die BMD werd later veelal negatief beoordeeld, omdat de ene groep de uitkomst slecht vond, en de andere vond dat er niet naar ze werd geluisterd. Het was echter wel een uniek experiment om de bevolking bij technische besluitvorming te betrekken, en Leo stond pal voor dat doel en voor een integere procedure.

Daarna werd Leo directeur afvalstoffen bij VROM. Het handhavende en uitvoerende werk was echter te weinig uitdagend. Leo was tot de conclusie gekomen dat de `economie van het genoeg` als strategie voor Duurzame Ontwikkeling niet kon werken. Daar viel politiek onvoldoende steun voor te werven. In Duurzame Ontwikkeling moest technologische innovatie een belangrijke rol spelen. Maar technologische verandering betekent altijd ook sociale verandering, en dus was management van technische verandering, en participatie van belanghebbenden van cruciaal belang.

In de jaren ’90 leidde hij het “Interdepartementaal programma Duurzame Technologische Ontwikkeling”, een uniek overheidsprogramma, dat aantoonde dat sprongen in duurzaamheid mogelijk waren door inzet van technologische middelen, maar dat dat niet alleen technologische innovatie vergde maar ook sociale innovatie. Lange termijn denken was cruciaal.

Toen hij in 1999 als part/time hoogleraar Milieutechnologie (sinds 1991) afscheid nam was dat slechts een kleine faseovergang. Hij gebruikte zijn tijd die vrijkwam voor allerlei nieuwe taken. Zo zette hij bijvoorbeeld een regionaal duurzaamheidsnetwerk op tussen gemeenten en hoger onderwijsinstellingen, en gaf gastcolleges aan vele universiteiten en hogescholen.

Hoewel hij de laatste jaren zijn inspanningen wel wat moest terugnemen, deed hij nog met veel plezier mee in internationale Msc en PhD cursussen. In Mei en Juni doceerde hij nog in Kiev en Barcelona. Maar Leo was geen workaholic. Hij stierf tijdens een fietstocht met een kleinzoon. Het kenmerkt hem ook dat zijn eerste taak bij een buitenlands bezoek altijd het schrijven van kaarten aan zijn kleinkinderen was.

Inspirend, onvermoeibaar en een brede blik. De TU Delft heeft veel aan Leo te danken; maar niet de TU alleen. Zijn benadering en zijn enthousiasme hebben velen geinspireerd, en zullen dat ongetwijfeld blijven doen. 

Dr.ir. Karel F. Mulder, faculteit Techniek, Bestuur en Management.