Masteropleidingen mogen inschrijfgeld vragen aan studenten met een niet-Nederlands bachelordiploma. Het kost namelijk geld om hun diploma’s te controleren.

Studenten die zich bij een Nederlandse universiteit aanmelden met een buitenlands diploma, kunnen niet altijd aantonen dat ze voldoen aan het niveau dat nodig is voor een masteropleiding. De instelling zal dus “werkzaamheden moeten verrichten om de vereiste kennis te beoordelen”, antwoordt minister Bussemaker van Onderwijs op Kamervragen van Mohammed Mohandis (PvdA). Die kosten mogen in rekening worden gebracht “binnen de grenzen van de redelijkheid en billijkheid”.

Wat dat betekent blijft onduidelijk, reageert Mohandis. “Mijn stelling is: extra geld vragen mag niet. Toch zie ik ook de dilemma’s, want erkenning van buitenlandse diploma’s is soms ingewikkeld. Maar honderd euro vragen voor een selectieprocedure, dat noem ik niet redelijk en billijk.”

Studentenorganisaties, hogescholen, universiteiten en ministeries zijn bezig met het maken van afspraken over de bedragen die in rekening gebracht mogen worden. Die gaan bijvoorbeeld ook over de hoogte van de boete als studenten zich te laat inschrijven voor een tentamen of over extra kosten voor excursies. “Dat document wacht ik nog even af”, aldus Mohandis. “Want het moet nu maar eens duidelijk worden wat wel en niet mag.”

De universiteiten van Utrecht en Leiden vragen honderd euro inschrijfgeld aan studenten met een niet-Nederlands bachelordiploma. Ook masteropleidingen sociale wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam deden dat voorheen, maar die besloten daar een paar weken geleden mee te stoppen. Dat had volgens de UvA niets te maken met de vragen van Mohandis, maar gebeurde op verzoek van de studentenraad.