‘Made of..’ material library

A fascinating new library at the faculty of Industrial Engineering invites students to explore the material world.
Technical students interact with various materials on a daily basis. Either primitive or high-tech, we calculate, design and model based on materials, sometimes without even knowing what they look like.

But no longer. Dr. Elvin Karana, Casper van der Meer and Joost Schulze from the team behind the new ‘Made of..’ material library at the faculty of Industrial Design Engineering (IDE) explain the genesis of this ‘central material point’, which can used by all TU Delft disciplines.

How does ‘Made Of..’ function?
Karana: “Our material library consists of numerous material samples and their applications. It’s also possible to reach information regarding physical properties, environmental properties and manufacturing processes. Basically, it’s an open source material database developed for design education.”

How does ‘Made of..’ differ from other libraries?
Karana: “First, very few universities have such physical material libraries. ‘Made of..’ is unique because it’s put together by students for students. Materials in the library were also selected based on educational criteria. A second difference is the openness. Many libraries lock their samples for safety issues. Although we wonder how long ours will last, we wanted all materials to be free to touch, believing it’s everyone’s responsibility to keep it neat and secure.”

What role do ‘keywords’ play in using the library?
Karana: ‘Made Of..’ content was developed/selected based on three ‘keywords’ relevant to materials, the design domain and education: environmentally sensitive, smart and lightweight. Although there are some exceptions in our collection, most materials follow one, two or all three of these key characteristics.”

Is ‘Made Of..’ open to everyone?
Van der Meer: “Students of any discipline can use it in any stage of their project, either as a source of inspiration or part of their research. There are many materials that can inspire anyone.”

How will the library evolve further?
Schulze: “We need to keep the library fresh, otherwise we’ll lose interest. The library is divided into four sections: the first is a ‘student platform’ which hosts material-related graduation projects or interesting student projects related to materials; second, the ‘exhibition’, which hosts unique applications of specific materials, like cork, bamboo, etc, and will be renewed every four months; third, the new arrivals section, consisting of various different material samples presented on small (30x30 cm) panels; and fourth, the ‘ID classics’ section, focusing on the main material families, like wood, metal, plastics, textiles, etc. Our main sponsors will renew the ID Classics section every year.” 

You started the library’s exhibitions with cork. What’s next?
Karana: “The next exhibition will be on plexiglas, prepared by our sponsor Evonik, which provided the materials for our panels and the ‘Made Of..’ logo. Our other sponsors are Sabic for plastics, Centrumhout for wood, and Kvadrat for textiles. They all agreed to support us for three years.”

Can ‘Made Of..’ set the faculty of IDE apart from others?
Schulze: “This material library is not a project that students should take for granted; it must be taken further to succeed. ‘Made Of..’ shows everyone how student projects can be executed, similar to Nuna in a way. The university should show this to future students as a sign of all the good things happening here.”  

“Hoe kunnen we in godsnaam een inhoudelijke discussie aangaan als inhoud ontbreekt?” Met die opmerking van studentenraadslid Martijn Lugten was de toon in een overleg met het college van bestuur direct gezet. Lugten doelde op de twee zinnen waarin de werkgroep in zijn rapport feitelijk meldt dat het bindend studieadvies (bsa) omhoog moet.

‘Rucksichtlos’ noemde Lugten het dat de TU niet eerst afwacht wat de effecten van het huidige bsa zijn op het studierendement in het tweede en derde jaar van de vorige lichting eerstejaars. “De TU gebruikt de situatie in Nederland om het proces te versnellen. De maatregelen zijn rigoureus.”

Collegelid Paul Rullmann zei dat bij het vaststellen van de bsa-norm inderdaad was gezegd eerst te kijken hoe de maatregel uitpakt. “Maar toen kenden we de maatregelen van het kabinet nog niet. Een beetje ingenieur snapt toch dat als het water hoog komt, je niet moet wachten?”

Het collegelid stelde de vraag of er ook wat meer van studenten verwacht mag worden. Sr-lid Niek van der Leer zei dat de TU vooral moet kijken naar studenten die te weinig tijd in hun studie stoppen, maar vergeleek het bsa met een voetbalwedstrijd. “Als je moet winnen, sta je stijf van de spanning en win je niet.”

Rullmann kaatste die bal terug: “Onder druk wordt alles vloeibaar, zeggen ze ook wel. Dat is het nare van metaforen: er is er altijd wel een te vinden die jouw gelijk aangeeft. Dit rapport-langstudeerders is een snel rapport. We moeten niet maanden wachten, want dan is het september en kun je maatregelen niet meer invoeren.”

De studenten verwezen naar de Technische Universiteit Eindhoven. Daar was de centrale commissie kwaliteitszorg onderwijs terughoudend over verhoging van de bsa-norm. “Dat advies is door de rector in Eindhoven overgenomen”, zei Lugten. “Soms doe je dingen samen, soms doe je dingen anders”, reageerde Rullmann.

Op zijn beurt verwees Rullmann naar het hbo waar het bsa in de loop der jaren omhoog was gegaan. “Studenten moeten in hun eerste jaar 45 studiepunten halen om succesvol te zijn. Dat is goed te bewijzen. En het curriculum moet haalbaar zijn.”

Studenten moeten de adviezen van de werkgroep in samenhang zien, legden de werkgroepleden Jenny Brakels en Rob Mudde uit. Dus ook in combinatie met lessen in blokken in plaats van parallel. “Jullie onderschatten de druk”, zei Mudde.

Hij verwees naar een afspraak uit 2007 met universiteitenvereniging VSNU die stelt dat voortaan zeventig procent van de studenten de bachelor in vier jaar moet halen. “Delft staat onderaan.”

Argwaan was er tegenover het bijna-bindend studieadvies. De sr vreest dat de TU studenten daarmee alsnog kan wegsturen, maar dat mag wettelijk niet. Studenten die in latere jaren geen 45 studiepunten per jaar halen, krijgen een ‘indringend en opjuttend gesprek’, zoals Brakels het noemde. “Ga je aan je stutten trekken, of ga je er tegenaan? Dat is de aard van het gesprek”, zei Rullmann.

Garanties wilden de studenten ook over het onderbrengen van extra-curriculaire activiteiten (zoals projecten of bestuurswerk) in het curriculum. Dat moet niet leiden tot een verschraling van het curriculum. “Belangrijk is dat het een keuze voor studenten blijft, dat er ondersteuning komt en dat de RAS-maanden (bestuursbeurzen, red.) behouden blijven”, zei sr-lid Elise de Reus.

Rullmann verzekerde dat de RAS-maanden blijven staan. De extra activiteiten worden niet verplicht en de examencommissie bewaakt of studenten voldoende kennis hebben opgedaan.