Vanaf 2010 worden alle opleidingen in het hoger onderwijs opnieuw gekeurd. Als het aan de universiteiten ligt worden die keuringen standaard beperkter dan ze nu zijn. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) vindt dat geen goed idee.

De onafhankelijke NVAO keurt de opleidingen van universiteiten en hogescholen sinds 2003. De eerste ronde van accreditaties zit er bijna op. In november stuurde het kabinet een wetsvoorstel naar de Kamer om in de volgende accreditatieronde de manier van toetsen te veranderen.

Universiteiten en hogescholen die willen dat hun opleidingen beperkter worden getoetst dan in de eerste ronde, kunnen er voor kiezen een zogeheten instellingstoets te doen. Ze moeten dan aantonen dat hun eigen kwaliteitszorg in orde is, net als hun personeelsbeleid en voorzieningen. De opleidingen hoeven vervolgens alleen gekeurd te worden op de kwaliteit van het onderwijs.

De voordelen van het nieuwe regime zijn volgens Plasterk zo evident dat hij in het wetsvoorstel heeft laten opnemen dat instellingen hun opleidingen meteen beperkt mogen laten keuren, ook als ze nog geen instellingstoets hebben gedaan. Hebben ze die na drie jaar nog niet gehaald, dan vallen ze terug in het uitgebreide accreditatieregime en moeten al goedgekeurde opleidingen aanvullend worden beoordeeld.

De universiteitenkoepel VSNU ziet dat uitgebreide accreditatieregime bij voorkeur helemaal verdwijnen, ook als een instelling de kwaliteitszorg niet op orde heeft. “Niet omdat die beperkte opleidingsaccreditatie een ‘lichtere’ of ‘minder kritische’ beoordeling is”, maken de universiteiten hun standpunt duidelijk.

“Wel omdat tijdens de pilots is gebleken dat die beperktere opleidingsaccreditatie een veel betere focus heeft, namelijk op die kwaliteitsaspecten waar het in de kern om gaat: de inhoud en het niveau van de opleiding.” De instellingstoets mag wat de VSNU betreft verplicht worden voor alle instellingen. De resultaten van die toets worden gepubliceerd, maar hebben geen rechtsgevolgen.

Die vrijblijvendheid lijkt de NVAO geen goed plan. “Dan worden bepaalde kwaliteitsaspecten niet beoordeeld”, zegt een woordvoerder. “Zo hol je het systeem uit.” De kwaliteitszorg, het personeelsbeleid en de voorzieningen moeten op de een of andere manier getoetst worden, vindt de accreditatieorganisatie. “Studenten willen ook weten of die in orde zijn.”

Een belangrijk bezwaar van de universiteiten tegen het door de NVAO gesteunde wetsvoorstel is de verwachting dat het niet tot minder, maar juist tot meer administratieve lasten zal leiden. De Raad van State is daar ook beducht voor, blijkt uit een onlangs gepubliceerd advies. Minister Plasterk en de NVAO delen die verwachting niet.

Begin volgend jaar wordt het wetsvoorstel in de Tweede Kamer besproken.

De universiteit van Gent en de Katholieke Universiteit Leuven starten vanaf september de eerste Master of Space Studies in België. België speelt een belangrijke rol op ruimtevaartgebied binnen de Europese Unie: het land pompt vergeleken met andere lidstaten relatief veel geld in deze industrie. Maar ruimtevaartbedrijven komen moeilijk aan personeel. ‘Heel wat van onze ingenieurs studeerden ruimtevaarttechniek in Delft’, zei de directeur van het ruimtevaartbedrijf Verhaert Space onlangs in de krant De Standaard. L&R-decaan Jacco Hoekstra is niet bang dat de opleiding van de zuiderburen studenten bij zijn faculteit zal wegsnoepen. De meeste buitenlandse bachelorstudenten bij L&R zijn Vlaams. “Ik heb hun programma nog niet goed bestudeerd, maar ik denk dat er zich hooguit een paar Belgen minder zullen aanmelden bij onze master space tech”, zegt hij. De Belgische Master of Space Studies beslaat uiteenlopende onderwerpen variërend van ruimterecht, materiaalonderzoek en bottenonderzoek bij gewichtloosheid.