Delta en Delft Integraal berichten regelmatig over innovatieve ideeën met grote beloftes voor de toekomst. Maar wat is er een paar jaar later met het idee gebeurd? Hoe staat het bijvoorbeeld met de mossellijm, een op de natuur geïnspireerde kleefstof voor chirurgische toepassingen?

Mossellijm stuit op scepsisDelft Integraal, oktober 2001 (editie 2001-5)Fysisch chemici dr. Mieke van der Leeden en ir. Sander Haemers, van de vakgroep Fysische Chemie, faculteit Technische Natuurwetenschappen en het Hechtingsinstituut van de TU Delft, ontwikkelen met financiering van STW een synthetische medische lijm die ook inwendig kan worden gebruikt. Een lijm naar een idee van de blauwe zeemossel.Het blijft een aantrekkelijk idee, zo‘n chirurgische lijm. Met enige regelmaat wordt dr.ir. Sander Haemers (onderwijs en studentenzaken) er nog door artsen in opleiding op aangesproken. Maar tot een product is het nooit gekomen.Het onderzoek werd al snel een stuk fundamenteler dan technologiestichting STW lief was, herinnert Sander Haemers zich. Alle aandacht spitste zich toe op de winning van het eiwit, maar dat was de aangeschoven bedrijven iets te wetenschappelijk. De contactpersoon van Elephant Pharming werd overgeplaatst en is nooit meer teruggezien, waarna er nog maar één partner overbleef, het bedrijf Isotis, dat zijn researchafdeling naar Amerika verplaatste."Lopende het aio-project sloeg de sfeer om," zegt Haemers nu. Het was omstreeks 2002 en lekkende siliconenborsten kregen veel negatieve publiciteit waardoor fabrikanten afkerig werden van het idee van polymeren in het lijf.Toch is er bij BASF wel synthetische mossellijm ontwikkeld. Een chemicus heeft daar een kleine hoeveelheid gemaakt en die naar fysisch chemicus dr. Mieke van der Leeden gestuurd. Zij was de penvoerder van het onderzoek. Haemers: "Ik heb wel mooie resultaten gezien, maar dat polymeer zat niet opgelost in water, maar in een organisch oplosmiddel. Dat wil je niet bij medische toepassingen." Van der Leeden was niet tevreden, waarna het project bij BASF geen vervolg meer kreeg.Dr.ing. Ger Koper vult aan: "Het doen van zulke proeven hangt binnen een bedrijf af van de hoeveelheid ruimte voor vrij onderzoek, en die is er niet meer." Koper, werkzaam bij DelftChemTech Self Assembling Materials, faculteit Technische Natuurwetenschappen, was als sparring-partner betrokken bij het onderzoek naar mossellijm.Inmiddels is het tij wel gekeerd, denkt Haemers. Vooral bij DSM, dat zich meer richt op fijne chemie, moeten kansen liggen. Maar hij gaat er zelf niet achteraan. "Ik ben niet zo’n entrepreneur. Ik kan wel dingen uitzoeken en daarover vertellen. Maar mijn ideeën verkopen, daar voel ik me ongemakkelijk bij. Na mijn post-doc ben ik in het onderwijs gegaan, en daar voel ik me goed thuis.""Ik ben wel aan het denken gezet”, zegt Koper. Bij DelftChemTech hielden ze laatst een brainstorm over geschikte onderwerpen die zouden aansluiten bij het thema gezondheid, een van de vier aandachtsgebieden voor de komende jaren. De mossellijm zou daar goed bij passen, denkt Koper nu. Maar dan moet de TU zelf een synthetische variant ontwikkelen en daarmee naar de industrie stappen. "Je moet de boel een beetje in de hand houden omdat die bedrijven zelf nauwelijks meer aan research doen."

Mossellijm stuit op scepsisDelft Integraal, oktober 2001 (editie 2001-5)Fysisch chemici dr. Mieke van der Leeden en ir. Sander Haemers, van de vakgroep Fysische Chemie, faculteit Technische Natuurwetenschappen en het Hechtingsinstituut van de TU Delft, ontwikkelen met financiering van STW een synthetische medische lijm die ook inwendig kan worden gebruikt. Een lijm naar een idee van de blauwe zeemossel.Het blijft een aantrekkelijk idee, zo‘n chirurgische lijm. Met enige regelmaat wordt dr.ir. Sander Haemers (onderwijs en studentenzaken) er nog door artsen in opleiding op aangesproken. Maar tot een product is het nooit gekomen.Het onderzoek werd al snel een stuk fundamenteler dan technologiestichting STW lief was, herinnert Sander Haemers zich. Alle aandacht spitste zich toe op de winning van het eiwit, maar dat was de aangeschoven bedrijven iets te wetenschappelijk. De contactpersoon van Elephant Pharming werd overgeplaatst en is nooit meer teruggezien, waarna er nog maar één partner overbleef, het bedrijf Isotis, dat zijn researchafdeling naar Amerika verplaatste."Lopende het aio-project sloeg de sfeer om," zegt Haemers nu. Het was omstreeks 2002 en lekkende siliconenborsten kregen veel negatieve publiciteit waardoor fabrikanten afkerig werden van het idee van polymeren in het lijf.Toch is er bij BASF wel synthetische mossellijm ontwikkeld. Een chemicus heeft daar een kleine hoeveelheid gemaakt en die naar fysisch chemicus dr. Mieke van der Leeden gestuurd. Zij was de penvoerder van het onderzoek. Haemers: "Ik heb wel mooie resultaten gezien, maar dat polymeer zat niet opgelost in water, maar in een organisch oplosmiddel. Dat wil je niet bij medische toepassingen." Van der Leeden was niet tevreden, waarna het project bij BASF geen vervolg meer kreeg.Dr.ing. Ger Koper vult aan: "Het doen van zulke proeven hangt binnen een bedrijf af van de hoeveelheid ruimte voor vrij onderzoek, en die is er niet meer." Koper, werkzaam bij DelftChemTech Self Assembling Materials, faculteit Technische Natuurwetenschappen, was als sparring-partner betrokken bij het onderzoek naar mossellijm.Inmiddels is het tij wel gekeerd, denkt Haemers. Vooral bij DSM, dat zich meer richt op fijne chemie, moeten kansen liggen. Maar hij gaat er zelf niet achteraan. "Ik ben niet zo’n entrepreneur. Ik kan wel dingen uitzoeken en daarover vertellen. Maar mijn ideeën verkopen, daar voel ik me ongemakkelijk bij. Na mijn post-doc ben ik in het onderwijs gegaan, en daar voel ik me goed thuis.""Ik ben wel aan het denken gezet”, zegt Koper. Bij DelftChemTech hielden ze laatst een brainstorm over geschikte onderwerpen die zouden aansluiten bij het thema gezondheid, een van de vier aandachtsgebieden voor de komende jaren. De mossellijm zou daar goed bij passen, denkt Koper nu. Maar dan moet de TU zelf een synthetische variant ontwikkelen en daarmee naar de industrie stappen. "Je moet de boel een beetje in de hand houden omdat die bedrijven zelf nauwelijks meer aan research doen."