LDE Centre for Frugal Innovation in Africa: via kleinschaligheid naar het grote geld

Het Centre for Frugal Innovation in Africa loopt goed en wordt vooral gedragen op de enthousiaste handen van een kleine groep onderzoekers.

Vinden Zambianen het koken van bonen op traditioneel houtskool echt nodig of voldoen duurzame en goedkopere houtpellets ook? En lukt het om arme Afrikanen op termijn aan een goed huis te helpen als ze bereid zijn een deel van hun loon in een spaarfonds te stoppen? Iva Peša struint in Zambia initiatieven af voor het Centre for Frugal Innovation in Africa (CFIA). De postdoc is de eerste onderzoeker die fulltime verbonden is aan het centrum. Peša kijkt op dit moment welke duurzame ontwikkelingen goed zijn voor Afrikaanse samenlevingen. “Die nieuwe producten moeten niet alleen goedkoop zijn, maar ook worden geaccepteerd door de bevolking.”

Dat is het doel van Frugal Innovation, een fonkelnieuwe wetenschapstak. Frugal is een synoniem voor spaarzaam en de wetenschapssector moet ervoor zorgen dat bedrijven slimme apparaten en diensten kunnen ontwikkelen die geld opleveren en inwoners van ontwikkelingslanden ook écht vooruit helpen op bijvoorbeeld het gebied van armoedebestrijding of gezondheid. Peter Knorringa, hoogleraar private sector & development aan het Institute for Social Sciences van de EUR, is een van de oprichters van het CFIA. Als ‘trekker’ ziet hij toe op de ontwikkeling van de onderzoeksgroep. Knorringa was samen met hoogleraar management van technische innovaties Cees van Beers uit Delft en André Leliveld, senior researcher aan het African Studies Centre in Leiden, al langer bezig met frugal innovations. “Toen wij hoorden over de strategische alliantie viel het kwartje en zijn we om tafel gegaan. Achteraf gezien vraag ik me af waarom we dit niet eerder hebben gedaan.”

Tolerante houding
Aan enthousiasme geen gebrek bij de CFIA-onderzoekers, het is de meest voorname reden waarom de samenwerking goed verloopt. Dat er ‘een klik’ en ‘chemie’ is tussen de ongeveer vijftien betrokken onderzoekers bij het relatief kleinschalige CFIA wordt vaak aangehaald als belangrijk instrument voor de goede samenwerking. Interdisciplinair onderzoek vereist namelijk een tolerante houding ten opzichte van andere wetenschapsdisciplines. “Je kunt geen grote ego’s gebruiken”, zegt Caspar van Woensel, universitair docent burgerlijk recht en intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Leiden. “Je moet openstaan voor aanvullingen op jouw vakgebied.” Ideeën worden een paar keer per jaar uitgewisseld tijdens brainstormsessies. Voor Van Woensel was dat de eerste keer wel wennen. “Je praat met andere termen en spreekt de ‘taal’ van het andere vakgebied niet. Ik legde uit hoe intellectuele eigendomsrechten een positieve bijdrage kunnen leveren aan de frugal innovations en had niet verwacht dat dit zo nieuw was voor de medici en ingenieurs aan tafel.”

Groot geld
De geestdrift van de onderzoekers leidde al tot een aantal concrete resultaten. Zo werd er een frugal voorhoofdthermometer ontwikkeld door medisch antropologen van het LUMC en industrieel ontwerpers uit Delft, die ervoor zorgt dat ook analfabeten kunnen zien wanneer iemand koorts heeft. Ook kon er een EUR-student naar Ghana om de verkoopmogelijkheden voor een in Delft ontworpen frugal weerstation te verkennen.

Dit soort kleine deelprojecten loopt goed, maar uiteindelijk kan het centre alleen voortbestaan met het binnenharken van subsidies. Tot eind 2015 kan het CFIA nog steunen op seed money van de stuurgroep, daarna moet het centrum zichzelf bedruipen. Inmiddels liggen er al twee concrete onderzoeksvoorstellen te wachten op honorering, waarvan één bij de grote Nederlandse wetenschapsfinancier NWO. Bij die aanvraag bleek dat het nog moeilijk is om ook formeel als centre te handelen. NWO verwacht namelijk één hoofdaanvrager. Dat betekent dat de subsidie wordt toegekend aan één universiteit, terwijl het onderzoek daadwerkelijk steunt op drie universiteiten. “Het zou wel aardig zijn als je de samenwerking formeel goed gestalte kunt geven door onderzoeksvoorstellen ook via het centre in te dienen”, zegt hoogleraar Van Beers.

Niet alleen Nederland moet nog wennen aan de nieuwe samenwerking, ook op Europees gebied is er nog werk aan de winkel wat betreft naamsbekendheid van het centrum en de nieuwe wetenschapstak Frugal Innovation in het algemeen. Lukt dat niet, dan is de kans op het grote geld uit het prestigieuze financieringsproject Horizon 2020 klein. De eerste aanvraagronde is geweest, maar die heeft het centre bewust laten schieten. André Leliveld: “Dat kwam simpelweg te vroeg. Je vergroot je kans op succes in Europa door succes aan te tonen, daarom kiezen wij eerst voor aanvragen in Nederland. Vanuit daar bouwen we verder.” 

Lees ook LDE -centres: sprint of marathon?

thermometer