Sporten op topniveau en tegelijk studeren aan de TU. Er zijn tientallen studenten, voornamelijk roeiers, die dat doen. Met een nieuw topsportbeleid wil de universiteit hen helpen om beide te combineren.

In het topsportbeleid is opgenomen dat topsporters een aangepaste norm voor het bindend studieadvies (BSA) kunnen krijgen. Zij hoeven dan geen 45 studiepunten te halen in het eerste jaar, maar 30. Ze kunnen dispensatie krijgen voor verplichte aanwezigheid bij colleges en voor verplichte tussentijdse toetsen. Verder kan tentaminering flexibeler, bijvoorbeeld door topsporters tentamen te laten maken op een ambassade of een universiteit in het buitenland. Het nieuwe beleid moet ingaan in september 2015, maar eerst moet de studentenraad (sr) er nog mee instemmen.

Wie tot de uitverkoren topsporters kunnen behoren, wordt in eerste instantie bepaald door de sportkoepels. Die geven topsporters een status. Als ze die hebben, en als ze meedoen op nationaal of internationaal niveau, kunnen ze steun krijgen van de TU. Sinds 2011 ondersteunt de universiteit topsporters, zestig op dit moment, onder meer met de regeling afstudeersteun (RAS) en het topsporthuis.

Desondanks lopen topsporters tegen allerlei praktische problemen op. Sommigen zijn maanden in het buitenland, anderen hebben trainingskampen en toernooien waar ze moeten verschijnen. Terwijl ze ook op de TU moeten zijn. Iedere faculteit gaat daar anders mee om. Het nieuwe beleid gaat voor alle faculteiten gelden. Opleidingen wordt gevraagd inzichtelijk te maken of en hoe hun curriculum te combineren is met topsport.

“We verwachten wel dat ze hun eigen verantwoordelijkheid nemen”, zegt topsportcoördinator Marloes Stammen. Zo moet iedere topsporter op voorhand, dus voordat studievertraging optreedt, met de TU een studieplan opstellen. De sporters kunnen gebruik blijven maken van de RAS en gratis sportfaciliteiten. Ook kunnen ze – als er geld is – een kleine sponsoring krijgen van de universiteiten, in ruil voor pr-activiteiten. Want er zit ook een eigenbelang achter de regeling. De universiteit ziet de sporters als ambassadeurs naar de buitenwacht.