Een groep Nederlandse wetenschappers wil niet langer gratis werken voor onderzoeksfinancier NWO en eist betaling voor reviews en commissiewerk. NWO weigert, maar de initiatiefnemers zetten door.

 

In het voorjaar van 2010 kreeg hoogleraar Hans Radder van de Vrije Universiteit een idee. NWO vroeg hem om reviewwerk te doen, maar waarom zou hij daar geen honorarium voor vragen? Of moest hij het in zijn vrije tijd doen? “NWO reageerde nogal bits”, zegt Radder.

 

Met twee collega's schreef hij daarop een verklaring. Een groep van 71 wetenschappers van allerlei universiteiten ondertekende die, waaronder bekende namen als Paul Cliteur, Herman Philipse en Dorien Pessers. Begin dit jaar stuurden ze hun open brief de wereld in. “Sindsdien heb ik voor NWO geen reviews hoeven doen”, zegt Radder.

 

Eigenlijk zijn die reviews zelf niet eens het probleem, vindt hij. “Het gaat om het evenwicht. Wetenschappers zitten klem tussen universiteit en NWO. Er is honderd miljoen van het universitaire budget naar NWO verschoven. De facultaire budgetten worden steeds meer afhankelijk van het succes bij het aanvragen van subsidies. En dan moeten wij ook nog het belangrijkste werk doen: elkaars onderzoeksvoorstellen beoordelen.”

 

Het zou goed zijn om de verborgen kosten van het NWO-systeem duidelijk te maken, meent hij. “De kosten worden meteen helder als we een redelijke vergoeding voor het werk vragen. Die vergoeding zal natuurlijk naar de vakgroep gaan, niet naar de wetenschapper zelf. De kosten voor het reviewwerk worden wel gemaakt, alleen blijven ze tot nog toe buiten beschouwing en vallen ze binnen de salarissen die de universiteiten uitbetalen.”

 

En dan heeft hij het nog niet eens over de tijd die het kost om zelf een aanvraag bij NWO in te dienen. “Je moet alles helemaal dichttimmeren en alle commentaar vóór zijn, omdat de kleinste kritische opmerking er al voor zorgt dat je het geld niet krijgt. Zo'n voorstel is al snel een bladzijde of twintig. Het kost allemaal vreselijk veel tijd en de kansen op succes zijn zeer klein.”

 

Deze kosten zouden misschien geen bezwaar zijn, als de verdeling van middelen door NWO feilloos gebeurde. “Maar dat is zeer de vraag”, zegt Radder. “Bij NWO beoordeelt men vooral plannen voor onderzoek, en veel minder de resultaten ervan. Aan de universiteiten hebben we een traditie van onderzoeksvisitaties, waarin juist de resultaten worden belicht. Daar wordt steeds minder naar gekeken.”

 

NWO laat weten de zorgen van Radder en zijn mede-ondertekenaars te delen. Doordat er in Nederland weinig geld beschikbaar is voor wetenschappelijk onderzoek, zijn er nu eenmaal veel meer aanvragen dan er budget is. De onderzoeksfinancier kan weinig doen aan “de discrepantie tussen de hoeveelheid werk die het aanvragen en beoordelen van onderzoek met zich meebrengt, en de geringe honoreringskansen”.

 

Maar NWO vindt het geen goed idee om reviewers te gaan betalen. Als ze dat zou doen, blijft er minder geld over voor onderzoeksfinanciering. Bovendien zouden alle partijen van  het reviewwerk profiteren: reviewers kunnen aanhaken bij “cutting edge kennis” en de aanvragers krijgen feedback, aldus NWO.

 

 

Volgens de biografie maakt het Van Schaik Quartet ‘ongekunstelde, doch contextgevoelige jazz voor elke gelegenheid’. “Groovy, crispy jazz”, noemt drummer Ate Kleijn het liever. “Geen backbeat groove, maar lekker stuwende swing. Er zitten ook wat latin- en funkdingen onder.” Bassist Nanne Aben spreekt over ‘opgewekte swing jazz’.

De laatste is de opvolger van de naar Amerika teruggekeerde Jack Murphy, die zich als eerste voegde bij het oorspronkelijke duo Karen van Schaik (sax en zang) en pianist Ivan Thung. “We begrepen al gauw dat een bassist meer mogelijkheden bood om te soleren en de muziek minder kaal zou maken”, aldus Van Schaik. Met Kleijn trad ook een slagwerker toe. Van Schaik, die haar bouwkundestudie verruilde voor het conservatorium: “Sommigen denken dat een drummer per definitie veel herrie maakt. Dat is bij jazz niet zo. Met een drummer erbij is er meer interactie mogelijk.”

De flexibiliteit van het kwartet kwam tot uiting op het Jazzfestival Delft. ’s Middags, op het hoofdpodium op de Markt, was hun muziek groovy en funky.’s Avonds speelden ze in een kleine setting voor een café dezelfde nummers, maar dan in swingversie. Kleijn: “In zo’n ambiance, met direct contact met het publiek, komen wij tot ons recht. Dan kun je genieten van jezelf en van de toeschouwers. We kunnen ook ‘klein spelen’ als het moet, zodat mensen die willen borrelen met elkaar rustig hun gang kunnen gaan zonder zich te storen aan ons.”

Ze spelen evergreens als Summertime, All Of Me, Caravan. Kleijn: “Aan standards kun je duizenden interpretaties geven, met behoud van de essentie. Als je er een spannend latin-nummer van maakt, krijgt zo’n standard een heel ander gezicht.” Hij ziet het als ‘het overgooien van een balletje’ met elkaar: “Zo’n eentweetje resulteert op zijn tijd in een prachtig doelpunt.”