De nieuwe bacheloropleiding klinische technologie gaat in september van start. Aankomende studenten stonden al te trappelen toen het curriculum nog niet eens bekend was. De komende maanden zal blijken of zij het aandurven om tot de allereerste lichting te behoren. “Dit is een spannende tijd.”

Het wordt indikken in het gebouw van 3mE. De faculteit bezwijkt al bijna onder de grote stroom studenten die kiezen voor werktuigbouwkunde en maritieme techniek. Vanaf september komt er tussen deze hardcore techneuten een ietwat uitzonderlijke groep studenten te zitten. De tweede verdieping van de E-toren wordt hun domein. Ze zullen daar niet doorleren voor ingenieur, maar voor master of clinical technology. De studenten zijn daarbij ongeveer twee dagen in de week elders te vinden: in de academische ziekenhuizen van de Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Honderd studenten mogen in september beginnen aan de gloednieuwe bacheloropleiding klinische technologie, die op 10 maart haar officiële accreditatie kreeg. Het ministerie van onderwijs is het met de instellingen eens dat de studie in een behoefte voorziet, zowel aan de aanbod- als aan de vraagkant. De studenten worden geselecteerd door middel van centrale selectie, ofwel gewogen loting.

De TU is penvoerder van de opleiding. De samenwerking met clinici in het Erasmus Medisch Centrum en het Leids Universitair Medisch Centrum is nauw. In een bij vlagen kritische dialoog hebben zij de afgelopen jaren gewerkt aan de invulling van het curriculum. Dat zal voor vijftig procent bestaan uit technische vakken en voor de andere helft uit vakken over geneeskundige onderwerpen, steeds in samenhang. De komende maanden zijn nodig om het lesprogramma om te zetten in een rooster. Ook moet de organisatie rondom de opleiding tot in detail worden uitgewerkt. Er moet een studentenmentoraat in het leven worden geroepen, toetsen moeten worden ontworpen en een systeem voor kwaliteitszorg bedacht. De docenten en de literatuur zijn al bekend.

Medical Delta

Als straks de eerste studenten in de collegebanken zitten, is het ongeveer vijf jaar geleden dat het idee voor een studie klinische technologie ontstond. De eerste aanleiding daarvoor was de al bestaande samenwerking met Leiden en Rotterdam binnen de Medical Delta. De drie universiteiten doen al sinds 2006 samen onderzoek op het snijvlak van techniek en geneeskunde. “Een logische vervolgstap was een joint degree-opleiding”, legt opleidingsdirecteur dr.ir. Gabriëlle Tuijthof uit.

Een tweede aanleiding diende zich later aan, toen bleek dat er een BIG-registratie*) aan zat te komen voor het beroep klinisch technoloog. De Universiteit Twente leidt studenten al sinds 2003 op tot die functie. Het was tot oktober 2013, toen de BIG-registratie voor een periode van vijf jaar van kracht werd, alleen niet mogelijk om als klinisch technoloog zelfstandig medische handelingen als injecties, katheterisaties of defibrillatie te verrichten. Nu dat wel kan, verwachten de universiteiten een toenemende vraag naar deze beroepsgroep. En omdat het wettelijk verplicht is, moest er na de BIG-registratie een tweede soortgelijke opleiding komen.

Voordat er van het opzetten van een opleiding sprake kon zijn, moesten initiatiefnemers prof.dr Frans van der Helm van de TU Delft, prof.dr. Eric Sijbrands van het Erasmus MC en prof.dr. Frank Willem Jansen van het LUMC veel lobbyen. “Het was in het begin best lastig mensen van het nut van deze opleiding te overtuigen. Het was toch moeilijk voor te stellen wat klinisch technologen zouden gaan doen, omdat het beroep niet bestond. Ze hebben een academische opleiding, maar zijn geen arts en geen ingenieur”, vertelt Tuijthof.

Tuijthof bood eind 2011 haar ‘hand- en spandiensten’ aan. Later werd zij projectleider en opleidingsdirecteur. Vanaf eind 2011, vertelt Tuijthof, hebben zij en haar collega’s gestaag toegewerkt naar accreditatie. “Ik ben met het curriculum aan de slag gegaan, eerst in grove lijnen. Het was aanmodderen in het begin. We hadden te weinig mankracht.” Dat veranderde in april 2013. “Toen heeft de decaan gezegd: we gaan ervoor. We kregen meer middelen.”

Thuisbasis Delft

Het raamplan van de opleiding technische geneeskunde in Twente diende als basis voor de opleiding van Delft, Leiden en Rotterdam. Er is aandacht voor de negen orgaansystemen, mechanica, natuurkunde en elektrotechniek. “We hebben het Twentse raamplan omarmd en regelmatig met de mensen daar overleg gehad. De eindtermen zijn dezelfde.”

Verschillen zijn er ook. Twente werkt samen met het academisch ziekenhuis in Nijmegen, maar studenten brengen daar niet hele dagen door. De Delftse studenten zitten globaal over de gehele studie drie dagen in Delft, één dag in Leiden en één dag in Rotterdam, en krijgen vaker les van clinici. In Leiden krijgen ze bijvoorbeeld anatomievakken, in Rotterdam leren ze klinische vaardigheden: omgaan met patiënten en werken in multidisciplinaire teams. De faculteit 3mE in Delft is hun thuisbasis. Daar komt een technisch skills lab, waar ze onder meer inspanningstests kunnen doen op een hometrainer en waar ze echo’s kunnen maken bij elkaar. In Delft krijgen de studenten ruimte voor het oprichten van een eigen studievereniging.

Andere verschillen met Twente zijn de minor van 15 ECTS in het derde studiejaar, die studenten de kans biedt een deel van hun opleiding zelf in te vullen. Verder is er een iets zwaardere nadruk op de intensive care en zijn er meer geïntegreerde vakken. Die laatste passen in het modulaire onderwijs, waar de meeste Delftse bacheloropleidingen sinds het begin van dit collegejaar mee werken. In acht blokken van vijf weken krijgen de studenten een orgaansysteem met een technische tegenhanger, vakken die elkaar versterken. Zo moeten studenten inzicht krijgen in de samenhang binnen hun studie.

In het eerste studiejaar van klinische technologie wordt dat in het derde blok duidelijk. Dan krijgen de studenten spijsvertering en thermodynamica, gevolgd in het vierde blok door een combinatie van het spierskeletsysteem en biomechanica I. Aan het einde van ieder blok volgt een toets, acht per jaar dus.  Dat moet de studie voor de studenten behapbaar en overzichtelijk houden.

Tuijthof verwacht dat de carrièrekansen voor de klinisch technologen uitstekend zullen zijn, ook al is het een beroep dat nog nergens ter wereld tot volle wasdom is gekomen. De zorg wordt immers steeds meer doordrongen van techniek, ontworpen door ingenieurs als Tuijthof. Zij onderscheidt vijf gebieden waar de aankomende studenten later terecht zullen komen.

1. Smart surgery: Minimaal invasieve instrumenten worden complexer, net als de interfaces die de artsen gebruiken om ze te bedienen, zoals bij robotchirurgie en MRI-geleide interventies. Klinisch technologen kunnen de apparatuur op de patiënt afstellen en samen met de arts komen tot een optimale behandeling. Ook kunnen ze artsen leren met nieuwe instrumenten om te gaan.
2. Imaging en diagnostiek: niet alleen mooie plaatjes maken met echo en MRI, maar uit de data kwantitatieve informatie halen. Artsen doen veel op het oog.
3. Neuro muscular control: Robots kunnen patiënten waar nodig ondersteunen bij revalidatie na een beroerte. Met virtual reality kunnen patiënten gestimuleerd worden om te revalideren. De klinisch technoloog kan de optimale combinatie van ondersteuning en oefeningen opstellen in een behandelplan.
4. Molecular systems: Helpen bij het gebruik van labs on a chip, ‘minifabriekjes’ die in het lichaam vloeistoffen of bacteriën kunnen analyseren. De klinisch technoloog kan deze techniek afstemmen op de patiënt.
5. E-health: Op intensive careafdelingen worden steeds meer metingen verricht door apparaten. Ook in andere zorginstellingen en bij mensen thuis is meer ict, wil men gaan werken met zorgrobots en valdetectiesystemen. De klinisch technoloog kan al die apparatuur afstellen en beheren.

Promovendi

Na de start van de bacheloropleiding gaan de TU en de academische centra werken aan het in detail invullen van het tweede en derde studiejaar. Dan volgt het opzetten van de master clinical technology. Tuijthof denkt dat er voor afgestudeerden die daarna willen promoveren genoeg werk is. De apparaten die zij en haar collega’s ontwerpen, moeten bijvoorbeeld worden getest. “Klinisch technologen mogen contact hebben met pa-tiënten, wij niet.”

Verder kunnen de klinisch technologen volgens Tuijthof in ziekenhuizen belangrijke referentiedata verzamelen. Zo kunnen nieuwe technieken wellicht sneller de standaard worden. Tuijthof denkt verder dat de nieuwe beroepsgroep straks zoveel inzicht heeft in de werking en de functie van medische apparatuur dat zij in staat is deze ‘veilig aan elkaar te knopen’. “Daarmee kunnen bepaalde ziektes misschien beter geïdentificeerd worden.”

De bachelor klinische technologie heeft nu haar felbegeerde accreditatie binnen, drie instellingen zorgen voor de uitvoering. En toch, waarom zouden studenten gaan voor een nieuwe opleiding die ontegenzeglijk te maken zal krijgen met kinderziektes? Waarom zouden de studenten kiezen voor een hoop op- en neergereis tussen drie steden in de Randstad, soms op één dag? Wat als onverhoopt de ov-jaarkaart ophoudt te bestaan?

Tuijthof verwacht dat de inhoud en de kwaliteit van de opleiding voor zich zullen spreken. “Natuurlijk, dit is een spannende tijd. Maar dit wordt een topstudie, met heel goede mensen. Niet voor niets hebben we al een database met mailadressen van 200 geïnteresseerden en meer dan 460 likes op Facebook. Deze studie biedt allerlei soorten studenten mogelijkheden: zij die techniek leuk vinden, maar die het menselijke daarin missen. Of mensen die aan geneeskunde hebben gedacht, maar die studie technisch-inhoudelijk niet aantrekkelijk vinden. Of we plaats bieden aan uitgelote geneeskundestudenten? Op hen zitten we niet per se op te wachten.”

Er zijn meer redenen te verzinnen waarom aankomende studenten zullen kiezen voor de nieuwe opleiding van de Medical Delta. De Randstad is voor sommigen wellicht aantrekkelijker dan het oosten des lands. Verder ligt er een bul in het verschiet waar de namen van drie universiteiten op staan. Daarnaast kunnen de studenten van de eerste lichting samen met de clinici in de ziekenhuizen hun toekomstige relatie vormgeven. Want ook de artsen moeten gewend raken aan en een beeld krijgen van de capaciteiten van hun nieuwe collega’s.

*) In het BIG-register kunnen individuele zorgverleners zich registreren. Bepaalde beroepen worden erin beschermd, om patiënten te beschermen tegen ondeskundigheid. BIG staat voor beroepen in de individuele gezondheidszorg. Artsen staan er onder meer in, tandartsen, verloskundigen, tandarts. En nu dus ook klinisch technologen.

Op 29 maart is er een proefstudeerdag klinische technologie. Op 8 april is er een open dag in het Erasmus MC, op 8 en 9 mei zijn er open dagen in Delft. 

Meer informatie op kt.bsc.tudelft.nl, www.eur.nl/scholieren, www.studereninleiden.nl of www.facebook.nl/kt.lde. Mailen kan naar info-KT@tudelft.nl.

In onderstaande pdf staat een overzicht van het gehele studieprogramma: