Ambitieuze plannen van gemeenten ten spijt, is de kamernood vorig jaar nog niet teruggedrongen, meldt de Landelijke Studenten Vakbond. Delft is geen uitzondering.

Er zijn grote regionale verschillen tussen de wachttijden voor een studentenkamer, blijkt uit de jaarlijkse Kamernoodinventarisatie van de LSVb. Amsterdam en Utrecht zijn goed voor zestig procent van het tekort. In Utrecht loopt daardoor de wachttijd voor een kamer met gedeelde keuken en badkamer op tot achttien maanden, over Amsterdam zijn geen betrouwbare cijfers beschikbaar. Maar ook in Leiden (3650), Delft (3600) en Den Haag (3000) is er te weinig woonruimte.

In Nijmegen, Maastricht, Groningen en Enschede is het tekort daarentegen zo goed als weggewerkt, al zouden ook in deze steden de woonwensen van studenten niet matchen met het aanbod.

 

Landelijk zoeken studenten gemiddeld negen maanden naar een kamer. Voor een zelfstandige kamer met eigen keuken en badkamer is de zoektijd een stuk langer: gemiddeld drie jaar.

De LSVb schrijft verder dat de huurprijzen van onzelfstandige kamers bij sommige woningcorporaties “explosief” zijn gestegen. De gemiddelde prijs van een kamer met gedeelde faciliteiten in Groningen zou met achttien procent zijn gestegen naar gemiddeld 325 euro per maand (inclusief gas/water/licht). De kamers in Maastricht zouden het duurst zijn: gemiddeld 390 euro. Daaruit kan overigens niet geconcludeerd worden dat studenten in Groningen beter af zijn dan in Maastricht. De LSVb vermeldt geen prijs per vierkante meter, waardoor niet duidelijk is hoeveel ruimte een student voor deze huurprijzen krijgt.

De LSVb baseert zich op cijfers van gemeenten en woningbouwcorporaties, ze zeggen dus niets over de particuliere markt. Vorig jaar stelden studentenorganisaties, gemeenten en woningbouwverenigingen een actieplan op om in 2015 de helft van het kamertekort te hebben opgelost. Als dat doel gehaald moet worden, zullen ze alle zeilen moeten bijzetten, zegt de LSVb.