De geschiedenis van ’s lands oudste ingenieursbureau is ook de geschiedenis van het vak van de ingenieur. Dat maakt ‘140 jaar Royal HaskoningDHV’ ook boeiend voor anderen.
Maunsell verdedigingsforten aan de ingang van de Thames. De havenexpertise van de Britse ingenieurs was in 1994 een belangrijke versterking voor het toenmalige bureau Haskoning. (Foto: Steve Cadman/Flickr, Creative Commons)

De geschiedenis van ’s lands oudste ingenieursbureau is de geschiedenis van het vak van de ingenieur. Dat maakt het boek ‘140 jaar Royal HaskoningDHV’ boeiend voor anderen.

Read in English

Het waren opwindende tijden, schrijft Judith Gussenhoven, auteur van Shaping the future / De toekomst maken – 140 jaar Royal HaskoningDHV over het eind van de negentiende eeuw. Ze schrijft: Door ontwikkelingen in de wiskunde en de statistiek was ‘voorspellen door berekenen’ leidend geworden, in plaats van ‘toeval en ervaring’. De ‘futloosheid’ van het begin van de eeuw had plaatsgemaakt voor optimisme en verbeteringsdrang, rechtstreeks geïnspireerd door de vooruitgang van de wetenschap en de komst van machines.

Gussenhoven schreef een jubileumboek voor het ingenieursbureau Royal HaskoningDHV dat op vrijdag 15 oktober haar 140-jarig bestaan viert. Toen de Delftse ingenieurs Johan van Hasselt en Jacobus de Koning in 1881 in Nijmegen hun bureau J. van Hasselt en De Koning oprichtten was dat het eerste onafhankelijke adviesbureau dat zich principieel alleen maar wilde bezighouden met “zuiver wetenschappelijke en technische arbeid” en koopmanschap in de vorm van agenturen (optreden als vertegenwoordigers van andere firma’s) daarbij nadrukkelijk uitsloot.’ Alle hoofdstukken uit het boek staan inmiddels online.

Ingenieursbureaus bewegen mee op de golven van de internationale economie. In de beginjaren, aan het eind van de negentiende eeuw, waren stoom, staal en spoor allesbepalend. Eerst in eigen land, maar al snel in alle knooppunten van de internationale handel. Het verhaal van Jacobus de Koning die naar Caïro trok om een spoorbrug te ontwerpen is daarvoor typerend.
Maar de echte expansie vindt pas plaats na de Tweede Wereldoorlog. Eerst is er veel werk aan de wederopbouw, daarna begeven Nederlandse ingenieurs zich over de hele wereld om hun technische kennis toe te passen: havens, rivieren, kanalen, landaanwinning, inpoldering, ontwatering, irrigatie, wegenbouw, riolering, stedenbouw en kartering. Volgens een telling van bewaard gebleven projectdossiers uit 1983 had ingenieursbureau DHV 538 buitenlandse projecten en Haskoning 702. Het is waarschijnlijk dat er een paar over het hoofd zijn gezien, vermeldt Gussenhoven.

Een ander opvallend trekje is dat ingenieursbureaus elkaar graag opzoeken. In de naam van het jubilerende bureau zijn al vijf achternamen terug te vinden (Van Hasselt, De Koning, Dwars, Heederik en Verhey), maar in werkelijkheid zijn er veel meer grondleggers aan te wijzen en dat komt door een reeks overnames. Ingenieursbureau Haskoning voerde in 2002 de naamswijziging naar Royal Haskoning door na samenvoeging met alle dochterbedrijven. Tien jaar later volgde de fusie met DHV tot het jubilerende bedrijf van vandaag.

Na die fusie is ‘RHDHV’ nog steeds het oudste ingenieursbureau in Nederland, maar qua wereldwijde omzet niet het grootste. In de Ingenieursbureaus Top 50 van dit jaar staat het op de derde plaats achter Arcadis en Fugro.

  • Belangstelling voor het boek? Mail dan uw adres naar j.w.wassink@tudelft.nl voor een van de vijf gratis exemplaren van het tweetalige (Engels/Nederlandse) boek dat het bedrijf ter beschikking stelt.