Onderwijs

Internationalisering: iedereen moet Nederlands leren

Met een nieuwe wet wil minister Dijkgraaf de toestroom van internationale studenten in banen leiden. Er komt centrale regie, maar hoe die er uit gaat zien blijft onduidelijk.

Aan de TU Delft is het aantal internationale studenten de afgelopen jaren flink gegroeid. (Foto: Justyna Botor)

Internationale studenten moeten ook Nederlands leren, staat in een brief die de minister op vrijdag 21 april naar de Tweede Kamer stuurde. Tot ergernis van de Kamer was deze brief over internationalisering in het hoger onderwijs meerdere keren uitgesteld.

Het is goed voor de samenleving en de kenniseconomie als internationale studenten hierheen komen, onderstreept de minister in een bijbehorend persbericht. “Maar het moet mogelijk zijn om die stroom studenten waar nodig te kunnen beheersen.” Anders leidt internationalisering volgens hem tot “overvolle collegezalen, hoge werkdruk van docenten en gebrek aan huisvesting”.

Ook de toegankelijkheid van opleidingen komt onder druk, stelt de minister. Hij gaat daar niet nader op in, maar het gaat dan vooral om opleidingen met een numerus fixus. In de selectie voor die opleidingen moeten Nederlandse jongeren het immers opnemen tegen een steeds grote groep studenten uit andere landen.

Afgelopen studiejaar waren er volgens het ministerie 115 duizend internationale studenten in Nederland. Dat is 3,5 keer zoveel als in studiejaar 2005-2006. Aan de TU Delft nam het aantal internationale studenten toe van 1.392 in 2005 naar 6.417 in 2021. 

Rem en stuur
“We hebben naast een gaspedaal ook een rem en vooral een stuur nodig”, is Dijkgraafs conclusie. Wat de D66-bewindsman daarbij wil benadrukken: “Nederland is geen eiland – integendeel, we zijn juist één van de meest internationaal verbonden landen van de wereld.”

Voor sommige sectoren lijkt hij de toestroom liever niet te willen indammen. Of zoals het ministerie het samenvat: de minister wil ‘maatwerk’ voor studies als ict en techniek, en voor studies in de tekortsectoren op de arbeidsmarkt.

De aanpak zal per regio verschillen. Universiteiten en hogescholen vlakbij de Duitse en Belgische grens hebben volgens hem een ‘andere positie’ waar het om internationalisering gaat.

Ingrijpen
Wat wil hij doen? Allereerst komt er “een vorm van centrale regievoering” om met maatschappelijke belangen in het achterhoofd naar het naar het hele onderwijsstelsel te kunnen kijken. De vraag naar talent speelt bijvoorbeeld mee in de afwegingen over de toestroom van studenten.

Als het stelsel in gevaar dreigt te komen, wil minister Dijkgraaf mogelijkheden hebben om “in te grijpen”, aldus het persbericht. Maar het is nog niet bekend hoe die regie eruit gaat zien. De precieze vorm ervan “wordt de komende tijd verder uitgewerkt”. Zo stelt hij een deel van zijn plannen toch weer uit, want mogelijke denkrichtingen voor die centrale regie deelt hij nog niet.

Numerus fixus
De toegankelijkheid van het onderwijs wil de minister bevorderen door de regels rond de numerus fixus te veranderen. Opleidingen mogen straks de instroom beperken bij een traject binnen de opleiding, bijvoorbeeld het Engelstalige traject. Dan kunnen Nederlandstalige studenten altijd binnenkomen via de Nederlandstalige variant, terwijl er een grens wordt gesteld aan het aantal studenten in het Engelstalige traject.

Ook komt er een noodrem als een opleiding plotseling overspoeld wordt met studenten van buiten de Europese Unie. Als opleidingen dreigen vol te lopen, kunnen ze de onverwachte stijging stuiten met een ‘noodcapaciteitsfixus’.

Nederlands leren
Ten slotte wil Dijkgraaf dat hogescholen en universiteiten de taalvaardigheid in het Nederlands bij álle studenten gaan bevorderen, dus ook bij de internationale studenten. Een betere beheersing van het Nederlands vergroot hun kansen op de arbeidsmarkt, is de overweging. Bovendien zou de kans dan groter worden dat studenten uit het buitenland na hun studie in Nederland blijven.

Ook vraagt hij hogescholen en universiteiten om de Nederlandse taal in het onderwijs “te behouden en versterken”. Zoals hij schrijft: “Nederlands is en blijft de hoofdtaal, waarbij de toegestane uitzonderingen beter worden gedefinieerd. Dat maakt toezicht hierop mogelijk.”

Daar is wel een nieuw wetsvoorstel voor nodig. Dat zal volgens het ministerie niet eerder van kracht kunnen zijn dan september 2024. Als de Tweede Kamer het accepteert, gaat het hoger onderwijs het komende studiejaar dus nog op de oude voet verder.

HOP, Bas Belleman

HOP Hoger Onderwijs Persbureau

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

redactie@hogeronderwijspersbureau.nl

Comments are closed.