Wetenschap

‘Ik loop voortdurend tegen mijn grenzen aan’

Postdoc Michal Shemesh was vorig jaar net van Israël naar Nederland verhuisd toen de coronacrisis uitbrak. Hoe gaat het nu met haar?

Van links naar rechts: PhD-student Bowen Fan, postdoc Michal Shemesh en Vibhas Mishra. (Fotobewerking eigen foto's)

PhD-studenten en postdocs hebben het – net als andere TU’ers – niet gemakkelijk gehad tijdens de coronacrisis. Door reisbeperkingen zaten sommige onderzoekers vast in het buitenland, terwijl anderen thuisonderwijs aan hun kinderen combineerden met deep thinking. Zo goed en kwaad als het ging. En dan waren talloze onderzoekslaboratoria ook nog eens beperkt toegankelijk. Delta blikt met drie PhD-studenten en postdocs terug op afgelopen jaar. In deel 1 spreken we opnieuw met postdoc Michal Shemesh.

Toen we elkaar de vorige keer spraken was je vooral druk met het combineren van je onderzoek met thuisonderwijs aan je kinderen. Hoe gaat het nu?
“Dat was toen het grootste thema, ja. Inmiddels is daar een veel grotere zorg bij gekomen. In de laatste twee weken van maart dit jaar is mijn gezin besmet geraakt met het coronavirus. Mijn kinderen namen het mee van school. Hoewel we van geluk mogen spreken dat we niet hoefden te worden opgenomen in het ziekenhuis, is het niet gemakkelijk geweest. Dat is het nog niet, want ik kamp met langdurige corona-klachten.”

Hoe uiten de langetermijneffecten van covid zich bij jou?
“In uitputting. Fysiek en mentaal. Ik heb last van hartkloppingen, ben snel buiten adem, kan me maar moeilijk concentreren, ben doodop. Het lijkt alsof mijn hersenen mijn hersenen niet meer zijn. Mijn gedachten zijn niet meer geordend, maar vallen uiteen in onsamenhangende trosjes. Het virus doet iets met je, op allerlei niveaus. Eerst dacht ik: over een weekje is het over. Toen dacht ik: aan het einde van de maand gaat het vast beter. Maar inmiddels kamp ik hier al maanden mee. Ik had nooit gedacht dat het herstelproces maanden later het moeilijkste deel van mijn coronabesmetting zou zijn.”

Hoe combineer je dit met werk? Bén je aan het werk?
“Ik heb net met de bedrijfsarts gepraat. En in overleg met haar werk ik nu 50 procent.”

Je doet een postdoc. Lukt dat, halve dagen werken?
“Ja en nee. Niemand kan mijn onderzoek overnemen, dus het werk stapelt zich alleen maar op. Dat geeft stress, want ik voel de klok van mijn contract, van de academische verwachtingen en van mijn eigen planning alsmaar doortikken. In het begin probeerde ik te doen alsof er niets aan de hand was. Ik werkte door terwijl ik eigenlijk te moe was, ging over mijn grenzen heen. En toen stortte ik opeens in. Ik wist: het is tijd om de bedrijfsarts te bellen. Aan die halve dagen probeer ik me nu streng te houden. Je kunt immers moeilijk herstellen als je keer op keer te veel vraagt van je lichaam.”

Dat lijkt me enorm frustrerend
“Dat is het ook. Ik ben ambitieus. Ik wil graag voldoen aan mijn eigen verwachtingen en die van de academische wereld. Experimenten uitvoeren, onderzoeksresultaten behalen en publiceren. Ik ben ook nog eens met mijn gezin vanuit Israël hierheen gekomen. Zij hebben hun vertrouwde omgeving verlaten voor mijn carrière. En nu kan ik dus niet zoveel doen als ik zou willen. Ik loop steeds tegen mijn grenzen aan. Daar worstel ik ontzettend mee. Hoewel ik weet dat het niet mijn schuld is dat ik ziek ben, voelt het alsof ik faal. Ik wil verder. Publiceren, zodat ik na mijn postdoc voet aan de grond krijg in de academische wereld. Maar goed, ik heb ook veel geleerd de afgelopen tijd. Op het persoonlijke vlak. Daar probeer ik nu mijn voldoening en energie uit te putten.”

Wat heb je geleerd?
“Ik probeer mij erbij neer te leggen dat niet altijd alles gaat zoals ik dat wil en dat ik tijdens mijn postdoc niet al mijn ambities waar kan maken. Ik probeer nu mijn focus te verleggen van het academische naar het persoonlijke. Ik ontmoet nieuwe mensen. Ik leer van ze. Ik probeer les te geven. En ik ben mezelf vragen gaan stellen: waarom vind ik het zo belangrijk om goedkeuring te krijgen van anderen? Waarom vind ik het zo belangrijk om te voldoen aan verwachtingen van de academische wereld? Verwachtingen die – laten we eerlijk zijn – torenhoog zijn. En waarom vind ik het zo moeilijk om hulp te vragen?”

Welke hulp heb je van de TU Delft gekregen het afgelopen jaar?
“Voor mij persoonlijk heeft de TU heel fijn gereageerd. Ik heb vanwege mijn ziekte eerst een gesprek gehad met HR en daarna dus met de bedrijfsarts. Ook mijn begeleidster is geweldig. Ze staat onder enorm veel druk en ze werkt zich een slag in de rondte, maar ze weet toch tijd voor mij vrij te maken.”

Ben je ondanks alle tegenslagen blij met je keuze om naar Nederland te komen voor je postdoc?
“Ja, dat zeker. We hebben vanwege de coronacrisis een hobbelige start gehad, maar inmiddels hebben we allemaal onze plek gevonden. Mijn kinderen spreken een aardig woordje Nederlands, hebben vriendjes en sportclubjes. Mijn man heeft een baan gevonden waarin hij het enorm naar zijn zin heeft. Israël was altijd al een onrustige regio, maar nu is het wel heel extreem. Wat dat betreft is het fijn om in Nederland te zitten, al maak ik me enorm druk om mijn vrienden en familieleden die nog in mijn moederland wonen. En ik? Ik ben gelukkig hier, ondanks de tegenslagen. Ik heb fijne vrienden leren kennen en heb een groep van vrouwelijke academici waar ik veel steun uit put. Ik geniet van de natuur. Ik probeer in mijn achterhoofd te houden dat we middenin een pandemie zitten en dankbaar te zijn dat het niet nóg erger was.”

Dit interview is onderdeel van een reeks gesprekken met postdocs en PhD-studenten over hoe corona hun loopbaan beinvloedt. Lees deze week ook de andere delen.
Lees ook: ‘Ik ben positiever over mijn baankansen dan een jaar geleden’

Nieuwsredacteur Annebelle de Bruijn

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

a.m.debruijn@tudelft.nl

Comments are closed.