Overslaan en naar de inhoud gaan

Universiteiten willen veel meer studenten werven voor hun plusklasjes, honoursprogramma’s en excellentietrajecten. Lukt het niet, dan krijgen ze minder geld van het ministerie. Moet straks iedere student uitblinken?

Nog niet zo lang geleden was excellentie een vies woord, herinnert Hans Adriaansens zich. De oprichter van het allereerste university college werd uitgelachen en gehoond toen hij begin jaren negentig zijn plannen ontvouwde voor een Utrechtse topopleiding voor de allerbeste studenten.

Maar de tijden zijn veranderd: universiteiten gaan allemaal een stuk meer ‘excellente studenten’ opleiden dan nu. Hebben ze tegen 2016 geen vooruitgang geboekt, dan voelen ze dat in hun portemonnee en krijgen ze minder bekostiging.

De grote vraag is alleen wat excellentie is en welke studenten meetellen. De studenten van university colleges zijn per definitie ‘excellent’, net als veel studenten die een researchmaster volgen. Maar een echte norm is er niet. De Vrije Universiteit heeft zelfs even overwogen om topsporters aan te merken als excellente studenten, maar dat is niet doorgegaan.

De Universiteit Utrecht zet hoog in: twaalf procent van de studenten moet in 2015 een excellentietraject volgen. “Wij willen dat alle opleidingen iets extra’s bieden voor studenten die het goed doen”, legt Rob van der Vaart uit. Hij is dean van het Utrechtse university college en tevens verantwoordelijk voor de honoursprogramma’s van de gehele Universiteit Utrecht.

Die ambitie heeft gevolgen. “Het is een stuk drukker geworden”, vindt Liselotte Bingen, die het excellentieprogramma van de faculteit geowetenschappen volgt. Vorig jaar februari begon ze met 24 anderen, dit jaar startten er 43 studenten. “Dat is jammer voor de sfeer, en eigenlijk ook wel voor het idee dat je een select groepje bent.” Bovendien is de omvang van het honoursprogramma gehalveerd: geen dertig studiepunten meer, maar slechts vijftien.

Dat is een weloverwogen keuze, aldus Van der Vaart. “Ten eerste bleek dat sommige studenten hun reguliere cursussen gingen verwaarlozen ten gunste van het extra onderwijs, ten tweede willen we dat excellentie doorsijpelt en ten derde wordt het anders totaal onbetaalbaar.” Om meer studenten tot excellentie te verleiden, hebben veel cursussen nu een honours optie: studenten maken een extra opdracht of doen een groter onderzoek dan medestudenten. Van der Vaart: “Dat geeft ook veel meer mogelijkheden om maatwerk te bieden: studenten kunnen zich extra inspannen voor de cursussen waar zij bovenmatig in geïnteresseerd zijn.”

Ook bij andere universiteiten wordt het excellentie-onderwijs op zo’n manier aangepast. De Vrije Universiteit bijvoorbeeld gaat meer ‘stervarianten’ van reguliere vakken aanbieden. Wat er met de rest van het programma gebeurt, is nog niet duidelijk, maar Orçun Ersungur, masterstudent en oud-lid van de honours council van de VU, vreest voor de interdisciplinaire vakken die nu nog in het programma zitten: “Juist van die vakken heb ik het meest geleerd, ik zou het jammer vinden als ze verloren gingen.”

De VU overwoog ook om niet langer op de tentamencijfers te letten. Aan de rechtenfaculteit moeten eerstejaars gemiddeld een 7,5 staan om in aanmerking te komen, maar in plaats daarvan zou je ook de beste tien procent van het jaar automatisch uitnodigen, ongeacht hun tentamencijfers. Ersungur is blij dat dit plan in de ijskast is gezet. Met zo’n systeem zou het predicaat ‘excellent’ verwateren, denkt hij.

Daar kan de Universiteit Maastricht over meepraten. Die heeft kort geëxperimenteerd met zo’n systeem, vertelt excellentiecoördinator Ellen Bastiaens. Het bleek niet te werken. “We nodigden de beste twintig procent uit voor één van onze excellentieprogramma’s, maar veel van hen konden het niveau helemaal niet aan.”

Toch is het huidige systeem waarbinnen eerstejaars gemiddeld een 7,5 moeten staan om in aanmerking te komen ook niet zaligmakend, vindt ze. “Bij sommige opleidingen is een 7,5 halen gewoon makkelijker dan bij andere opleidingen. Er zijn faculteiten die zeggen; op deze manier gaan we de prestatieafspraken niet halen.”

En dat betekent: minder geld. Dus overweegt ook Maastricht om het programma iets minder gewicht te geven en de eis van dertig extra studiepunten naar beneden bij te stellen. “We zijn er nog niet uit”, aldus Bastiaens. “Het is een zoektocht. Je wilt niet alles in één mal gieten of elke student hetzelfde programma induwen. Maar je moet je wel afvragen: op welk moment beginnen de grenzen tussen gewoon en excellent te vervagen?”

Veel tijd om na te denken hebben ze niet. De tijdelijke overheidssubsidie om excellentietrajecten op te zetten loopt af, terwijl de trajecten faculteiten veel geld kosten. Waar moet dat geld vandaan komen? Hoewel de Tweede Kamer zijn bedenkingen heeft, geeft minister Bussemaker toestemming voor een experiment met hoger collegegeld voor een excellentietraject. Opleidingen mogen hooguit twee keer het wettelijke collegegeld vragen. Als de trajecten te duur worden, komt er niemand opdagen, zei ze in de Tweede Kamer. “Het is nu al moeilijk om er meer dan een paar studenten voor geïnteresseerd te krijgen.”

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe