Overslaan en naar de inhoud gaan
TU Delft Delta studentenraad Oras, Lijst Beta
De lijsttrekkers: Charlotte Kaanen (Oras, links) en Marijn van Steen (Lijst Bèta). (Foto: Sam Rentmeester)

Op wie stem jij bij de studentenraadsverkiezingen van 23 en 24 mei? Lijsttrekkers Charlotte Kaanen (Oras) en Marijn van Steen (Lijst Bèta) laten zich uit over vijf prangende kwesties aan de TU Delft.

Wie zijn de lijsttrekkers dit jaar? Allereerst een voorstelrondje:

TU Delft Delta lijsttrekker Charlotte Kaanen Oras
Charlotte Kaanen gaat voor Oras. (Foto: Sam Rentmeester)

Charlotte Kaanen, Oras

Charlotte Kaanen (20) is derdejaars klinische technologie en heeft voor haar minor twee maanden in Nigeria onderzoek gedaan naar het gehoor van werknemers. Ze is lid van het Delftsch Studenten Corps en heeft als hobby’s zeilen en dansen. Waarom ze voor Oras kiest? “Bij Oras gaat het om drie pijlers: onderwijs, faciliteiten en ontplooiing. De dingen die Oras heeft bereikt spreken mij erg aan, waaronder Collegerama. Dat was er zonder Oras niet geweest.”

TU Delft Delta lijsttrekker Lijst Bèta Marijn van Steen
Marijn van Steen kiest voor Lijst Bèta. (Foto: Sam Rentmeester)

Marijn van Steen, Lijst Bèta

Marijn van Steen (22) is vierdejaars bouwkunde, zingt in een koortje (popmuziek) en houdt van boulderen, wandklimmen zonder zekering. Tot voor kort werkte ze als kok in een restaurant. Ze zit nu voor het tweede jaar in de facultaire studentenraad van de faculteit Bouwkunde. Waarom kiest ze voor Lijst Bèta? “Lijst Bèta is van mening dat onderwijs een middel is om grote problemen in de samenleving te tackelen.”

We legden Charlotte en Marijn vijf stellingen voor:

  • De TU Delft moet vaker een stop op het aantal internationale studenten zetten, zoals bij technische informatica gebeurde.

Marijn: “Dat is een noodmaatregel geweest. Lijst Bèta is niet voor selectie. Iedereen zou moeten kunnen studeren. Alleen bij nood of als de onderwijskwaliteit er onder lijdt, moet er een noodmaatregel getroffen kunnen worden.”

Charlotte: “Er komen alleen maar meer studenten naar de TU. Je wilt dat het onderwijs zich daar op aanpast. Opleidingen moeten toegankelijk blijven voor iedereen.”

  • Verengelsing aan de TU Delft is te ver doorgeschoten.

Marijn: “Het zou om de kwaliteit van het onderwijs moeten gaan, niet om ‘Engels om het verengelsen’. Er moet altijd een toetsing zijn. Ik denk dat het Engels van scholieren steeds beter wordt. Uiteindelijk hebben studenten er veel aan als een Engelstalige expert op een vakgebied kennis komt delen.”

Charlotte: “Het hangt af van het vak of de studie of je Engels nodig hebt. Als een vak erg Nederlands is, lijkt het me beter om dat in het Nederlands te geven. Bij andere vakken is de markt of het vakgebied meer Engelstalig. In principe kunnen Nederlandse docenten zich beter in het Nederlands uitdrukken.”

  • Liever meer docenten dan meer studieplekken.

Marijn: “Dat is een dilemma. Het hangt af van de faculteit. Enkele jaren geleden was bij de faculteit 3mE de ratio student-docent uit balans. Als ik moet kiezen ga ik voor de docenten, omdat studenten dan persoonlijke aandacht kunnen krijgen.”

Charlotte: “Lastige vraag. Meer docenten: ja. Als er meer studenten zijn, wil je meer persoonlijke aandacht, maar je wilt ook kunnen studeren. Je hebt ruimte nodig om te kunnen studeren. Het liefst zou je het geld verdelen over die twee. Ze moeten allebei meegroeien.”

  • De lange wachttijden bij de studentenpsychologen laten zien dat de TU te veel van studenten vraagt.

Marijn: “Ik denk dat dit niet per se iets van de TU is, maar van deze generatie. Je moet presteren, commissies doen... je moet van alles. Het is begrijpelijk dat studenten dan kampen met psychische klachten. De TU kan wel meer doen bij het voorkomen van die klachten.”

Charlotte: “Het afgelopen jaar is er een extra studentenpsycholoog gekomen dankzij Oras. Helaas zijn er nog lange wachttijden. Ik weet niet of dat komt omdat de TU te veel vraagt. Er zouden minder verplichtingen moeten komen, zodat studenten op hun eigen manier kunnen studeren. Ik ben tegen verplichtingen in het onderwijs.”

  • Vanwege klimaatverandering zou de TU onderzoek naar winning en gebruik van fossiele brandstoffen moeten stoppen.

Marijn: “Nu is er nog vraag naar die kennis en zijn er banen in die sector. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is te kijken naar alternatieven. De TU heeft een voorstrekkersrol. Idealiter is de campus over een tijd circulair en energieneutraal.”

Charlotte: “Oras heeft meegewerkt aan een plan van de TU over duurzaamheid. De TU wil per 2030 een energieneutrale campus hebben, dus de universiteit is er mee bezig. Oras ook. Oras ondersteunt Green Office  en Students 4 Sustainability. 

Grootste verschillen

Weet je nu nog steeds niet op wie je gaat stemmen? Niet getreurd. We vroegen beide lijsttrekkers naar de grootste verschillen tussen hun partijen.

Marijn: “Lijst Bèta focust zich voornamelijk op onderwijs, daarbij zijn drie aspecten belangrijk:

  1. Het onderwijs moet progressief met zijn tijd meegaan, met gebruik van nieuwe technieken zoals blended learning (een mix van online en campus onderwijs, red.).
  2. Onderwijsfaciliteiten zijn het fundament. Zonder goede plek hebt om te studeren, schiet het niet op.
  3. Onderwijs moet toekomstbestendig en duurzaam zijn. We moeten op een innovatieve manier omgaan met grote problemen zoals klimaatverandering.

Wij hebben een internationale student op plek 3 staan, bijna eenvijfde van de studenten is internationaal.

Charlotte: “Oras is er voor de actieve en gemotiveerde studenten. Je krijgt de beste ingenieurs door goed onderwijs, ondersteund door de juiste faciliteiten. Het gaat niet alleen om onderwijs, waarvan wij trouwens vinden dat het kleinschalig en flexibel moet zijn. Het gaat ook om faciliteiten zoals studieplekken, sport en cultuur en collegerama, én het gaat om de mogelijkheid tot ontplooiing zoals in een dreamteam of in een commissie. Het is de combinatie van onderwijs, faciliteiten en ontplooiing. Daarvan is niet eentje het belangrijkst.”

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe