Overslaan en naar de inhoud gaan
Betaalbare operatiekamerapparatuur kan in Afrika veel levens redden. Helaas zien maar weinig het continent als opkomende economie. CASE wil daar verandering in brengen.
Julie Fleischer en Roos Oosting met hun prototypes. (Foto: Sam Rentmeester)

Betaalbare operatiekamerapparatuur kan in Afrika veel levens redden. Helaas zijn er nog veel obstakels om deze te produceren. Case wil daar verandering in brengen.

Read in English

Case is een klein bedrijf met een grote ambitie: instrumenten produceren voor wereldwijde gezondheidszorg. Achter Case zitten biomedisch ingenieur ir. Julie Fleischer en haar collega dr.ir. Roos Oosting. Ze ontwerpen operatiekamer (OK)-instrumenten voor landen met lage en middelhoge inkomens (LMIC’s) zoals India en Kenia.

Oosting ontwikkelde als deel van haar promotieonderzoek een dummy voor een diathermie apparaat (een elektrische scalpel die bloedvaatjes dichtschroeit). Ze schat dat de basisversie van de electro surgery unit (ESU) voor duizend euro geleverd kan worden. Haar collega Julie Fleischer maakte een video-laryngoscoop die gebruikt wordt voor de intubatie van een patiënt op de operatietafel. Zij denkt dat het instrument voor 200 euro op de markt kan komen. Na afstuderen en promotie volgt nu het moeilijkste deel: de instrumenten laten produceren en op de markt brengen.

Internationale impact
“Een promovendus concentreert zich op publicaties en proefschrift”, zegt Oosting. Zelf promoveerde ze afgelopen december. “De invoering van de technologie is van later zorg. Mensen onderschatten vaak wat daarvoor nodig is.” Een belangrijke uitzondering op die regel is het TU Delft Global Initiative dat wetenschappelijke vindingen juist concreet wil maken voor gezondheidszorg, drinkwater en stedenbouw. Het is dan ook geen toeval dat het Global Initiative het promotieonderzoek van Oosting financierde.

Oosting kwam als tiener in Rwanda, en de armoede die ze daar zag maakte een blijvende indruk. Geen wonder dus dat ze haar promotieonderzoek richtte op een betere wereldwijde beschikbaarheid van chirurgisch instrumentarium. Ze keerde terug naar Afrika om in vijf maanden tijd een beeld te krijgen van de ziekenhuispraktijk. Via de Kenyatta Universiteit in Nairobi, Kenia kwam ze in contact met lokale artsen en chirurgen.

‘Goedbedoelde donaties van westerse medische apparatuur zijn vaak overbodig’

Voor westerse bezoekers zijn taferelen in een Afrikaans ziekenhuis vaak schokkend. De stroom valt regelmatig uit, onderdelen voor eenmalig gebruik worden herhaaldelijk gespoeld en hergebruikt. Nieuwe apparatuur, vaak made in China, is van slechte kwaliteit en komt zonder gebruiksaanwijzing of onderhoud. Geschonken apparatuur uit Europa of de Verenigde Staten is vaak niet aan te sluiten of kapot, en staat opgestapeld in de gang of op een veranda.

“Goedbedoelde donaties van westerse medische apparatuur aan Afrikaanse ziekenhuizen zijn vaak overbodig. In de praktijk draait donatie vaak uit op een dumping van apparatuur die niet gebruikt wordt”, aldus Oosting.

Speciaal voor Afrika
De tientallen chirurgen die ze sprak waren het er over eens dat een betrouwbare diathermieset een aanwinst zou zijn voor de chirurgische praktijk. Hoe moeilijk zou het zijn om een ESU speciaal voor Afrika te ontwikkelen in plaats van afgeschreven apparatuur te doneren? Oosting stelde een lijst op van eisen waar zo’n toestel aan moet voldoen: onderdelen moeten herbruikbaar zijn; er moet een duidelijke gebruiksaanwijzing bij zitten; het toestel moet bestand zijn tegen stroomstoringen, op batterijen kunnen werken en draagbaar zijn.

Ze maakte een dummy van een diathermietoestel om het gesprek erover zo concreet mogelijk te maken. Oosting denkt dat een betrouwbare elektrochirurgie unit geproduceerd kan worden voor een fractie van wat zoiets in een Europees ziekenhuis kost.

In de keel kijken
Haar collega Fleischer bevindt zich in een vergelijkbare situatie. Fleischer ontwikkelde een video-laryngoscoop - een instrument dat door de mond van een patiënt onder narcose wordt ingebracht in de keel. Het instrument voert een slang in de luchtpijp van de patiënt en houdt de tong op zijn plek.

Het apparaat bevat een eenvoudige USB-camera met batterijvoeding. De videobeelden zijn te zien op een mobiele telefoon. Onderdelen van het instrument kunnen worden losgehaald en gespoeld met een Cidex-oplossing voor desinfectie.

Overal obstakels
De behoefte aan dit soort betaalbare en betrouwbare instrumenten in landen met een laag en middelhoog inkomen is groot. De grote vraag is: waarom worden ze niet geproduceerd?
De belangrijkste struikelblokken zijn:

  • Promovendi concentreren zich op publicaties en hun proefschrift. Ze worden opgeleid tot academische onderzoekers, niet als praktische probleemoplossers.
  • Een langdurige relatie met een lokale partner is onmisbaar om nieuwe apparatuur in de praktijk te testen. Dat doe je niet zomaar even.
  • Technologie die niet gepatenteerd kan worden, bijvoorbeeld omdat het een variatie is op een bestaand instrument, is niet interessant voor investeerders omdat het makkelijk gekopieerd kan worden.
  • Producenten van medische instrumenten willen hun eigen markt niet verpesten door een goedkope versie op de markt te brengen (voor LMICs) van in wezen hetzelfde apparaat.
  • Goedkopere medische instrumenten ondervinden sterke concurrentie vanuit China.

Investeerders
Is het ondanks die bezwaren mogelijk om dit soort medische apparatuur op de markt te brengen in India of Afrika? Als er een manier is, dan zou dr.ir. Tim Horeman dat moeten weten. Hij is universitair docent bij de afdeling biomechanica bij de sectie duurzame chirurgie van de faculteit 3mE. In 2016 werd hij benoemd tot ingenieur van het jaar, en hij heeft een reputatie opgebouwd in het overbrengen van nieuwe technologie naar de operatiepraktijk.

“Je hebt een stevige investering nodig van een half tot één miljoen euro voor de ontwikkeling van het diathermie toestel”, mailt Horeman. “Zonder een solide ondernemingsplan is dat voor veel hulporganisaties een te groot bedrag. Het is nobel om technologie te ontwikkelen voor plekken waar weinig is, en waar weinig verdiend wordt, maar omdat de ontwikkeling kapitaal-gedreven is, gebeurt dat op plekken waar geld is. Zie je het probleem?”

Horeman noemt een ‘truc’ om de gezondheidszorg goedkoper en daardoor meer toegankelijk te maken, namelijk: innovatie. Als voorbeeld noemt hij de Surge-on technologie. “Daarmee zijn instrumenten te maken voor sleutelgatchirurgie die zonder kabels goed stuurbaar zijn. Het aantal bewegende delen is daardoor gehalveerd. Instrumenten zijn demontabel, dunner, goed schoon te maken en het zijn de enige herbruikbare instrumenten met een Amerikaanse toelating. Als die instrumenten op grote schaal in rijke ziekenhuizen gebruikt worden, dan zakt de prijs en worden ze ook bereikbaar voor armere landen.”

Funding vinden
Case houdt het op een meer directe benadering. Fleischer en Oosting willen in februari op zoek gaan naar investeerders. Fleischer noemt het EIT Health programma (hoewel dat zich nadrukkelijk op Europa richt); de Bill & Melinda Gates foundation (mits de instrumenten binnen een van de grote programma’s past); het YesDelft investeerders netwerk; en NLC, investeerder in gezondheidstechnologie. “Ik hoop dat we binnen drie jaar een werkende formule hebben gevonden”, zegt Fleischer.

Ze is ervan overtuigd dat ‘er geld te verdienen is in Afrika’. “Als je de afstemming maar goed krijgt. We moeten ophouden het continent als dump te beschouwen, en het gaan zien als opkomende economie.”

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe