Afgelopen vrijdag 14 januari om 11.21 uur ontvingen Stefano Speretta en collega’s op EWI de eerste signalen van hun minisatelliet. Het tergende wachten was eindelijk voorbij.
(Illustratie: Marc Thiébaut, MLabspace for TU Delft)

Afgelopen vrijdag 14 januari om 11.21 uur ontvingen Stefano Speretta en collega’s op EWI de eerste signalen van hun minisatelliet. Het tergende wachten was eindelijk voorbij.

Read in English

De lancering van de SpaceX Transporter 3 op 13 januari 2022 vanaf Cape Canaveral verliep routineus. Acht minuten na de lancering landde de eerste trap alweer precies op de plek van vertrek. De rest van Transporter klom in de volgende 50 minuten van 200 naar ruim 500 kilometer hoogte met aan boord: 105 satellietjes die in een baan om de aarde gebracht moesten worden.
De Delftse minisatelliet Delfi-PQ (slechts 5 bij 5 bij 17 centimeter) was als tweede aan de beurt om uitgezet te worden. Dat gaat vanuit een uitwerpdoos (ejector box of deployer) met een veer onder spanning, vertelt dr. Stefano Speretta (faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek). Samen met collega’s dr. Alessandra Menicucci en Sevket Uludag heeft hij jaren besteed aan het ontwerp en de bouw van de minisatelliet die nu op het punt stond de ruimte te betreden. Met een sensor in iedere box ziet de vluchtleiding of een lading is uitgezet.

(Falcon 9 Transporter 3 op Youtube)

Een uur na de lancering was het zover. Op 535 kilometer hoogte werden de pakketjes met ongeveer 30 seconden tussentijd uitgezet. Het Delftse team keek gespannen mee met de livestream. De vluchtleiding meldde de betreffende missie en voegde eraan toe ‘separation confirmed’.  Speretta hoorde de bevestiging van de eerste missie en na een tijdje de derde missie. En nummer twee dan? Hun eigen Delfi-PQ? Was die blijven steken? Dat zal toch niet waar zijn?

Er hing nogal wat vanaf voor de Delftse onderzoekers. Ze begonnen in 2016 met het ontwerp en bouw van hun minisatelliet. Ze wilden onderzoeken of het mogelijk is om met zulke kleine (en relatief goedkope) satellieten aardobservaties te doen. Bij voorkeur in een zwerm van onderling communicerende minisatellieten.

Antennes, sensoren, energievoorziening, micropropulsiesysteem, reflectoren en een communicatiesysteem – alles moest passen in het formaat van een brillenkoker. Maar toen ze in 2018 eenmaal klaar waren met de bouw, mislukte de lancering keer op keer. De ene keer door een faillissement, een andere keer doordat ze geen toestemming kregen. Gedoe. Totdat de Transporter 3 mission van SpaceX uitkomst bood. Eindelijk ging op 13 januari hun minisatelliet de ruimte in. Maar de onzekerheid duurde voort. Was Delfi-PQ uitgezet? Kwam het kleinood tot leven?

Het werd een onrustige nacht

Het luisteren naar satellieten is lastig omdat ze maar enkele uren per dag boven de horizon uitkomen, en dan is er telkens maar een beperkte periode dat ze overkomen. Meestal zo’n drie keer voordat ze achter de horizon verdwijnen. Dus luisterden de onderzoekers vanaf het grondstation op het gebouw van EWI om 7 uur ’s avonds. Niks. Half negen. Niks. Elf uur ’s avonds. Nog steeds geen signaal. Dat werd een onrustige nacht.

De volgende ochtend, vrijdag 14 januari, was er een online bericht uit Vietnam. Een universiteit daar dacht de Delfi-PQ gehoord te hebben omdat Delfi-PQ qua plek en radiofrequentie dicht in de buurt zat van hun eigen missie. Dat begon goed.

Om 8.30 uur was de eerstvolgende overkomst. De onderzoekers spitsten hun oren. Er was een signaal, maar het was te zwak om zeker te zijn dat het van Delfi-PQ afkomstig was. De onzekerheid duurde voort, maar er gloorde hoop.

De tweede overkomst, om kwart over elf, bracht een einde aan de spanning en de onzekerheid. Het signaal was sterk en ze herkenden de identifier van Delfi-PQ. Eindelijk verlossing. Speretta, Menicucci en Uludag konden met een opgelucht gemoed het weekend in.