Campus

Heel Nederland zag hoe Franziska Bollerey haar archief verloor

Op 13 mei 2008 brandde de faculteit Bouwkunde af. Vijftien jaar later blikken TU’ers terug aan de hand van voorwerpen. Deel 1: de verbrande documenten van Franziska Bollerey.

Franziska Bollerey ondervindt tot op de dag van vandaag hinder van het verlies van haar persoonlijke archief. (Foto: Jaden Accord)

Ze staan voor de hoogleraar architectuur en stedenbouwgeschiedenis symbool voor verlies: de ansichtkaarten, A4-tjes, historische documenten en handgeschreven brieven met zwartgeblakerde randen. In haar woonkamer aan de Oude Delft haalt Franziska Bollerey behoedzaam het stapeltje papieren uit een witte plastic tas. Ze zijn nog leesbaar, maar veel heeft ze er niet aan. Het zijn “immers losse vellen papier, geen opeenvolgende documenten.” En toch kan ze er geen afstand van doen.

Bollerey raakte door de brand haar volledige persoonlijke archief kwijt. Neem de historische documenten die ze al dertig jaar verzamelde over vrouwen in de architectuur. “Tegenwoordig is er meer aandacht voor vrouwelijke pioniers maar toentertijd was ik één van de weinigen die dat deed.” Of haar eigen briefwisselingen met bekende persoonlijkheden uit de cultuur- en architectuurgeschiedenis. “Ik schreef uitvoerig met mensen als Harald Szeemann – een beroemde Zwitserse curator – en stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren. Hij ontwierp het stedenbouwkundige plan voor de TU Delft-campus.” Haar persoonlijke archief omvatte ‘vele lopende meters’ aan archiefkasten.

Geen vogels
Het stapeltje verbrande documenten vormt één van de weinige onderdelen die van haar historische collectie overgebleven zijn. Onbekenden vonden ze na de brand terug in Delft en omstreken. Ze brachten de zwartgeblakerde papieren bij haar langs of ze stuurden ze op. ‘Beste professor, we kunnen ons voorstellen dat u dit terug wil hebben’, staat op een handgeschreven briefje dat iemand meestuurde met een teruggevonden ansichtkaart. Sommige papieren vonden zo helemaal vanuit Rotterdam hun weg terug naar Delft.

Bollerey sloeg de brand in eerste instantie vanaf het dak van de TU Library gade, samen met haar vriend Axel. “Opeens vroeg hij waarom er zoveel vogels rond de faculteit zwermden. Toen we beter keken zagen we dat het geen vogels waren, maar rondvliegende papieren. Het waren er wel honderden.” Daarna keerde ze naar huis. Thuis zitten was immers beter dan hulpeloos toekijken.

 

Later die dag rinkelde de telefoon. Het was een journalist. Of ze naar de faculteit wilde komen om een interview te geven over de historische stoelencollectie van Bouwkunde? Na twee extra telefoontjes ging ze overstag. Ze keerde terug naar het brandende gebouw. “Dat had ik niet moeten doen”, verzucht ze. “De brand was gewoon té emotioneel voor mij.

 

Heel Nederland zag die avond op televisie hoe het gebouw instortte en ze vervolgens in huilen uitbarstte. Een foto van dat moment  – Bollerey huilend, de armen van Axel om haar heen gevouwen – verscheen op alle voorpagina’s. “NRC, Volkskrant, noem maar op.” Tot weken na de brand spraken vreemden haar aan op straat. “U bent toch die vrouw van de Bouwkundebrand?” vroegen ze. De foto die in alle kranten stond, heeft ze nog steeds.

Schrijven zonder archief
Bollerey heeft nog jarenlang last van de brand gehad. Niet alleen in emotioneel, maar ook in praktisch opzicht. “Wanneer mensen mij in de maanden na de brand vroegen voor lezingen, presentaties of academische publicaties, zei ik altijd spontaan ja. Om steeds weer te ontdekken dat ik de juiste historische documenten niet meer had.” Sterker nog: vandaag de dag heeft ze er nog last van. “Ik heb recent een boekhoofdstuk geschreven over vrouwen in de Centraal-Europese architectuur. Daar had ik de documenten die ik al sinds mijn studententijd verzamelde goed voor kunnen gebruiken.”

De catastrofe bracht haar ook nieuwe dingen. Zo’n twee maanden na de brand schreef ze universiteiten en collega’s overal ter wereld aan. Of ze boeken en dia’s konden missen? Hoewel veel boeken uit de algemene bibliotheek van Bouwkunde werden gered, raakte haar onderzoeksinstituut Institute of History of Art, Architecture and Urbanism (IHAAU) namelijk honderden boeken, tienduizenden dia’s en tientallen meters aan historische archieven kwijt. Kennissen uit de academische wereld en andere vakgenoten gaven massaal gehoor aan haar oproep. Nog maanden na de brand stroomden vanuit heel Europa dozen met boeken binnen. “En dan waren er ook nog al die mensen die verbrande papieren langsbrachten. Heel bijzonder.”

Inmiddels is de brand voor haar geen emotioneel beladen onderwerp meer, vertelt ze. “Uiteindelijk is het erger om een dierbare te verliezen dan je intellectuele leven.” Zo af en toe komen herinneringen  nog boven drijven. Wanneer ze aan een wetenschappelijke publicatie schrijft bijvoorbeeld. Of in februari nog, toen ze op het station van Delft stond te wachten op de trein. Een onbekende vrouw bleef haar maar aankijken. “Ik glimlachte naar haar en ze zei vervolgens dat ze me ergens van kende. Ze riep uit: ‘U bent toch die vrouw van de Bouwkundebrand?’ Moet je nagaan. Vijftien jaar later ben ik nog steeds met de vuurzee verbonden.”

Delta maakte een verhalende podcast over de brand. Samen met podcastmakers Geert Vlieger en Bianca schrijver blikken TU’ers, een gemeentelijk medewerker en een brandweerman terug op de cruciale beslissingen die ze die dag moesten nemen. Hier vind je alle links naar jouw favoriete podcastplatforms.

 

De komende tijd zijn er ook verhalen te lezen over de periode na de brand. Zo vertelt voormalig decaan maandag 22 mei over het tentenkamp waar Bouwkunde-studenten les kregen en de verhuizing naar een nieuw gebouw.

 

Met dank aan Jules Schoonman.

Nieuwsredacteur Annebelle de Bruijn

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

a.m.debruijn@tudelft.nl

Comments are closed.