'Grotere diepgang dan NRC en Volkskrant'

'De Nederlandse, wetenschappelijke versie van de New York Review of Books'. De redactie van De Academische Boekengids is weinig bescheiden over de opvolger van de Amsterdamse Boekengids.

/strong>Het eerste nummer is deze week beland op de bureaus van Delftse, Amsterdamse, Utrechtse, Groningse en Leidse universitaire wetenschappers. De Academische Boekengids werd vorige week met de nodige tamtam gepresenteerd in de Amsterdamse sociëteit Baby. Het gaat dan ook niet zomaar om een nieuw blaadje. ,,Een grotere diepgang dan de boeken- en wetenschapsbijlagen van NRC en Volkskrant‘', hoopt Wiek Röling, redactielid en hoogleraar architectuur bij Bouwkunde. De Boekengids zal voorlopig vier maal per jaar verschijnen.De Academische Boekengids vist in dezelfde vijver als NRC en Volkskrant, geeft Röling toe. ,,In bepaalde opzichten is er absoluut overlapping.'' Maar volgens de Delftse architect zit de redactie van De Boekengids, bestaande uit gerenommeerde wetenschappers, veel dichter met de neus op de wetenschap dan journalisten. Daardoor is het blad beter in staat los te komen van de waan van de dag.Wetenschappers schrijven hun stuk in De Boekengids zelf, zonder journalist als intermediair. Dat levert natuurlijk het gevaar op van onleesbare stukken. De schrijfvaardigheid van een wetenschapper is volgens Röling daarom een belangrijk criterium bij de selectie. ,,Soms zeggen we: het is een prima wetenschapper, maar zo'n droogkloot, we vragen 'm toch maar niet.''Om de juistheid van deze formule te bewijzen opent Neerlands meest mediagenieke wetenschapper het eerste nummer van De Academische Boekengids. Maarten van Rossem betoogt dat de Amerikaanse presidentskandidaat McCain het weliswaar afgelegd heeft tegen partijgenoot Bush, maar dat de Republikeinse partij de komende jaren toch McCains standpunten zal overnemen.TaaiVan Rossems pen is inderdaad minstens zo vlot als die van de gemiddelde wetenschapsjournalist. Maar dat geldt helaas niet voor alle auteurs. Het stuk over 25 jaar Sociaal en Cultureel Planbureau is taai en te lang. Te vrezen valt daarom dat De Boekengids in de toekomst stilistisch niet aan de wetenschaps- en boekenbijlagen van de grote kranten zal kunnen tippen.De Boekengids heeft nog een nadeel: de actualiteit is ver te zoeken. De artikelen worden vele maanden van tevoren op de rails gezet, terwijl een wetenschapsjournalist binnen twee dagen een verhaal kan maken. ,,Een groot bezwaar'', erkent Röling.Ondanks deze kritiek is het eerste nummer van De Boekengids zeer interessant en degelijk. Delftse bijdragen staan er helaas nog niet in, het zijn vooral de alfawetenschappen die domineren. Maar dat verandert, belooft uitgever Suzanne Bogman van Amsterdam University Press. In het komend nummer, dat in augustus verschijnt, staat een stuk over ruimtelijke ordening met Delftse inbreng. En eind oktober een artikel van civiel-hoogleraar D’Angremond. Het onderwerp, hoekan het anders: watermanagement.

‘De Nederlandse, wetenschappelijke versie van de New York Review of Books'. De redactie van De Academische Boekengids is weinig bescheiden over de opvolger van de Amsterdamse Boekengids.Het eerste nummer is deze week beland op de bureaus van Delftse, Amsterdamse, Utrechtse, Groningse en Leidse universitaire wetenschappers. De Academische Boekengids werd vorige week met de nodige tamtam gepresenteerd in de Amsterdamse sociëteit Baby. Het gaat dan ook niet zomaar om een nieuw blaadje. ,,Een grotere diepgang dan de boeken- en wetenschapsbijlagen van NRC en Volkskrant'', hoopt Wiek Röling, redactielid en hoogleraar architectuur bij Bouwkunde. De Boekengids zal voorlopig vier maal per jaar verschijnen.De Academische Boekengids vist in dezelfde vijver als NRC en Volkskrant, geeft Röling toe. ,,In bepaalde opzichten is er absoluut overlapping.'' Maar volgens de Delftse architect zit de redactie van De Boekengids, bestaande uit gerenommeerde wetenschappers, veel dichter met de neus op de wetenschap dan journalisten. Daardoor is het blad beter in staat los te komen van de waan van de dag.Wetenschappers schrijven hun stuk in De Boekengids zelf, zonder journalist als intermediair. Dat levert natuurlijk het gevaar op van onleesbare stukken. De schrijfvaardigheid van een wetenschapper is volgens Röling daarom een belangrijk criterium bij de selectie. ,,Soms zeggen we: het is een prima wetenschapper, maar zo'n droogkloot, we vragen 'm toch maar niet.''Om de juistheid van deze formule te bewijzen opent Neerlands meest mediagenieke wetenschapper het eerste nummer van De Academische Boekengids. Maarten van Rossem betoogt dat de Amerikaanse presidentskandidaat McCain het weliswaar afgelegd heeft tegen partijgenoot Bush, maar dat de Republikeinse partij de komende jaren toch McCains standpunten zal overnemen.TaaiVan Rossems pen is inderdaad minstens zo vlot als die van de gemiddelde wetenschapsjournalist. Maar dat geldt helaas niet voor alle auteurs. Het stuk over 25 jaar Sociaal en Cultureel Planbureau is taai en te lang. Te vrezen valt daarom dat De Boekengids in de toekomst stilistisch niet aan de wetenschaps- en boekenbijlagen van de grote kranten zal kunnen tippen.De Boekengids heeft nog een nadeel: de actualiteit is ver te zoeken. De artikelen worden vele maanden van tevoren op de rails gezet, terwijl een wetenschapsjournalist binnen twee dagen een verhaal kan maken. ,,Een groot bezwaar'', erkent Röling.Ondanks deze kritiek is het eerste nummer van De Boekengids zeer interessant en degelijk. Delftse bijdragen staan er helaas nog niet in, het zijn vooral de alfawetenschappen die domineren. Maar dat verandert, belooft uitgever Suzanne Bogman van Amsterdam University Press. In het komend nummer, dat in augustus verschijnt, staat een stuk over ruimtelijke ordening met Delftse inbreng. En eind oktober een artikel van civiel-hoogleraar D’Angremond. Het onderwerp, hoekan het anders: watermanagement.