Honderdduizenden nieuwe woningen bouwen in de Randstad, met een stijging van de zeespiegel in het verschiet? Hoogleraar stedenbouw Maarten van Ham heeft zijn bedenkingen.
Woonwijk in aanbouw in Pijnacker. (Foto: Sam Rentmeester)

Honderdduizenden nieuwe woningen bouwen in de Randstad, met een stijging van de zeespiegel in het verschiet? Hoogleraar stedenbouwkunde Maarten van Ham heeft zijn bedenkingen.

Read in English

De klimaattop die nu plaatsvindt in Glasgow drukt de mensheid weer met de neus op de feiten: het gaat niet goed met het klimaat. Ondertussen heeft Nederland een woningprobleem: studenten blijven bij hun ouders wonen uit gebrek aan studentenkamers, starters kunnen geen huis kopen door de hoge prijzen. Er is vraag naar meer huizen. De oplossing van de VVD is ‘bouwen, bouwen, bouwen’ en het kabinet heeft bevestigd de komende jaren een miljoen woningen te willen bouwen. “Dat is natuurlijk grote onzin”, stelt Maarten van Ham, hoogleraar stedenbouwkunde aan de TU Delft.

Lost meer huizen bouwen de woningnood dan niet op?
“Er is niet alleen sprake van een tekort. Het is ook een verdeelprobleem. We moeten eerst kijken hoe we de bestaande voorraad goed kunnen gebruiken. Lastig hierin is dat veel babyboomers veel te groot wonen. Deze groep mensen moet eigenlijk verhuizen naar kleinere levensloopbestendige woningen, waar ouderen echt oud kunnen worden. Maar daar wil deze generatie nog niet aan toegeven.”

Dus geen miljoen woningen bijbouwen?
“Die aantallen zijn absurd. Een miljoen nieuwe woningen is een miljoen keer meer beton, hout en energie. Dat is natuurlijk totaal niet duurzaam. En als we toch zoveel extra huizen nodig hebben, dan is het de grote vraag of we deze niet beter in het oosten van het land kunnen bouwen. Daar zijn de steden beter bestand tegen de voorspelde zeespiegelstijging door klimaatverandering.”

‘Het is eigenlijk gestoord om zoveel nieuwe huizen bij te bouwen onder zeeniveau’

Moeten we onze huidige steden dan vergeten en nieuwe steden boven zeeniveau bouwen?
“Zo makkelijk gaat dat niet. Onze steden hebben een cultuurhistorische waarde en het is daarom een groot dilemma waar nieuwe woningen moeten komen. Er is een hang naar de steden, maar het is eigenlijk gestoord om zoveel nieuwe huizen bij te bouwen onder zeeniveau. Misschien moeten we op termijn een pact sluiten met Duitsland om de Nederlanders langzaam daarheen te verhuizen en van ons land een groot nat natuurgebied te maken. Voorlopig zal dat wel niet gebeuren.”

Waarom zouden we naar Duitsland moeten? Nederlandse ingenieurs kunnen toch heel nieuw land maken? Kijk naar Flevoland.
“Dat klopt. Het is fascinerend wat ingenieurs allemaal mogelijk kunnen maken. Neem de rijksweg A4 tussen Schiedam en Delft. Dagelijks wordt er een miljoen liter water weggepompt om het grondwater te reguleren. Dit is een fantastisch staaltje ingenieurswerk, maar vanuit duurzaamheidsperspectief is het krankzinnig. Ik denk dat we nog lang niet aan de grenzen zijn aan wat ingenieurs kunnen, maar er komt natuurlijk een moment dat het leven op land onder zeeniveau niet meer haalbaar is.”

Maarten van Ham: “De stad heeft zich in de loop van de jaren binnenstebuiten gekeerd.” (Foto: Sam Rentmeester)

Voorlopig dan toch maar bijbouwen rondom de huidige steden?
“Voorlopig wel. Het mooiste is natuurlijk om in de huidige steden de hoogte in te gaan, zodat we niet heel Nederland volbouwen. Dat scheelt grond, bouwmaterialen en energie. Utrecht heeft bijvoorbeeld de ambitie om een ‘tienminutenstad’ te worden, waar alle voorzieningen op maximaal tien minuten loop- of fietsafstand zijn. Dat is een mooi streven.”

Nederland bestaat grotendeels uit modder, dan kunnen we toch niet ver de hoogte in?
“Na jarenlange ervaring zijn Nederlanders expert geworden in het bouwen op slappe grond. Zolang er onder de modder maar een vaste zandlaag is om een fundering op te bouwen, lukt dit wel. Op die manier kunnen we aan de behoefte voldoen om zoveel mogelijk in de steden te wonen. Wat we wel meer zullen zien is dat arm en rijk steeds verder uit elkaar gaan wonen.”

De rijken wonen in de steden en de armen steeds verder daarbuiten?
“Ja, wat je ziet is dat de stad zich in de loop van de jaren binnenstebuiten heeft gekeerd. Rond de jaren zeventig waren de binnensteden met hun slecht onderhouden huizen niet prettig om in te wonen. Mensen met hogere inkomens trokken de stad uit naar de nieuwe ontworpen buitenwijken. Rond de jaren tachtig zijn de steden begonnen met het grootschalig opknappen en verbeteren van de stadscentra. En pas vanaf de jaren nul is het binnenstedelijk wonen weer meer in trek bij hogere opgeleiden en de hogere inkomensgroepen. Dat heeft ertoe geleid dat de prijzen in de binnensteden exorbitant zijn gestegen. Het is zo onmogelijk geworden voor mensen met lagere inkomens om daar te blijven wonen. Zij schuiven steeds verder op van de centrale stad naar de uiterste randen van de stad. Eerder waren er arme en rijke buurten, maar nu speelt segregatie op het niveau van wijken en stadsregio’s.”

‘Misschien worden we het land van eilanden en drijvende steden’

Heeft het dreigende gastekort invloed op de ongelijkheid in de stad?
“Welvarende mensen voelen dit niet meteen. Zij hebben voldoende geld om maatregelen te treffen, waardoor ze zo min mogelijk last zullen hebben van de stijgende energieprijs. Mensen die in de sociale huursector wonen, zullen via de woningcorporaties een duurzamere woning krijgen. Vooral de middenklasse met een eigen woning zal het moeilijk krijgen. Deze groep heeft niet genoeg financiële ruimte om groots te investeren in verduurzaming.”

Toch nog even die dreiging van de stijgende zeespiegel: we kunnen toch niet blijven doorgaan met het uitbreiden van de steden in de Randstad? Hoelang duurt het tot de trek naar het oosten toeneemt?
“Ik denk niet dat ik het ga meemaken dat mensen massaal de Randstad gaan verlaten. Tenzij een grote ramp dit proces versnelt, kan het zomaar nog tweehonderd jaar op zich laten wachten voordat dit deel van Nederland met behulp van technische oplossingen niet meer bewoonbaar te maken is. Zo lang we kunnen, zullen we hier blijven wonen rondom de prachtige historische stadscentra, desnoods met drijvende steden of vernieuwende dijken in het land. Misschien worden we het land van eilanden en drijvende steden. Zo zullen de Nederlanders nog honderden jaren door blijven modderen met technische oplossingen. Dat toont misschien wel de grote veerkracht van ingenieurs.”