Gezond na de ramp

Ravages, doden, gewonden; de schade van natuurrampen is enorm, maar de neveneffecten zijn soms net zo erg. Gebrek aan schoon drinkwater bijvoorbeeld zorgt voor nog meer slachtoffers.

Civieler Martijn Sparnaaij breidde voor zijn bachelor-eindonderzoek een simulatieprogramma voor waterzuivering uit met een model voor andere zuiveringsstappen - en ontving een UfD-Imtech Bachelor van tweeduizend euro.

Martijn Sparnaaij
Onderzoek: ‘Schoon drinkwater na een natuurramp, desinfectie met chloor’
Eindcijfer: 9

Weleens een slokje water uit de kraan genomen in Frankrijk? Alsof je uit het campingzwembad drinkt. Geen wonder dat tout le monde daar met flessen mineraalwater zeult, want behalve vies, kan dat kraanwater op lange termijn nog een verhoogde kans op kanker geven ook. Martijn Sparnaaij (22): “Chloor doodt namelijk niet alleen de ziekteverwekkers in drinkwater, het reageert ook met andere stoffen in het water. Die kunnen, als je er lang en veel van drinkt, een verhoogde kans op kanker geven. Om die reden gebruikt Nederland al lang geen chloor meer in het drinkwater. In mobiele zuiveringsinstallaties is chloor alleen nog broodnodig.”
Tja, dan bestrijd je dus het ene kwaad met het andere; de cholera met de kanker – grof gesteld. En daar komt het onderzoek van de civielstudent om de hoek kijken. Het computermodel dat hij creëerde, simuleert chloordesinfectie in een mobiel waterzuiveringsapparaat en berekent bij een natuurramp de minimale chloorhoeveelheid die nodig is om het water in dat gebied te zuiveren. Daardoor kan een mobiel zuiveringsapparaat binnen 24 uur na aankomst in een rampengebied schoon drinkwater produceren. “Hartstikke handig, want je vervoert dat apparaat – eigenlijk een soort kleine versie van een gewone zuiveringsinstallatie - gewoon achterop een vrachtwagen.” Maar het blijft een fragiele aangelegenheid: “Je wilt tenslotte goede desinfectie om bijvoorbeeld een cholera-uitbraak te voorkomen, maar de hoeveelheid kankerverwekkende stoffen beperken.”
De student begon zijn eindproject met een fiks literatuuronderzoek. “Dat was even schrikken”, lacht hij, “want de eerste literatuur over waterdesinfectie stamt al uit eind 1800.” Daarnaast moest zijn simulatiemodel simpel zijn, en niet teveel input vragen om tot een goede berekening te kunnen komen. Er was namelijk al een markt voor zijn model: de universiteit van Bandung, Indonesië, zat erom te springen. “Het model is een stuk goedkoper dan een zuiveringsinstallatie laten draaien, en ter plekke te ontdekken of hij inderdaad in staat is om het water in het betreffende gebied te zuiveren. Na mijn project ben ik gevraagd om als student-assistent door te gaan met het onderzoek”, vertelt Sparnaaij. Dat het onderwerp praktisch was, was geen verrassing – dat was al bekend toen hij zijn onderwerp koos, en waar hij het op selecteerde. “Maar het student-assistentschap dat erop volgde zag ik niet aankomen! Ik vond het leuk om een koppeling naar de praktijk te hebben, en niet alleen maar theoretisch bezig te zijn, een papiertje in te leveren en een cijfer te krijgen.” Want zelfs al is dat cijfer een 9, eigenhandig een stapje kunnen zetten naar een betere wereld is natuurlijk altijd nóg mooier.