Overslaan en naar de inhoud gaan
Dankzij de serie ‘Allemaal familie’, spraken we meerdere families die een TU Delft band delen. Nog niet eerder liep de Delftse lijn zo ver terug als bij de familie Van Heel.
Opa Huib en kleinzoon Floris van Heel. (Foto: Sam Rentmeester)

Dankzij de serie ‘Allemaal familie’, spraken we veel families die een TU Delft-band delen. Nog niet eerder liep de Delftse lijn zo ver terug als bij de familie Van Heel.

Read this article in English

Zijn betovergrootvader studeerde er kort, zijn overgrootvader Bram maakte er carrière, zijn opa Huib studeerde er en gaf er les en ook zijn vader Bas heeft zijn wortels liggen in Delft. Kleinzoon Floris is de vijfde generatie Van Heel aan de TU Delft.

Promoveren bij -273 graden
“Mijn grootvader is ooit begonnen aan de studie werktuigbouwkunde”, vertelt oud-TU-hoogleraar Huib van Heel, de opa van Floris. “Maar hij heeft deze nooit afgemaakt. Hij vertrok naar Nederlands-Indië en richtte de kokosoliefabrieken ‘Insulinde’ op. Mijn vader, Bram van Heel, is daar in 1899 op Java geboren. Hij vertelde altijd trots ‘dat hij nog uit de eeuw van Napoleon stamde’.”
Eenmaal volwassen keerde Bram van Heel voor zijn studie natuurkunde terug naar Nederland. In Leiden raakte hij geïnspireerd door twee Nobelprijswinnaars: Hendrik Lorentz en Heike Kamerlingh Onnes. “Al gauw kreeg mijn vader als jong bezoeker aan de Sterrenwacht  belangstelling voor de sterrenwereld en daardoor ook blijvend voor de optica. Promotor Kamerlingh Onnes sprak echter: Van Heel, als jij bij mij wilt promoveren, dan moet dat bij -273 graden.’” En zo geschiedde, hij kreeg de opdracht om iets te zeggen over het gedrag van glas bij extreme temperaturen.”

‘Maar toen brak de oorlog uit’

Tijdens zijn promotie liep Bram van Heel zijn vrouw tegen het lijf. Zijn promotieonderzoek droeg hij zelfs aan zijn aanstaande vrouw op. Samen vertrokken ze naar Delft, waar hij in 1925 als assistent aan de TU aan de slag ging. Ze kregen twee zoons, Bram en Huib. “Mijn vader genoot van de omgang met studenten en het lesgeven”, weet opa Huib. “In 1938 werd hij benoemd tot lector en het hoogleraarschap zou spoedig volgen. Maar toen brak de oorlog uit.” Tijdens de oorlog werd lesgeven en studeren bemoeilijkt. Delftse studenten staakten in november 1940 naar aanleiding van de beroemde toespraak van Frans van Hasselt en de TH werd meermaals door de bezetters gesloten.

Inleiding in de optica
Vlak na de oorlog, in 1947, volgde alsnog een benoeming als hoogleraar in de optica, een nieuwe afdeling. In deze vakgroep zette Bram van Heel samen met een groot aantal van zijn studenten complexe theorieën om in bruikbare methodes waar het bedrijfsleven gretig gebruik van maakte. Zo werkte hij aan een methode voor uitlijnen waarbij beschadigde bruggen efficiënter en sneller werden gerepareerd. Ook was hij betrokken bij de oprichting van twee bedrijven: de Optische Industrie ‘De Oude Delft’ en Nonius en schreef hij het leerboek Inleiding in de optica, dat jaren een standaard lesboek was op dit gebied.
“Hij was in de oorlog al begonnen met het schrijven ervan. Optica bestond nog niet als vak, dus dit was de eerste brede inleiding tot het vakgebied. Best baanbrekend.”

Natuurkundig menu
Opa Huib rommelt in een aktekoffer. Hij laat een menukaart zien met daarop gerechten die op natuurkundige wijze zijn beschreven. “Toen in 1930 op de TU voor het eerst een lab voor natuurkunde werd geopend, was er een diner voor alle hoogleraren. Mijn vader genoot van die tijd. Hij hield van lesgeven en was geliefd onder studenten. Hij hield van de dingen zodanig naar voren brengen met lichaam en stem, dat mensen geboeid luisterden.”

Bram van Heel werd later ook conrector. Een eervolle taak vond hij, al miste hij het lesgeven. “Hij keek erg uit naar zijn pensioen”, herinnert opa Huib zich. “Want na je 65ste mag je honderd procent bezig zijn met je eigen vak. Dat hij in 1966 op 67-jarige leeftijd overleed was daarom dubbel zo zuur. Hij had zich erop verheugd om briljante studenten te helpen promoveren.”

Hier leert men denken
Geboren in 1931, maakte Huib van Heel een groot deel van zijn vaders carrière van dichtbij mee. Toch speelde dat geen rol in zijn studiekeuze. “Ik wilde graag natuurkunde studeren, maar bij voorkeur niet waar mijn vader lesgaf. Ik heb zelfs gekeken of ik het in Parijs kon doen, maar dat was lastig.” Kleinzoon Floris schudt lachend zijn hoofd. “Omdat je geen Frans sprak, opa.”

‘Ik was nogal druk op sociëteit Phoenix’

Het werd Delft en herinneringen aan die tijd heeft opa Huib genoeg. Neem bijvoorbeeld de eerste twee uur op donderdag als de amanuensis naar het slachthuis ging en een koeienoog haalde op de markt. Tijdens het opticacollege sneed zijn vader het oog vervolgens in stukjes zodat studenten het van dichtbij konden bekijken. “Ik moet bekennen dat ik het zelf nooit heb gezien, want ik was nogal druk op sociëteit Phoenix”, grinnikt hij.

Iets dat hem voordat hij aan zijn studie begon al opviel, was de slogan waarmee natuurkunde zich profileerde. “Werktuigbouwkunde had ‘Wij bouwen machines’, civiele techniek ‘Wij bouwen dijken', maar bij natuurkunde stond, ‘Hier leert men denken’, dat vind ik nog steeds. In je dagelijkse leven gebruik je natuurkundige kennis weinig, maar je leert tijdens je opleiding wel problemen oplossen. Je ziet veel natuurkundigen dan ook het bedrijfsleven ingaan.”

Ook hij deed dat, maar hij keerde nog tijdens zijn industriële loopbaan terug naar de TU toen een aantal werktuigbouwers hem en vriend Leo Jansen vroegen om over milieu te doceren. Dat werd het vak milieutechniek. En waar hij in eerste instantie lesgaf aan dertig studenten, werd de groep al snel groter. “Het was een vooruitstrevend vak voor die tijd. Het ging over circulariteit en recycling. Het idee bestond toen nog niet dat als je iets bouwt, je dan al moet weten wat je ermee gaat doen als het niet meer te repareren is.”

Blij als mensen het snappen
De liefde voor natuurkunde Floris is met de paplepel ingegoten. Ook zijn vader Bas van Heel studeerde natuurkunde in Delft. “Mijn opa heeft zelfs voor hem moeten hospiteren omdat mijn vader toen in het buitenland zat”, weet Floris. “Na zijn studie is ook hij het bedrijfsleven ingegaan. Als klein kind vond ik dat best gek. Ik wist wat natuurkunde was, maar begreep niet hoe hij dat in zijn werk toepaste. Hij vertelde dan dat hij advies gaf en erachter probeerde te komen waarom dingen zijn zoals ze zijn. Nu werkt hij al ruim twintig jaar als consultant en ook hij, een vaardig uitlegger, heeft al eens een college verzorgd.”

Wat dat betreft valt de appel niet ver van de boom, want kleinzoon Floris wil later graag leraar worden. “Mijn doel is om docent te worden op de middelbare school. Ik wil helpen en maak graag anderen blij. Daarom ben ik al drie jaar actief als jeugdleider bij de scouting en gaf ik bijles op de middelbare school. Ik word er heel blij van als mensen het uiteindelijk snappen.”

Toch bewandelt Floris een ander pad dan zijn vader en opa. Hij volgt namelijk niet één, maar twee studies. “Ik riep al dat ik natuurkunde wilde studeren voordat ik het vak op school überhaupt kreeg. Ik vond het interessant hoe dingen bewogen, maar museum Nemo vond ik niks, want ze legden nooit uit hoe het precies werkte. Op de middelbare school kwam ik erachter dat ik wiskunde ook leuk vond en er goed in was. Toen ik hoorde dat ik hier allebei mocht doen heb ik me meteen ingeschreven. Misschien naïef, maar ik heb alleen de open dagen in Delft en Leiden bezocht. Dat mijn vader en opa ook in Delft hebben gestudeerd heeft de keuze wel makkelijker gemaakt.”

Derde generatie bij het corps
Ondanks dat zowel zijn opa als vader oud-lid zijn van het Delfts Studenten Corps, had Floris in eerste instantie andere prioriteiten. “Ik wil voor beide studies het bindend studieadvies halen. Maar, volgend jaar wil ik wel graag lid worden.”

Opa Huib draait zich, enigszins verbaasd, richting zijn kleinzoon. “Deze mededeling, in deze concrete vorm, is nieuw voor mij. Ik heb het met genoegen aangehoord”, besluit hij met een grote glimlach.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe