het gebouw van de faculteit Industrieel Ontwerpen met op de gevel de tekst 'design for our future'
De faculteit Industrieel Ontwerpen heeft de minste promovendi, maar zij hebben wel het hoogste slagingspercentage. (Foto: Justyna Botor)

Een kwart van alle promovendi in dienst van de Nederlandse universiteiten stopt ermee voordat het proefschrift is afgerond. Hoe zit dat aan de TU Delft?

Read in English

Het Rathenau Instituut heeft de landelijke cijfers op een rijtje gezet in een factsheet. De verschillen tussen de vakgebieden blijken groot. Van de promoverende juristen maakt zo’n 40 procent het proefschrift uiteindelijk niet af. Het ene jaar zijn er meer afhakers, het andere jaar minder, maar het zijn er onder juristen twee keer zo veel als in de economie, landbouw, techniek en natuurwetenschappen. Daar stopt zo’n 20 procent voortijdig.

TU Delft: 17,4 % afhakers
Hoe is dat aan de TU Delft? De beschikbare indicatoren van de TU zijn niet een-op-een dezelfde als die waar het Rathenau mee werkt. In de TU-cijfers is het oudste startjaar 2012. Dat cohort bevat, net als die erna, alle soorten promovendi, dus ook degenen die niet in dienst waren of zijn van de TU Delft. Daarnaar kijkend komen de volgende cijfers naar voren:

  • 41 % heeft binnen vijf jaar de titel gehaald;
  • 76,9 % had op 1 juni 2022 de titel binnen;
  • 7,4 % haakte binnen 18 maanden af;
  • 10 % haakte na 18 maanden af;
  • 5,7 % is nog bezig.

Een aanstelling als promovendus is meestal voor vier jaar, maar over het algemeen doen promovendi langer over hun proefschrift. Gemiddeld zijn ze 33 jaar als ze hun doctorstitel krijgen.

Uit de TU-data zijn meer details te halen over de slagingspercentages (een titel binnen vijf jaar):

  • Zo heeft het cohort 2017 bij Industrieel Ontwerpen het hoogste slagingspercentage, namelijk 50 %;
  • Bij Techniek, Bestuur en Management is het slagingspercentage van hetzelfde cohort het laagst: 14,3 %;
  • Het slagingspercentage van vrouwen is hoger dan van mannen: 49 % tegen 45 %;

Er werken in Nederland ruim 36 duizend mensen aan een proefschrift, van wie ongeveer de helft in dienst is van de universiteiten of academische ziekenhuizen. De rest promoveert in zijn eigen tijd of met externe financiering. Ook zijn er studenten met een beurs in plaats van een salaris. Aan de TU Delft werkten in mei 2022 3.073 promovendi, van wie ongeveer een derde geen standaard werknemerscontract had, maar bijvoorbeeld een beurs of een financiering vanuit de industrie.

Internationals
Het Rathenau Instituut kijkt in de nieuwe factsheet alleen naar de beschikbare cijfers en heeft niet onderzocht waarom zoveel promovendi ermee stoppen. Ook het verschil in promotiesucces tussen Nederlandse en buitenlandse promovendi is niet zichtbaar. Dat laatste is in de TU-data ook niet zichtbaar.

Landelijk blijft het aantal Nederlandse promovendi in dienst van de universiteiten door de jaren heen ongeveer gelijk, terwijl er steeds meer buitenlandse promovendi komen. De meeste van deze internationale promovendi komen van buiten Europa.

Voor de TU Delft geldt dat in mei 2022:

  • 69 % van de promovendi man is;
  • 69 % international is;
  • 23,4 % van de internationals uit China komt, 10,2 % uit India en 7,6 % uit Iran;
  • Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica de meeste promovendi telt: 613;
  • Industrieel Ontwerpen de minste promovendi heeft: 112;
  • Het aantal promovendi stijgt: van 2.743 in december 2017 naar 3.073 in mei 2022.

HOP, Bas Belleman/Delta, Saskia Bonger