Student Marissa van der Tol in haar kamer, voor de boekenkast
Marissa van der Tol: “Mensen met een beperking zijn vaak een vergeten groep.” (Foto: Justyna Botor)

Naar de campus, sporten, feestjes: na twee jaar corona is het weer mogelijk. Tijd om terug te blikken met TU-studenten. Zoals Marissa, die een lichamelijke beperking heeft.

Read in English

Marissa van der Tol (27) heeft fibromyalgie, een lichamelijke beperking waarbij je chronisch pijn hebt aan je spieren. Door deze beperking heeft ze weinig energie en kan ze vaak maar een of twee dagen per week naar de campus. Ze studeert technische wiskunde en voor haar is het digitale onderwijs, in tegenstelling tot voor andere studenten, een bevrijding.

Heb je deze aandoening al je hele leven?
“Ik ben voor het eerst pijn gaan voelen op de middelbare school, nu bijna dertien jaar geleden. Ik ben toen uiteindelijk in een rolstoel terecht gekomen, omdat lopen te veel pijn deed. Ik wilde zo graag mee blijven doen, dat ik te lang door de pijn heen ben gegaan. Mijn eindexamens heb ik in een rolstoel moeten maken. Nu ben ik er inmiddels achter dat er dagen zijn waarop ik te veel pijn heb om te lopen. Al zijn er gelukkig meer dagen waarop ik best veel kan. Ik heb nog steeds een rolstoel, maar ik gebruik hem alleen voor de hele zware dagen.”

Hoe ging het toen je ging studeren?
“Toen ik in 2020 met een nieuwe opleiding wilde starten, vond ik het heel spannend. Ik wist niet of het me ging lukken om fysiek een hele week naar de universiteit te gaan. Hiervoor was ik namelijk gestopt met de lerarenopleiding, omdat dat te intensief voor me was. Een nieuwe opleiding was niet alleen spannend, maar ook mentaal moeilijk. Er zat toch een soort angst. Gaat dat wel lukken? Houd ik dat wel vol? Toen al het onderwijs door corona digitaal werd, verdween die angst.”

‘Er ontbreekt veel voor mensen zoals ik om volwaardig mee te kunnen doen’

Hoe gaat het nu?
“Nu worden al mijn lessen nog steeds hybride aangeboden. Het is erg fijn dat je zelf kunt kiezen om naar de campus te gaan. Ik heb goede en slechte dagen. Ik kan dat niet plannen. Juist daarom is die keuze zo belangrijk. Ik zie de voordelen van fysiek onderwijs. Het is ook belangrijk dat ik mijn medestudenten regelmatig zie. Ik wil daar ook tijd en energie in steken.
Mensen met een beperking zijn vaak een vergeten groep. Ik zou het fijn vinden als er meer aandacht voor komt. Er ontbreekt veel voor mensen zoals ik om volwaardig mee te kunnen doen aan de maatschappij. Ik heb het niet alleen over studeren, maar ook bijvoorbeeld over een baan kunnen vinden of meedoen aan een sport die je leuk vindt. Simpele dingen die gewoon moeten kunnen, maar die voor mensen met een functiebeperking niet vanzelfsprekend zijn.”

Wat heb je ontdekt over jezelf door de pandemie?
“Ik wist niet dat ik zo goed kon functioneren. Door het digitale onderwijs had ik opeens energie over en dat was nieuw voor mij. Ik ben al die jaren door een soort rouwproces gegaan. Vóór de pandemie dacht ik dat er te veel belemmeringen waren om te doen wat de maatschappij van mij verwachtte. Tijdens de pandemie vielen die belemmeringen weg en kon ik opeens wel goed meedoen in de maatschappij.
Samen met Student Onbeperkt (een studentenplatform van de TU Delft voor studenten met een functiebeperking) heb ik daarom een
open brief geschreven. We zouden graag willen dat het mogelijk blijft om hybride onderwijs te volgen en zijn daarover in gesprek met de universiteit. Het is heel fijn dat Student Onbeperkt hier tijd en energie in wil stoppen. Dat is wel een bedankje waard.”

  • Hier vind je de andere delen van deze serie.