Om de bouw van studentenwoningen te bevorderen gaat minister Donner bouwregels aanpassen. Vanaf 2012 mogen er kleinere woningen worden gebouwd en kunnen tijdelijke studentencomplexen niet vijf, maar tien jaar worden geëxploiteerd.

Volgens studentenhuisvesters en studentensteden zijn er momenteel vijf problemen die de bouw van meer studentenwoningen bemoeilijken. Aan twee ervan komt minister Donner van Binnenlandse Zaken alvast tegemoet, schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

Zo zal in het nieuwe bouwbesluit worden geregeld dat het minimale oppervlak van een studentenwoning niet langer minimaal 24, maar achttien vierkante meter moet zijn. Na de zomer stuurt Donner bovendien een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer dat regelt dat een gemeente een gebied langer kan ontheffen van het bestemmingsplan. Op dit moment kan een gemeente maximaal vijf jaar een ontheffing geven. Door dat op te rekken naar tien jaar, wordt het voor woningbouwcorporaties rendabeler om tijdelijke woonruimte te exploiteren.

Of verhuurders van meer dan tien studentenwoningen op termijn een extra heffing moeten gaan betalen – dit was aangekondigd in het regeerakkoord – zal begin 2012 blijken, schrijft de minister. Ook de juridische mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting van buitenlandse studenten gaat hij nog nader bekijken.

Studenten die op kamers wonen krijgen geen recht op huurtoeslag, liet Donner eerder al weten. De minister schrijft opnieuw dat dit te kostbaar zou zijn. Hij ziet meer in de bouw van goedkopere studentenwoningen.

De minister overlegt nog met betrokken partijen over de verdere aanpak van het kamertekort. Dat moet leiden tot een actieplan dat dit najaar zal worden gepresenteerd.

Ton van der Pennen of the Research Institute for the Built Environment puts this discussion about whether to build in the city or outside the city in an historical context. He says that the main discussion and vision most adhered to has fluctuated over the past four decades, and that they were linked to several crucial demographic developments the country has gone through, which ultimately has resulted in many poor and problematic neighborhoods in the big cities.

“In the 1970s it was decided that economic and urban growth should be redistributed in the country”, Van der Pennen says. “The urban agglomeration in the western part of the country, which includes Amsterdam, The Hague and Rotterdam, became too densely populated for the infrastructure.” The government decided the way to provide relief for overpopulated cities was by creating ‘new towns’ and ‘new villages’ near the old ones, like Almere near Amsterdam and Capelle aan den IJssel near Rotterdam. This would allow people to move to these more spacious areas. Then, in the 1980s, large outer urban areas were designated for massive new housing development. “What happened is that especially the wealthier and higher educated people left the cities”, Van der Pennen explains. “Good neighborhoods turned into poor, deteriorated areas with high unemployment rates.” To counter the further deterioration of poor neighborhoods, Van der Pennen says it would now be a good idea to build more houses in the cities, instead of continuing to build in the outer urban areas.

Han Meyer, a professor of urban design at TU Delft’s faculty of Architecture, strongly agrees with the Netherlands’ chief government architect, Liesbeth van der Pol. Meyer is involved in the discussions about the building programme in Almere, where a local municipal counsellor, Adri Duivesteijn, prefers to build new neighbourhoods opposite from Amsterdam, with new roads and bridges being built to reinforce the connections between the two cities. Prof. Meyer however begs to differ. He thinks building into the city, rather than extending it outwards, will make Almere a much nicer place to live, and, moreover, he’s delighted that the Netherlands’ chief government architect has now expressed the same opinion.

Almere is already the least densely populated city in the Netherlands, with 180,000 inhabitants residing on 250 square kilometres of land. The city consists of isolated patches, connected with separate traffic infrastructure for cars, buses and bicycles. Building houses and shops into these green corridors would improve the quality of living, Meyer argues. He refers to the traffic arteries in older cities, which often function as a shopping centre and a city centre simultaneously. Currently, Almere residents are reluctant to start new businesses, because - except for the city centre - no one will pass through their isolated neighbourhoods but the locals.