Karl-Theodor Freiherr zu Guttenberg heeft het allemaal: een adellijke familienaam geworteld in het heilige Roomse Rijk; een familiekasteel met landgoed waar hij naar hartenlust kan jagen en skiën; een mooie geblondeerde vrouw, ook van adel, die hem overal vergezelt en vol bewondering aankijkt; een rotsvaste zetel in de Bondsdag gebaseerd op een grote schare trouwe kiezers; en een voorouder die nog heeft geprobeerd om Hitler te vermoorden.

Wat kan zo’n man zich nog meer wensen? Een doctorstitel natuurlijk!
Een paar jaar geleden schreef Karl-Theodor een proefschrift over de eenwording van Europa, waarop hij summa cum laude promoveerde. Het proefschrift werd door niemand geciteerd, van andere wetenschappelijke publicaties van Karl-Theodor ontbrak elk spoor. Er leek met andere woorden geen vuiltje aan de lucht, totdat bekend werd dat verschillende pagina’s uit het proefschrift bijna letterlijk waren overgeschreven uit kranten. Toen brak de hel los, stortten bloggers zich op Guttenberg, en moest de arme Herr Dr Freiherr zu Guttenberg afstand doen van zijn titel. Hij mag nog even aanblijven als defensieminister, maar ongetwijfeld stuurt Angela Merkel, zelf wetenschapper en getrouwd met een professor, de arme Guttenberg op discrete Duitse wijze richting een geruisloze dood.
Wat is nu de moraal van dit verhaal? Een doctorstitel op de deur is voor elke politicus een niet te versmaden pronkstuk! Met die wetenschap mag de TU best zijn voordeel doen. Ik heb het donkerbruine vermoeden dat de boete op langstuderen is ingegeven door de rancune van een gestraalde havo-leerling uit Venlo. Protesteren helpt niet. Zoete broodjes bakken helpt wel. Waarom verleent de TU geen eredoctoraat aan Geert Wilders? Daarvoor is een proefschrift helemaal niet nodig, een fraaie volzin volstaat. De TU zou letterlijk de motivatie voor het eredoctoraat van Beatrix in Leiden kunnen kopiëren: omdat hij zijn ambt, en het gezag dat zijn ambt geniet, voortdurend in dienst heeft gesteld van de vrijheid. Dit lijkt mij voldoende voor een summa cum laude.

De democraten willen liefst 2,5 miljard euro extra investeren in onderwijs, onderzoek en innovatie, schrijven ze in het voorlopige verkiezingsprogramma dat nog de goedkeuring van de leden moet krijgen. Onderwijs beschouwen ze op alle niveaus als de ‘motor van de samenleving’.

In het hoger onderwijs willen ze opleidingen samenvoegen tot ‘brede bachelors’ met allerlei afstudeerrichtingen en verschillende niveaus. Dat zou ervoor moeten zorgen dat studenten minder snel teleurgesteld raken en afhaken.

Verder wil de partij investeren in tweejarige hbo-programma’s (de associate degree), hbo-masters, honours-programma’s en kleinschalige university colleges. Universitaire masters mogen allemaal twee jaar duren. Ook ziet de partij iets in het professional doctorate: een soort hbo-promotie voor werkenden.

Dit wil D66 onder andere betalen door de basisbeurs te vervangen door een sociaal leenstelsel. Leningen mogen in twintig jaar worden terugbetaald, zodat de maandlasten iets lager zijn.

Zo willen de democraten ervoor zorgen dat iedereen zich kan ontplooien. In die denktrant past ook het afschaffen van de numerus fixus in het hoger onderwijs: geen maximum aantal studenten voor studies als geneeskunde, psychologie of fysiotherapie. In het programma staat niet of universiteiten en hogescholen hun studenten dan aan de poort mogen selecteren, om de toevloed alsnog enigszins in te perken.

De financiering van onderzoek moet vooral eenvoudiger. De partij denkt aan één loket voor alle onderzoekssubsidies van alle ministeries. Daar zou in één moeite door ook eventuele co-financiering door de Europese Unie geregeld moeten worden.

Verder wil D66 voor de middelbare en lagere scholen meer leraren werven door verschillende salarissen te hanteren: wie in een achterstandswijk lesgeeft, moet meer verdienen. Hetzelfde geldt voor docenten in exacte vakken. Tegelijkertijd wil de partij, onder de noemer ‘innovatie in het lesgeven', dat scholen 'oud-leerlingen, onderzoekers, opgeleide ouders, praktijklectoren en bedrijven’ bij het onderwijs betrekken.

Ook wil de partij talenkennis stimuleren, want het bedrijfsleven ‘vraagt om werknemers die een e-mail kunnen versturen naar Spanje, een telefoongesprek kunnen voeren met de vestiging in Frankrijk en die een bestellijst kunnen controleren van een vracht uit Duitsland.’