Docenten kunnen zich vinden in een oproep om deadlines tussen 23 uur en 11 uur te verbieden, maar leggen ook verantwoordelijkheid bij studenten zelf. “Je moet leren plannen.”
(Photo: Jystina Botor)

Docenten kunnen zich vinden in een oproep om deadlines tussen 23 uur en 11 uur te verbieden, maar leggen ook verantwoordelijkheid bij studenten zelf. “Je moet leren plannen.”

Read in English

Met een sloot koffie achter je kiezen een nacht doorwerken om één minuut voor de deadline een grote opdracht in te leveren. Misschien ken je het wel uit je eigen studententijd. Masterstudent Mathijs van Kouwen (Sustainable Energy Technology) riep deze maand op om deadlines tussen 23.00 uur en 11.00 uur te verbieden. ‘Bescherm studenten tegen slapeloze nachten’, schreef hij in een ingezonden brief aan Delta. Genoeg reden om TU-docenten te vragen: hoe gaan jullie om met deadlines?

Docent Bas Flipsen kan zich vinden in de brief van Van Kouwen. Ook hij heeft weleens nachten doorgehaald als student. En nu hij aan de TU Delft onderzoek en onderwijs combineert, levert hij zo nu en dan een opdracht op het laatste moment in. “Ik heb bijvoorbeeld aanstaande zaterdag een deadline voor een conferentiepaper. Dat betekent dus dat ik zaterdagavond achter mijn computer zit te werken, terwijl ik ook een wijntje met mijn vrouw zou kunnen drinken.” Voor zijn studenten probeert hij ervoor te zorgen dat ze ook een weekend en een avond hebben. “Dat betekent dat ik geen deadlines na 18.00 uur of in het weekend stel.”

Het perfecte tijdstip bestaat niet
Maurício Aniche, die werd uitgeroepen tot docent van het jaar 2020/2021 van de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica, vindt dat er geen perfect tijdstip is voor deadlines. “Ik heb de afgelopen jaren alle soorten tijdstippen geprobeerd. Vroeg in de ochtend, om 23.59 uur en midden op de dag. Maar ook als je de deadline om 17.00 uur zet zijn er studenten die de avond ervoor tot laat doorwerken.”

Dat deadlines nodig zijn én nut hebben, staat voor hem buiten kijf. “Ik heb één keer bij een kleiner vak geprobeerd om helemaal geen tussentijdse deadlines in te stellen. Dat was voor een vak waarin studenten in meer dan tien groepjes werkten aan een groot project. Het gevolg was dat slechts één groepje gedurende het kwartaal zelf om feedback vroeg. De andere groepjes vroegen pas aan het einde van het kwartaal om feedback.”

De ingezonden brief van Van Kouwen maakte veel los op de TU. Zowel studenten als docenten lieten van zich horen op Twitter, LinkedIn en Instagram. En Nathan Kramer - masterstudent management in the built environment bij de faculteit Bouwkunde - stelde in een brief dat de universiteit te veel deadlines heeft en dat ze creativiteit in de weg staan. Dat laatste is onzin, vindt IO-docent Erik Tempelman. “Als je je negen weken lang laat verlammen door een deadline moet je geen creatief beroep doen. De kunst is om creativiteit bewust aan en uit te zetten en dat leer je gaandeweg tijdens je opleiding, mede door opdrachten in te leveren.” Hij vervolgt: “De gangbare onderwijsplatforms zoals Brightspace helpen volgens men overigens niet om deadlines wat ‘menselijker’ te maken. Alles moet kennelijk digitaal, op afstand, en onpersoonlijk. Ik maak me daar zorgen om, want zo vergeten we te vaak de mens achter de student.”

Spagaat
Adriaan Norbart, die als onderwijskundige is verbonden aan de gezamenlijke bachelor klinische technologie van Delft, Leiden en Rotterdam, ziet docenten worstelen met deadlines. “Deze week nog kwam er een vakcoördinator naar me toe om te overleggen over de deadlines van haar vak”, vertelt hij. Als onderwijskundige kijkt hij onder meer naar hoe haalbaar deadlines zijn. “Kunnen studenten de opdracht zelf inplannen of krijgen ze pas een week van tevoren de laatste informatie waardoor ze gedwongen zijn om er tot op het laatste moment aan te werken? Vanuit didactisch oogpunt zijn dit soort dingen belangrijk om te weten. Een keer 44 uur in plaats van 40 uur werken is niet erg. Maar studenten moeten geen weken van 60 uur draaien”, vertelt hij.  

Naast zijn werk als onderwijskundige geeft hij aan medische studenten het vak medical education. Volgens Norbart zitten docenten in een voortdurende spagaat. “Enerzijds wil je studenten ondersteunen in het leerproces door ze bijvoorbeeld niet te overladen met deadlines of geen deadlines te zetten op rare tijdstippen. Anderzijds wil je van studenten zelfstandige professionals maken. In het echte leven heb je ook weleens drie deadlines achter elkaar of een inlevermoment op een onhandig tijdstip. Als je dat niet haalt, moet je zelf op de blaren zitten. Het is dus belangrijk dat studenten leren plannen en zelf leren voorkomen dat ze nachten doorhalen.”

‘In het echte leven heb je ook weleens drie deadlines achter elkaar’

Net als Aniche merkt hij dat er geen perfect tijdstip is voor een deadline. “Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar wanneer je het meest productief bent. Uit vrijwel al die onderzoeken blijkt dat dit van persoon tot persoon verschilt.” Hij ziet dat studenten daardoor ieder op hun eigen manier met inlevermomenten omgaan. “De één werkt midden in de nacht op zijn best en haalt dus misschien een paar nachten door, terwijl de ander in de middag het meest productief is en het liefst een deadline om 17.00 uur heeft.”

Spanningsveld
Deadlines vormen ook een spanningsveld, stellen de docenten, tussen wat goed werkt voor studenten en wat goed werkt voor onderwijs. Aniche. “Voor een student is een deadline aan het einde van het semester misschien ideaal. Maar aan het einde van het semester kan ik minder vaak een beroep doen op mijn teaching assistants omdat ze deadlines hebben voor de vakken die ze als student volgen. Ieder jaar is het dus weer een zoektocht wanneer ik mijn deadlines stel.”

Zowel Aniche als Norbart, Tempelman en Flipsen maken er werk van om hun deadlines niet tegelijk te laten vallen met die van andere vakken. Ze overleggen met andere docenten en peilen bij studenten of een deadline haalbaar voor ze is. “Al vinden ze dat soms lastig om in te schatten”, merkt Norbart. “Ze hebben soms geen idee en denken: ik zie het wel.”

Deadlines op bepaalde tijdstippen verbieden zoals Van Kouwen voorstelde, vindt Aniche geen goed idee. Ook Flipsen en Tempelman denken dat het niet werkt om regels op te stellen. Tempelman: “Dat er nu discussie over is, is heel goed. We moeten er als docenten en studenten over blijven praten.”