Universiteiten sturen hun docenten op didactische cursus, maar stellen daar dikwijls geen uren voor beschikbaar. “Eigenlijk zeg je dan: ik vind dit niet belangrijk genoeg."
Beeld ter illustratie. De persoon op de foto komt niet in het verhaal voor. (Foto: Dalia Madi)

Universiteiten sturen docenten op didactische cursus (BKO), maar stellen daar dikwijls geen uren voor beschikbaar. “Eigenlijk zeg je dan: ik vind dit niet belangrijk genoeg.”

Wie werkgroepen begeleidt of college geeft, moet beschikken over een lesbevoegdheid. Dat spraken de universiteiten in 2008 met elkaar af. Docenten zouden voortaan een training volgen die leidde tot de basiskwalificatie onderwijs (BKO).

In het begin schoot het aandeel didactisch geschoolde docenten omhoog, maar de laatste jaren is de groei mondjesmaat, van 63 procent in 2018 naar 64 procent in 2019. Vooral onder docenten met een tijdelijke aanstelling valt nog veel winst te behalen.

Hoge werkdruk
Maar zo’n training is voor veel docenten niet iets wat ze er ‘zomaar even naast’ kunnen doen. Ter illustratie: aan de Erasmus Universiteit wordt de totale BKO-studielast (inclusief zelfstudie) geschat op tachtig uur. Bij de TU Delft is dat zelfs 160 uur. En de werkdruk in het hoger onderwijs is al hoog. Toch krijgen docenten hun tijdsinspanning voor die cursussen niet volledig gecompenseerd, blijkt uit een rondgang van het Hoger Onderwijs Persbureau langs de universiteiten. 

In Delft is het de bedoeling dat de BKO in werktijd plaatsvindt

De Universiteit Maastricht biedt alle docenten met een BKO-plicht veertig onderwijsuren om de bijeenkomsten te compenseren. Het opdoen van praktijkervaring overlapt voor een groot deel immers met de uitvoering van reguliere onderwijstaken, aldus de universiteit.

Bij de Universiteit van Amsterdam (UvA), de Vrije Universiteit en de Universiteit Utrecht verschilt het beleid per faculteit, of soms zelfs per afdeling. Sommige docenten krijgen extra tijd, andere niet. Zelfs in één ‘BKO-klasje’ kan het gebeuren dat de compensatie per docent verschilt. De Universiteit Utrecht gaat haar BKO-programma’s vanaf volgend jaar “meer gelijktrekken”, zodat de verschillen in studielast en compensatie kleiner worden. Aan de UvA lukt het deelnemers doorgaans om het “in werktijd te doen”, meldt een woordvoerder. Datzelfde mogen docenten aan de Open Universiteit.

Ook aan de TU Delft is het de bedoeling dat de BKO “in de tijd van de baas” plaatsvindt, aldus een woordvoerder, maar gedetailleerde afspraken over wat dat betekent, zijn er op centraal niveau niet. “Als iemand heel druk is met BKO, dan doet diegene andere taken wellicht wat minder”, verwacht de woordvoerder. Bovendien, stelt zij, staat de BKO ook in Delft niet los van de dagelijkse onderwijstaken. Beide overlappen elkaar grotendeels.

Proppen
Toch is het de vraag is wat “werktijd” of “de tijd van de baas” precies betekenen. Het docentschap beperkt zich immers niet altijd netjes tot ‘werkdagen, tussen 9 en 5’. Wie de donderdagmiddag besteedt aan het BKO-portfolio in plaats van aan nakijkwerk, zit ’s avonds of in het weekend nog steeds met een stapel ongelezen tentamens.

Nieuw is de roep om een urencompensatie niet

“In de praktijk wordt het vaak bij docenten zelf neergelegd”, zegt de Utrechtse docent biomedische wetenschappen Marc van Mil, tevens bestuurslid van het ComeniusNetwerk van erkende onderwijsvernieuwers. “Maar je kunt zo’n traject er niet zomaar bij proppen, dat gaat alleen als je andere taken wegneemt of het contract uitbreidt.”

Van Mil is binnen zijn eigen afdeling bij het UMC Utrecht daarom een proef gestart voor promovendi die graag hun BKO willen behalen, maar er binnen hun aanstelling geen tijd voor hebben. Via deze pilot kunnen zij daar nu een half jaar contractverlenging voor krijgen.

Afvinken
“Je kunt je afvragen of iemand zonder BKO wel onderwijs zou moeten geven”, zegt Van Mil. “Zorg daarom dat junior docenten meteen in dat opleidingstraject zitten, zodat ze vroeg in hun carrière goed beslagen ten ijs komen. Met learning on the job is in principe niets mis, zolang je maar vanaf het begin een serieus opleidingsplan hebt en de ruimte krijgt om van en met elkaar te leren.”

Wie geen tijd voor de BKO biedt, zegt als leidinggevende eigenlijk: ik vind dit niet belangrijk genoeg, stelt Van Mil. “Helaas wordt de BKO te vaak gezien als een verplichting die afgevinkt moet worden, in plaats van een kans om iemands talenten tot bloei te laten komen.”

Ruimhartig
Geheel nieuw is de roep om een urencompensatie niet. In 2016 analyseerde de Werkgroep Universitaire Onderwijscentra van het Expertisenetwerk Hoger Onderwijs (EHON) alle BKO-programma’s aan Nederlandse universiteiten. In dat rapport werd al aanbevolen om docenten te compenseren voor hun tijdsinvesteringen – aangezien dit “bij de meeste universiteiten” niet gebeurde. Een vergelijkbare oproep volgde in 2018, nadat de universiteiten met elkaar een ‘BKO-peer review’ hadden uitgevoerd.

“Sommige instellingen en faculteiten zijn ruimhartiger geworden”, zegt EHON-voorzitter Jaap Mulder. “Dan hoop je dat anderen het goede voorbeeld volgen, en dat zij de onderwijstijd ook met zoveel uur verminderen.”

Goed onderwijs
Daarnaast willen universiteiten en wetenschapsfinanciers op een andere manier ‘erkennen en waarderen’, verkondigden ze vorig jaar. Niet alleen onderzoeksprestaties, maar ook goed onderwijs, sterk leiderschap, de impact van onderzoek en (voor artsen) goede patiëntenzorg gaan straks zwaarder meewegen in de beoordeling.

‘Een BKO-traject moet binnen de aanstellingsomvang passen’

Dat ziet Mulder als stap in de goede richting. “Als de onderwijscarrière hoger gewaardeerd wordt, krijgen docenten hopelijk ook meer tijd en geld om zich te ontwikkelen.” Daar wordt op sommige plekken nu al aan gewerkt. Tilburg University bekijkt of een BKO-compensatie kan worden meegenomen in het project erkennen en waarderen, meldt een woordvoerder.

Niet volplempen
Kan er een landelijke compensatie-afspraak komen? In de cao universiteiten zal je er nu niets over terugvinden, zegt Jan Boersma van vakbond FNV. “De vraag om compensatie is ook niet eerder bij ons neergelegd.”

Hij vraagt zich af of je het op het niveau van toegekende uren moet regelen. “Er moet vooral voldoende ruimte zijn binnen het dienstverband om een BKO-traject te doorlopen. Dat betekent dat je docenten dus niet volledig kunt volplempen met onderwijs, want dan moet het alsnog in hun vrije tijd.”

Het is volgens Boersma daarom vooral problematisch dat veel jonge docenten in het hoger onderwijs een tijdelijke aanstelling krijgen. “Zij blijven niet lang genoeg in dienst om de BKO te behalen”, zegt hij.

Dat beaamt sectorbestuurder Donald Pechler van de Algemene Onderwijsbond. “Een BKO-traject moet binnen de aanstellingsomvang passen. Bij een tijdelijk contract van een jaar bijvoorbeeld, wordt dat al snel lastig.” Ook volgens hem moet een werkgever de BKO faciliteren met tijd.

Misschien is het nog een onderwerp voor de volgende cao-onderhandelingen, opperen beide vakbondsbestuurders. Die gaan binnenkort weer van start.

HOP, Evelien Flink