Onderwijs

Docent moet 7 halen: goed idee?

Studenten van Fontys Hogescholen mogen hun docenten een rapportcijfer geven. Daar gaat ook echt iets van afhangen voor de docenten: ze moeten voortaan minimaal een 7 scoren. Is dat de juiste aanpak?


“Daar worden heel goede bewegingen gemaakt”, zei staatssecretaris Zijlstra maandag in de Tweede Kamer over Fontys Hogescholen. Hij prijst het hogeschoolbestuur om zijn ambities en geeft hoog op van de prestatieafspraken die de hogeschool met zichzelf maakt.



‘Docenten moeten elkaar beoordelen’

Maar niet iedereen is enthousiast. “We hebben het hier over een managementstuk dat nog niet ter goedkeuring aan de medezeggenschapsraad is voorgelegd”, zegt bestuurslid Ben Hoogenboom van de Algemene Onderwijsbond. “Maar los daarvan: eigenlijk zouden docenten in hun team over elkaars functioneren moeten oordelen. Wat managers en studenten ervan denken, is wel belangrijk, maar het laatste woord zou aan de docenten moeten zijn. Een manager heeft een ondersteunende rol. Docenten afrekenen op studenttevredenheidscijfers vinden we geen goed idee.”



‘Vrijblijvendheid te groot’

Voorzitter Marcel Wintels van Fontys Hogescholen vindt van wel. “De vrijblijvendheid in het onderwijs is soms te groot: voor studenten, maar ook voor docenten. Eén enkele slechte beoordeling zal een docent niet opbreken – iedereen heeft wel eens een slechte dag of zelfs een slecht semester – maar als iemand semester na semester een lage beoordeling van studenten krijgt, dan moeten we het daar over hebben. Wat is de achilleshiel, waar gaat het mis? Dan moet er iets verbeteren, of we moeten de conclusie trekken dat iemand beter op zijn plek is in een andere baan.”



‘Tevredenheid het belangrijkst?’

“Studenten kunnen niet alles goed beoordelen”, reageert de Tilburgse hoogleraar economie Henk Roest, kenner van klanttevredenheidsonderzoeken. “Een student weet niet of een vak inhoudelijk goed in elkaar zit en ‘state of the art’ wordt aangeboden, maar dat is wel medebepalend voor het eindniveau. Een docent moet je bovendien niet afrekenen op slechte faciliteiten, slechte roosters en dergelijke. Die heeft daar vaak geen enkele invloed op, maar studenten houden hem er wel voor verantwoordelijk: docenten zijn immers de boegbeelden van de organisatie. En ten slotte is het de vraag wat een 7 is. Zijn studenten dan tevreden? En is tevredenheid belangrijker dan een goede studie?”



‘Niet zaligmakend’

Frank Steenkamp van de Keuzegids Hoger Onderwijs ziet het echter wel zitten. “Prima plan”, zegt hij, “Een 7 is voor elke docent die zich een beetje inzet haalbaar. Nu al krijgen de docenten van Fontys gemiddeld een 7,1 in de Nationale Studenten Enquête, als je de score op de vijfpuntsschaal volgens onze formule omrekent naar een rapportcijfer.”

“Wij zijn heel blij dat de hogeschool de studenttevredenheid zo belangrijk vindt”, reageert Pascal ten Have van de Landelijke Studenten Vakbond. “Maar studentoordelen zijn niet zaligmakend. Sommige vakken zijn gewoon niet leuk, ze zijn moeilijk en je moet er hard voor werken. Als de docent dan een laag cijfer krijgt, kun je die daar niet op afrekenen. Maar het plan is natuurlijk een stap in de goede richting.”

Dat laatste benadrukt ook zijn collega Sebastiaan Hameleers van het Interstedelijk Studenten Overleg. “We hebben het er vaak over gehad met Wintels. Studenten, docenten en bestuurders moeten elkaar versterken. Daarom is het belangrijk heldere doelen te stellen, ook voor docenten. Studenten zijn nog altijd de afnemers van het hoger onderwijs. Het is belangrijk wat zij ervan denken.”

De lijst met topverdieners die het Onderwijsblad samenstelde op basis van de jaarrekeningen van de instellingen, wordt wederom aangevoerd door Aalt Dijkhuizen. De collegevoorzitter van Wageningen Universiteit verdiende vorig jaar een slordige 350 duizend euro, een stijging van zeven procent ten opzichte van 2008. Ook bij de Vrije Universiteit en Stenden Hogeschool verdienen de bestuursvoorzitters relatief veel. Verder staan vooral universiteitsbestuurders in de bovenste regionen van de lijst.

Er worden weliswaar steeds minder bonussen uitgedeeld aan onderwijsbestuurders, maar het wegvallen daarvan wordt vaak gecompenseerd met een flinke loonsverhoging.

Salarissen in de semi-publieke sector (waartoe ook het onderwijs behoort) die boven de zogenaamde openbaarmakingsnorm van 188 duizend euro uitkomen, moeten sinds 2006 worden gemeld in het jaarverslag van de instellingen.

Maar dat is volgens de Algemene Onderwijsbond niet genoeg. Die wil, net als toenmalig minister Plasterk, een maximum stellen aan salarissen van bestuurders in de semi-publieke sector. Ook wil de bond dat extra toelages worden verboden, uitgezonderd een ‘normale’ pensioenregeling en andere gangbare werknemersrechten. De bond vindt het belachelijk dat in tijden van bezuinigingen de salarissen stijgen. “De crisis is kennelijk niet bij alle bestuurders even goed doorgedrongen.” Het geld zou volgens de bond ten goede moeten komen aan het onderwijs of het personeel.

Een maximum voor topsalarissen in de semi-publieke sector is nog niet in de wet verankerd. Het wetsvoorstel ligt bij de Raad van State. Wel zijn er afspraken gemaakt tussen het ministerie en de onderwijsinstellingen in een zogeheten ‘beloningscode’. Uit een onderzoek van het ministerie van onderwijs vorig jaar bleek dat veel bestuurders meer verdienen dan op grond van de inhoud van hun functie reëel zou zijn.

Volgens Aob-voorzitter Walter Dresscher laat de wet veel te lang op zich wachten. “We trekken ieder jaar aan de bel over de enorme bestuurderssalarissen en telkens spreekt de politiek er schande van. Maar management by speech werkt niet. Scholen worden steeds armlastiger, terwijl sommige bestuurders tonnen blijven opstrijken. Kom desnoods met een noodwet” zegt hij in een persbericht.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.