Delftse studenten 'gered' van eiland

De KNRM Blaricum heeft zaterdagochtend drie leden van het Delftsch Studenten Corps opgepikt van een eiland in het Eemmeer. Ze waren door vrienden achtergelaten.

Een binnenvaartschipper zag zaterdagochtend mensen naar hem zwaaien vanaf het onbewoonde eiland De Dode Hond in het Eemmeer. Omdat de schipper vanwege de diepgang van het schip de vaargeul niet kon verlaten, alarmeerde hij de kustwacht. Daarna voer binnen tien minuten een reddingboot van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) uit.

Eenmaal op het eiland bleken er drie studenten te zijn gedropt zonder telefoon of enig ander communicatiemiddel. “De bedoeling was dat ze het zelf maar uitzochten”, zegt Marcel Agricola, secretaris van het reddingsstation Blaricum. “Ze hadden het koud, maar waren niet echt onderkoeld.”

Volgens Agricola, die zelf niet bij de reddingactie betrokken was, stond er op het eiland alleen een zitje. “Een tafeltje en een bankje waar de studenten wat takken overheen hadden gedaan om een soort hutje te maken, maar dat is niet ideaal. Ze zijn uiteindelijk door familieleden opgehaald.”

De KNRM heeft het corps bestraffend toegesproken. “Het is onverantwoord. Als er wat was gebeurd, hadden ze helemaal geen hulp kunnen inroepen”, zegt Agricola. Hij is blij dat de studenten niet zijn gaan zwemmen, omdat de afstand naar het vasteland (zo'n zeshonderd meter) wordt onderschat en de watertemperatuur daar nu niet geschikt voor is.

Het corps laat desgevraagd weten dat deze actie niets te maken heeft met een ontgroening, zoals andere media melden. “De ontgroening was al twee weken geleden”, zegt Allard de Stoppelaar, president van de senaat. “Het gaat om vrienden die toevallig bij ons lid zijn. Het heeft verder niets te maken met onze vereniging.”

Tweedejaars student Hylke, die verder niet met zijn achternaam bekend wil worden, is een van de drie gedropte jongens. Hij bevestigt dat het niets met ontgroenen te maken heeft. Hij was vrijdagavond met vrienden gaan drinken toen het idee voor deze actie ontstond. “Het leek ons leuk. Vijf vrienden hebben ons meegenomen en ’s ochtends om een uur of zes op het eiland neergezet. We hebben een beetje rondgehangen. Er stond een tafel en we zijn een beetje bezig geweest.”

Het was de bedoeling dat de drie om een uur of elf weer zouden worden opgehaald, maar toen het licht werd zijn ze gaan zwaaien naar boten. “Het was niet de bedoeling dat er een reddingboot zou uitrukken”, zegt Hylke. “Het was niet ons doel om dat uit te lokken. We zeiden dat er niks aan de hand was en dat we sowieso zouden worden afgehaald.”

Wat Hylke er nu zelf van vindt? “Het is niet de slimste actie geweest. Het is een beetje zo gelopen. Het was niet het doel om zelf van het eiland af te komen. Je gaat wat proberen.”

Het corps is ‘not amused’ en wil met de betrokkenen in gesprek. “Wij spreken die jongens streng aan op hun gedrag”, zegt Allard de Stoppelaar. “Ze weten dat wij dit niet meer willen hebben. We kijken even wat onze sancties vanuit de vereniging kunnen zijn, maar probleem is dat dit niks te maken heeft met het corps. Het is echt een vriendengroep die lid is bij ons.”

De Stoppelaar ‘baalt ontzettend’. “We doen ons best om alles goed te laten verlopen. Is de hele kennismakingstijd eindelijk goed afgelopen, blijkt dat een paar jongens het toch nog in het nieuws weet te schoppen met een stomme actie die niks met ons te maken heeft.”

Het corps, zo zegt De Stoppelaar, probeert gedurende de ontgroening ‘leuke dingen’ te doen. “We hebben twee dagen de gemeente geholpen door met 360 eerstejaars zwerfafval in de stad op te ruimen. We hebben in bejaardenhuizen geholpen met koken en afwassen. Zo hebben we geprobeerd af te stappen van dit soort domme acties en dan wordt dit in één keer verpest door drie jongens.”

De kosten van de KNRM zullen niet worden verhaald op het corps. “We verlenen kosteloos hulp”, zegt Agricola. “We zouden nooit willen dat kosten een beperking zijn om hulp te vragen.” De Stoppelaar zou er overigens geen problemen mee hebben.

Er is inmiddels een principeafspraak om de studenten een dag te laten helpen bij een evenement of een open dag bij de KNRM.