Overslaan en naar de inhoud gaan
De vuilverbrandingsspagaat delta tu delft
Minder afval betekent ook minder brandstof voor de afvalverbrander en dus minder warmte voor de warmtenetten. (Foto: AEB)

We gaan van het gas los. Als alternatief sluizen we steeds vaker hitte van vuilverbranders naar woonwijken. Maar dat gaat niet lang goed, waarschuwen Delftse onderzoekers.

Read in English

In Amsterdam, Rotterdam, Arnhem en Nijmegen zijn de vuilverbranders aangesloten op het warmtenet en zo vormen ze een belangrijke bron van warmte. Maar tegenstrijdige ambities van de Nederlandse overheid leveren een probleem op, vertelde Robert Corijn van afvalverbrander Attero onlangs aan Nieuwsuur.

Aan de ene kant wil Den Haag dat er voor 2030 anderhalf miljoen woningen van het gas af gaan. Volgens het klimaatakkoord zal de helft daarvan op een warmtenet worden aangesloten. Tegelijkertijd heeft het kabinet de ambitie om in 2050 ‘volledig circulair’ te zijn. Dat betekent dat we veel minder afval moeten produceren. Op dit moment gooit elk persoon jaarlijks gemiddeld 190 kilo restafval weg, daar moet in 2020 nog maar 100 kilo van over zijn. Maar minder afval betekent ook minder brandstof voor de afvalverbrander.

Minder warmtenetten koppelen
“Het zou slim zijn als lokale overheden een pas op de plaats maken en minder warmtenetten koppelen aan verbrandingsinstallaties”, zegt Jan-Henk Welink, van Kennisplatform Duurzaam Grondstofbeheer bij de TU Delft desgevraagd. “Anders zitten we nog twintig jaar vast aan die verbrandingsinstallaties, terwijl die hun bestaansrecht dan allang kwijt zijn.”

Welink voorziet dat huishoudens in rap tempo zonnepanelen op de daken zullen plaatsen. “Zonnepanelen in combinatie met warmtepompen kunnen de energievraag opvangen die ontstaat als we van het gas af gaan. Die afvalverbrandingsinstallaties hebben we dan niet meer nodig voor warmte. Ik verwacht dat we over vijf jaar al zover zijn.”

‘Dat hebben de vuilverbranders marketingtechnisch slim gedaan’

Maar warmteopwekking met afvalverbranding is een lucratieve business. “Verbrandingsinstallaties verdienen er veel geld mee. Sommige hebben zelf ook geïnvesteerd in de warmtenetten. En die moeten worden afbetaald. Ze hebben de gemeentes en provincies er soms bij betrokken, zodat zij er ook qua beleid aan vastzitten. Dat hebben ze marketingtechnisch slim gedaan”, aldus Welink.

Om de bedrijfsvoering voort te zetten, willen afvalverbranders afval uit het buitenland importeren. Dat doen ze nu ook al. Jaarlijks 1900 kiloton. Dat is ongeveer een kwart van het totaal aan Nederlands afval dat de verbrandingsoven in gaat. Het gros komt uit Groot-Brittannië. Maar minister Eric Wiebes kondigde afgelopen juni een heffing aan op de invoer van afval uit het buitenland. De afvalverbranders lobbyen tegen die heffing.

Welink vindt dat de afvalverwerkers krokodillentranen huilen. “Deze ontwikkeling hadden ze kunnen zien aankomen.”

Dat we minder afval moeten verbranden, en moeten stoppen met de afvalimport, staat voor Welink als een paal boven water. “Het afval verandert voor een kwart in bodemas dat vol zware metalen zit. We kunnen dat verwerken in het binnenste van voorwerpen zoals geluidsmuren. Het moet dan hermetisch van de buitenwereld zijn afgeschermd. Maar je moet dan continu in de gaten houden dat er niets uitloogt en in het milieu terecht komt.”

‘Vliegas is zo vuil, daar kun je bijna niets mee’

“En”, vervolgt Welink, “we blijven ook nog met vliegas zitten. Dat is zo vuil, daar kun je bijna niets mee. Het wordt gebruikt in asfalt en cement. Maar dat doe je eigenlijk ook liever niet, want het maakt de recyclage van dit asfalt en cement in een later stadium erg lastig. Vliegas wordt daarom toch maar vaak gestort.”

Volgens Welink temperen we met onze afvalimport ook de recyclage-ambities bij de Britten. Voor het milieu zou het beter zijn als zij zelf meer gingen recycleren.

Recyclingexpert Maarten Bakker (CiTG) wijst erop dat we behalve de vaste afvalresiduen bij verbranding ook opgescheept worden met luchtemissies. “Meestal voldoen deze aan de wettelijke grenswaardes. Maar onduidelijk is of daarin ook rekening wordt gehouden met het effect van jarenlange accumulatie in de directe omgeving.”

De meeste vuilverbranders kunnen sluiten

“Als er geen buitenlands afval meer wordt geïmporteerd verwacht ik dat we in Nederland de verbrandingscapaciteit over tien à twintig jaar kunnen halveren. Het merendeel van de huidige twaalf ovens kan dan dus sluiten”, vervolgt Bakker. “Maar als er ironisch genoeg, juist vanwege de klimaateisen en noodzaak om van het gas af te gaan, wel afval geïmporteerd blijft worden, verandert er niet veel voor de afvalbranders.”

Een onzekere factor is de Brexit. “Mogelijk verandert het Engelse afvalbeleid na de Brexit. Wie weet wordt het buitenlands afvalaanbod daardoor minder betrouwbaar en een groter risico voor de verbranders.”

 

Update 1-10-2019

De Vereniging Afvalbedrijven laat in een schriftelijk reactie weten dat het afval dat de Nederlandse afvalverbranders uit Groot Brittannië importeren ‘niet-recyclebaar afval’ is. “Het is het materiaal dat overblijft na sortering en recycling." Dit spul wordt ook wel Refuse Derived Fuel (RDF) genoemd. De stelling dat er door import van afval minder gerecycled wordt in de UK klopt daarom volgens de vereniging niet.

Jan-henk Welink zegt zo zijn twijfels te hebben over de effectiviteit van de na-sortering in Groot Brittannië. “Als de Britten eenvoudig van de RDF af kunnen komen, ontbreekt bij hen de prikkel om hun na-scheidingsinstallaties te verbeteren.”

Robert Corijn van afvalverbrander Attero laat ook van zich horen. “Het storten van afval leidt tot gigantische methaan-emissies. Door afval te importeren dat anders gestort wordt en om te zetten tot energie besparen we enorm op broeikasgasemissie.”

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe