De universiteiten van Delft en Wageningen willen in september 2017 een gezamenlijke masteropleiding beginnen op het gebied van grootstedelijke vraagstukken.

De opleiding metropolitan analysis, design and engineering (Made) is toegankelijk voor studenten met verschillende vooropleidingen. Voorbeelden zijn de Wageningse bacheloropleidingen environmental sciences, international land and water management en nutrition and health. Ook de Delftse bachelors bouwkunde, industrieel ontwerpen, life science and technology, civiele techniek en technische bestuurskunde komen in aanmerking.

De nieuwe masteropleiding komt voort uit het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS). Dat initiatief van de TU Delft, de Wageningen UR en het Amerikaanse MIT heeft tot doel om tot interdisciplinaire oplossingen te komen voor grootstedelijke vraagstukken als duurzaamheid en kwaliteit van leven. Tijdens de twee jaar durende master krijgen studenten onder meer les in het werken met grote datasets die over de stad beschikbaar zijn. In het tweede jaar doen de studenten onderzoek.

Colleges en onderzoek spelen zich grotendeels af in Amsterdam. Dat maakt het opzetten van de opleiding tot een logistieke uitdaging, vertelt Kenneth Heijns. Hij is als secretaris van de faculteit Bouwkunde en van het AMS nauw betrokken bij de totstandkoming van de opleiding. Docenten komen immers uit Wageningen en Delft. Van de TU zijn meerdere faculteiten betrokken: BK, EWI, TBM en CiTG.

De combinatie met Wageningen is volgens Heijns ideaal. "We vinden elkaar heel erg naadloos. Wageningen vliegt de stad aan vanuit de life sciences, kijkt bijvoorbeeld naar voedsel en nutrienten."

Momenteel is het niet helemaal zeker dat de master Made er komt. Wel is de zogenoemde macrodoelmatigheidstoets positief afgesloten. Daaruit is duidelijk geworden dat zowel potentiële studenten als de arbeidsmarkt behoefte hebben aan deze opleiding. Daarop volgde zoals gebruikelijk toestemming van de minister van Onderwijs om door te gaan met de voorbereiding. Die bestaat uit overleg met de medezeggenschap van beide instellingen en een accreditatie, de toets nieuwe opleiding van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie.