Studenten een hoger cijfer geven dan ze verdienen. Het mag niet, maar het gebeurt soms wel, ook aan de TU Delft. Dat zei universitair hoofddocent design aesthetics (IO) Timo de Rijk 28 februari in de Volkskrant.

De krant schrijft op basis van een onderzoek van vier studenten journalistiek van de VU  dat één op de tien universiteitsdocenten studenten heeft laten slagen terwijl ze dat niet verdienden. “Ze versoepelen tentamens, geven genadezessen en beschouwen een onvoldoende voor een afstudeerscriptie als een taboe”, aldus de Volkskrant.

Volgens Timo de Rijk, universitair hoofddocent aan de TU Delft en hoogleraar aan de VU, slaat dat percentage van tien procent ‘nergens op’. “Je kunt dit niet in cijfers uitdrukken, maar het gebeurt bij iedereen, af en toe.”

Vandaar dat hij in de Volkskrant zegt dat iedereen boter op zijn hoofd heeft, die er verbaasd over doet dat docenten wel eens genadezesjes geven. “Alleen jammer dat die genadezes er nu wordt uitgepikt, want het gaat mij om het hele systeem: dat is erop gericht om studenten zo snel mogelijk te laten afstuderen. Maar dat lukt niet altijd.”

Sinds de publicatie van de Volkskrant heeft De Rijk ‘heel veel mailtjes van collega’s gekregen’, vertelt hij. “Ze vinden het goed dat dit eens gezegd wordt.” De Rijk wil benadrukken dat juist de docenten degenen zijn die in het onderwijssysteem de kwaliteit zo lang mogelijk hoog proberen te houden. “In specifieke gevallen krijgen zij heus niet van bovenaf te horen dat ze een student een genadezesje moeten geven, maar door allerlei financiële maatregelen komt er wel druk op het systeem te staan.”

De Rijk is het niet eens met de suggestie in de Volkskrant dat docenten hun normen naar beneden bijstellen, omdat hun universiteit anders inkomsten misloopt. Docenten denken volgens hem vaak vanuit de student. “Op het moment dat voor een student de deadline nadert, wordt het al gauw dramatisch. Neem een Chinese student. Zijn hele dorp heeft eraan bijgedragen dat hij hier kan studeren. Al hun geld zit in hem. Iedere maand dat hij uitloopt, kost extra geld. Docenten voelen die druk, wij zijn ook maar mensen.”

De Rijk geeft ook het voorbeeld van een zevendejaars student die al anderhalf jaar bezig is met zijn afstudeerscriptie. Hij doet er veel te lang over, en zijn docent moet de extra tijdsinvestering die dat vergt zelf opvangen. Als hij dan weer met een eindresultaat komt dat te wensen overlaat, wat moet de docent dan? “Er is soms geen ander ontsnappingsscenario dan iemand maar te laten afstuderen. Een eerstejaars kun je nog naar huis sturen, maar na zes of zeven jaar studie gaat dat niet. Je bedenkt een oplossing. Dat kan, want de maatstaven van afstuderen zijn zeer globaal.”

Overigens hebben sommige studenten en ouders ook boter op het hoofd, vindt De Rijk. “Als het erop aankomt, worden studenten die het niet halen beschermd door het systeem. Ze blijven maar herkansen en vormen zo een grote belasting voor het onderwijssysteem.”

Voor sommige ouders geldt dat zij van de universiteit het beste eisen, maar zelf achteroverleunen. “Ze lezen thuis niet eens de krant. Ik vind dat de academische vorming thuis al moet beginnen. Zodat studenten niet chips etend en onderuitgezakt in de collegebanken hangen. De meeste studenten zijn natuurlijk niet zo, maar het gebeurt.”