De klapschaats van het roeien

Roeien, waar, wanneer en hoe vaak je maar wil. Met een klein bootje, licht, compact, snel en wendbaar. Een bootje dat makkelijk te vervoeren is. De innovatieve Volans2 moet de sport toegankelijker maken.

De roeisport heeft goud in handen, ontdekte Cees van Bladel. “Je maakt elke keer een cyclische beweging. Daarbij gebruik je alles: rug-, arm-, buik- en beenspieren. Een zeer complete work-out.” De roeimachines in fitnessruimtes zijn erg populair. Er zijn er meer van dan roeiers op het water. Wie wil roeien moet lid worden van een vereniging, waar de boten in de loods liggen. Voor het vervoer heb je een trailer nodig.

“Roeiverenigingen waren lange tijd besloten clubs, maar zetten nu ook de ramen en deuren open”, zegt de bewegingswetenschapper en voormalig Olympisch zeiler. Hoe kun je mensen die nu fietsen, schaatsen of hardlopen aan het roeien krijgen, vroeg hij zich af met industrieel ontwerper Lenneke de Voogd. De twee runnen bij YesDelft het bedrijf Volans Rowing, gespecialiseerd in innovatieve sportproducten op roeigebied.

Onder hun supervisie werd een ‘slimme’ roeiboot ontwikkeld, Volans2, met een zogenaamde sliding rigger: niet het zitje beweegt op en neer, maar het deel waaraan de riemen zijn bevestigd. “Normaal gaat je hele lichaamsgewicht heen en weer in de boot”, legt De Voogd uit. “Feitelijk stuur je de massa van je lichaam steeds de verkeerde kant op, waardoor je snelheid niet constant is en de boot gaat dompelen.”
Met de nieuwe, dompelvrije en snellere boot – ‘de klapschaats van het roeien’, in eigen woorden - richten zij zich vooral op sportieve recreanten. Met clinics bij verenigingen en bedrijven willen ze de boot onder de aandacht brengen. Het motto luidt: ‘Het Nieuwe Roeien’, maar in feite dateert het idee van de rigger al van 1883. Toepassing bij wedstrijden, dertig jaar geleden, leverde beduidend snellere tijden op. De Voogd: “De wereldroeifederatie verbood het, vanwege oneerlijke concurrentie ten opzichte van arme landen.”

Recreatiebootje
Een groep Delftse IO-studenten bouwde het prototype. Voor het biomechanische aspect werd de VU Amsterdam ingeschakeld. Tijdens het proces werden mogelijke gebruikers geconsulteerd. Meervoudig Olympisch kampioen Nico Rienks, een groot voorstander van het populariseren van de roeisport, stelde het als volgt: hoe krijg ik mijn kinderen in een roeiboot? Ofwel, hoe maak je de roeisport toegankelijker? Het is tot nu toe niet gebruikelijk dat kinderen al voor hun twaalfde aan roeien beginnen.
Dus liet het duo een recreatiebootje ontwikkelen dat sneller is dan de bestaande boten. Een skiff die vanwege het ontbreken van het dompeleffect maar 5,5 meter lang hoeft te zijn in plaats van 7,5. “Hij is daardoor ook wendbaarder. Belangrijk voor kinderen, want zo houd je de funfactor erin. Voor de kleinsten gaan we een variant maken van 4,4 meter.”

Momenteel worden de boten in (beperkte) serie geproduceerd in Estland, bij een bedrijf met veel ervaring in de productie van kajaks. Behalve korter is het vaartuig ook breder (45 in plaats van 30 centimeter) en dus stabieler dan een wedstrijdboot. De romp van de twintig kilo wegende skiff is van composiet, de vier kilo wegende rigger van aluminium. Gewicht en maat moeten vervoer en opslag makkelijk maken. Tot slot wijst Van Bladel op het simpel in elkaar zetten en ontkoppelen van het geheel. “Er zijn maar drie onderdelen. Ik heb het zelf uitgeprobeerd. Ik kwam op een geschikte plek aan met de auto, binnen drieëneenhalve minuut lag ik op het water. Echt waar.”