Het had niet veel gescheeld of er was dit jaar geen Keuzegids universiteiten geweest. Nu is hij er toch, maar hoe handig is hij en voor wie?
(Foto: Marjolein van der Veldt)

Het had niet veel gescheeld of er was dit jaar geen Keuzegids universiteiten geweest. Nu is hij er toch, maar hoe handig is hij en voor wie? Een analyse.

Door Saskia Bonger en Marjolein van der Veldt

Wat is de keuzegids?
De Keuzegids is gericht op aankomend studenten, met als doel ze met objectieve informatie te helpen bij hun studiekeuze. De gids vergelijkt opleidingen door het combineren van bepaalde scores uit de Nationale Studenten Enquête, onderwijsvisitaties van de experts van de Nederlands-Vlaamse Accredidatie Organisatie (NVAO) en data over studiesucces en baankansen.

Hoe betrouwbaar is de gids?
Bij lezing is het voor de gemiddelde scholier goed om te onthouden dat de resultaten en oordelen relatief zijn en niet absoluut. Opleidingen krijgen een eindoordeel dat verdacht veel weg heeft van een absoluut cijfer, maar dat is het dus niet. Het eindoordeel is een optelsom van plussen, minnen en o-tjes. Die staan respectievelijk voor bovengemiddeld, ondergemiddeld en gemiddeld op tien punten – zoals ‘toetsing’, ‘docenten’, ‘haalbaarheid’, maar ook’ diploma na vier jaar’ en ‘expertoordeel’. Alles is dus afhankelijk van hoe de gemiddelde Nederlandse opleiding het doet.

Welke Delftse opleidingen scoren het hoogst?
Als we toch even meegaan in die vergelijkingen, dan komt aerospace engineering in de Keuzegids als hoogst scorende Delftse opleiding uit de bus, gevolgd door electrical engineering. Het is lastig om het eerste studiejaar op de TU Delft door te komen. Van de zestien bacheloropleidingen scoren er liefst elf ondergemiddeld op dit punt. In de ogen van de experts staan de Delftse opleidingen er prima voor. Zes opleidingen scoren gemiddeld, acht bovengemiddeld en aerospace engineering en industrieel ontwerpen zelfs uitstekend.

  • We hebben alle Delftse scores voor je op een rij gezet. Je leest ze hier.

Terug naar de bruikbaarheid van de Keuzegids, aan de hand van het voorbeeld maritieme techniek. Hoe zit het met deze ‘slechtst’ scorende opleiding van de TU Delft? Ze krijgt het eindoordeel 44, wat zich vertaalt in het predicaat ‘zwak’. Dat klinkt dramatisch, maar is het dat ook? En, is het eerlijk naar de opleiding?

Wat kunnen universiteiten en docenten ermee?
Eerst naar de andere doelgroep voor wie de Keuzegids interessant kan zijn: de universiteiten en hun docenten zelf. Wat kunnen zij met de oordelen van de Keuzegids? Moet de opleiding maritieme techniek zichzelf compleet vernieuwen?
Het antwoord is nee. Maritieme techniek is een pittige studie, zwaarder dan de gemiddelde bacheloropleiding in Nederland waarmee zij wordt vergeleken. Veel studenten halen het tweede jaar niet en velen hebben nog geen diploma na vier jaar. Op beide aspecten scoort maritieme techniek daarom stevig ondergemiddeld. Ook op haalbaarheid, een aspect dat de Keuzegids heeft overgenomen uit de Nationale Studenten Enquête, scoort de opleiding om dezelfde redenen slecht. In de Keuzegids scoren andere Delftse bacheloropleidingen ook lager dan gemiddeld op deze punten.

  • Dit is hoe de score van maritieme techniek is opgebouwd:

Natuurlijk wil iedereen, de docenten van een opleiding voorop, dat alle studenten glansrijk de eindstreep halen. Wie vooral kijkt naar die Nationale Studenten Enquête (NSE), dus naar het inhoudelijk oordeel van studenten waarop de Keuzegids zwaar leunt, krijgt niet het idee dat alles anders moet. De studenttevredenheid scoort een 4 (van de 5). Ook het expertoordeel, dat van de accreditatieorganisatie, is bovengemiddeld, schrijft de Keuzegids zelf.

  • Hoezo was de Keuzegids er bijna niet geweest? Lees het in het kader onderaan.

Wat vindt de opleidingsdirecteur van maritieme techniek?
Opleidingsdirecteur Robert Hekkenberg van maritieme techniek heeft een soortgelijke reactie. De Keuzegids heeft wat hem betreft gelijk dat de uitval in het eerste jaar hoog is en dat te weinig studenten hun opleiding binnen vier jaar afronden. “Dat zijn verbeterpunten die bij ons de laatste paar jaar veel aandacht krijgen. Het bsa-rendement was afgelopen jaar al een stuk beter dan de jaren daarvoor, waarin we een slecht verklaarbare dip hadden.” (In studiejaar 2018-2019 kreeg 49 procent van de eerstejaars studenten maritieme techniek een positief bindend studieadvies. Het jaar ervoor was dat 36 procent, red.)

De andere negatieve cijfers van de Keuzegids vertekenen wat Hekkenberg betreft het beeld van de opleiding. “Als je kijkt naar de NSE-resultaten komen daar geen schokkende cijfers naar voren en ook uit onze eigen vakevaluaties blijkt dat het overgrote deel naar behoren presteert wat betreft kwaliteit en studielast. Het beeld van een goede, pittige, opleiding met uitdagingen voor het rendement wordt ook bevestigd door de NVAO-accreditatie van afgelopen jaar.”

Wat vinden de studenten zelf?
Studievereniging William Froude en de centrale studentenraad trekken daarnaast de NSE zelf in twijfel (zie ook het kader onderaan). In een gezamenlijke reactie op onze vragen, schrijven zij: “Er worden van verschillende kanten vraagtekens gezet bij het gebruik van de NSE als vergelijkingsmateriaal. Daar komt een vraag bij over de betrouwbaarheid van de data. Dat maakt dat wij onze twijfels hebben bij het zwaar leunen op de uitkomst van de NSE. Hoe bruikbaar is die?”

Voor Froude-voorzitter Bart van der Kroft is de beoordeling door de Keuzegids ‘niet herkenbaar’, omdat het contact tussen docenten en studenten in zijn ogen juist goed is, net als de ict en de werkplekken. De beoordeling is ‘enigszins voorspelbaar’ vult hij aan. “Enkele jaren geleden stond de studie er inderdaad anders voor. Dit kwam voornamelijk doordat de voorlichting verkeerde verwachtingen schiep bij nieuwe studenten. De opleiding trok veel zeilers. Zij verwachtten vaak boten te gaan ontwerpen. Vergeten werd dat er vooral ook veel wis- en natuurkunde nodig is.” De voorlichting is inmiddels aangepast, tot grote tevredenheid van Van der Kroft. “Het aantal inschrijvingen is al gedaald (van ongeveer 100 naar rond de 64). Dat zal later waarschijnlijk tot een hoger bsa-percentage leiden.”

Onze conclusie:
De insteek van de Keuzegids is mooi: studiekiezers zoveel mogelijk onafhankelijke informatie bieden. Maar opleidingen met elkaar vergelijken die niets met elkaar te maken hebben, doet die studies (maar vooral de zwaardere) geen recht en werkt eerder verwarrend dan verhelderend, blijkt uit het voorbeeld van maritieme techniek. Voor zowel studiekiezers als voor opleidingsmedewerkers geldt daarom: pak vooral zelf de resultaten van de Nationale Studenten Enquête erbij, maar bezie ook die kritisch. Zoals de Keuzegids het zelf schrijft in zijn voorwoord: laat je niet gek maken. 

  • [Kader] Onbetrouwbare data
    Het had niet veel gescheeld of er waren helemaal geen nieuwe oordelen beschikbaar gekomen voor deze editie van de Keuzegids. Er waren grote problemen met de uitvoering van de NSE, waardoor de data niet betrouwbaar waren. Pas na een reparatie, waar statistiekbureau CBS op toezag, konden ze alsnog worden gebruikt.
    Voor de hogescholen kwam dat te laat. Zij hadden inmiddels zo weinig vertrouwen in de data van dit jaar, dat ze hun medewerking opschortten. Minister Van Engelshoven wil alle bekostigde universiteiten en hogescholen volgend jaar verplichten om mee te doen aan de NSE.
    Het CDA is daar kritisch over. De regeringspartij twijfelt aan de betrouwbaarheid en validiteit van de NSE. GroenLinks staat wel achter de studentenenquête en wil juist de reikwijdte van het onderzoek vergroten door ook de tevredenheid van werknemers mee te nemen.