'De Keuzegids is abracadabra'

​Drie Delftse bachelorstudies scoren slecht in de Keuzegids Universiteiten 2017. Studieverenigingen en faculteiten reageren. Vandaag deel 3: maritieme techniek.

Maritieme techniek in Delft is de enige Nederlandse maritieme opleiding op academisch niveau. De Keuzegids vergelijkt haar in een ranglijst met ‘constructiestudies’ als werktuigbouwkunde, biomedische technologie, luchtvaart- en ruimtevaarttechniek en agrotechnologie. Met een score van 52 uit 100 punten eindigt de studie onderaan in deze ranglijst.

‘Op zich een rare constructie’, zegt commissaris onderwijs Andreas Feys van studievereniging William Froude desgevraagd over deze ranglijst. "Je baseert grote conclusies op iets dat je niet kunt vergelijken", zegt hij. "Luchtvaart- en ruimtevaartechniek heeft deels dezelfde vakken en het eerste jaar van werktuigbouwkunde is bijna hetzelfde als maritieme techniek, maar daarna gaat het een andere kant op."

De Keuzegids baseert zich op de meningen van studenten uit de Nationale Studenten Enquête (NSE) en het oordeel van accreditatieorganisatie NVAO. De score die daaruit voortkomt vergelijkt de gids met het landelijk gemiddelde. Daarna volgt een weging die varieert van ‘zwakste groep', via 'zwakke groep' naar 'iets lager dan gemiddeld', 'gemiddelde score', 'beter dan gemiddeld', 'sterke groep' en 'sterkste groep’.

Opleidingsdirecteur Robert Hekkenberg vindt de NSE transparanter. "Daarin staat hoe we het doen en hoe we het deden en wordt in meer detail beschreven hoe wij scoren. De Keuzegids is voor mij abracadabra. Hij geeft een minder genuanceerd beeld dan de NSE."

Vol

Volgens de Keuzegids klagen studenten bij maritieme techniek over werkplekken voor zelfstudie en ict-faciliteiten. "Door de sterk gegroeide instroom zit de faculteit vol, dat klopt", zegt Hekkenberg. De universiteit en faculteit zijn daar druk mee bezig, aldus Feys. "Wij als studievereniging trekken daar hard aan, maar het wordt niet 1-2-3 opgelost."

Op het onderdeel studielast scoort maritieme techniek als zwakste groep in de ranglijst met ‘constructiestudies’. Hekkenberg kan dat minder goed plaatsen. "Ja, je moet er veertig uur per week in steken, maar we scoren nog steeds een voldoende in de NSE", zegt hij. "We hebben net een curriculumherziening ingevoerd. Daar hebben wel wat kinderziektes in gezeten." Volgens Feys valt niet te ontkennen dat maritiem techniek een zware studie is. "Alle opleidingen aan de TU zijn uitdagend."

Docenten

Dat studenten volgens de Keuzegids de feedback en begeleiding van docenten mager vinden, verwondert Feys. "We zijn een relatief kleine groep, waardoor docenten gemakkelijk te bereiken zijn voor vragen tussendoor. Docenten hier zijn leergierig, willen hun colleges leren verbeteren."

Hekkenberg spreekt van toenemende aantallen studenten per docent. "Ik had er dertig tot veertig bij een derdejaarsvak. Vorig jaar hadden we een instroom van 166 studenten en dan wordt de mogelijkheid om studenten individueel te begeleiden een stuk minder. Maar ik heb geen collega's die zich beperken tot spreekuren." Aan de groepsgrootte wil hij niets veranderen. "We willen geen numerus fixus. Het college van bestuur en de faculteit ondersteunen ons met extra middelen om de onderwijscapaciteit te verhogen."

Lees ook: ‘Studielast bouwkunde is deels perceptie' en 'Compleet andere insteek voor aardwetenschap’