Anonieme studentenenquêtes stellen docenten bloot aan agressie en discriminatie. En wat zeggen ze over de kwaliteit van het onderwijs? De ondernemingsraad wil verandering.
(Illustraties: Xiao Feng & Mathieu, XF&M)

Anonieme studentenenquêtes stellen docenten bloot aan agressie en discriminatie. En wat zeggen ze over de kwaliteit van het onderwijs? De ondernemingsraad wil verandering.

Read in English 

“De docente wekte vaak de indruk zelf slecht op de hoogte te zijn van de stof en soms kreeg ik het idee dat ze geen flauw idee had waar ze over praatte.” Marleen Keijzer citeert een opmerking die een tweedejaarsstudent over haar maakte op een evaluatieformulier. “Een andere student schreef dat ik denigrerend overkom en studenten uitlach.”

Uit de lucht gegrepen, maar het commentaar raakte haar toch, vertelt Keijzer, die al meer dan dertig jaar met veel plezier wiskundecolleges geeft aan de TU Delft en sinds dit jaar lid is van de ondernemingsraad (or). “Op de fiets naar huis dacht ik: Dit kan niet over mij gaan. Ik lach studenten niet uit, zo ben ik niet. Maar ik heb er toch een slechte dag van gehad.”

Wakker liggen van ongefundeerde kritiek die studenten spuien op de vragenlijsten die bedoeld zijn om het onderwijs te evalueren, het speelt breed in het hoger onderwijs. Ontevreden studenten gebruiken de anonieme enquêtes, de TU Delft gebruikt die van Evasys, om op een botte manier hun gal te spuien en daarbij is de docent vogelvrij. Kwetsende opmerkingen over hun gebrek aan didactische en inhoudelijke kwaliteiten worden aangevuld met kritische recensies van kleding, uiterlijk of hun Engelse accent.

‘Soms wordt een docent met de grond gelijk gemaakt’

“Er zitten ook steekhoudende reacties bij, maar er zijn studenten die hun frustraties botvieren op de docent”, zegt Coba van der Veer, pabo-docent bij de Christelijke Hogeschool Ede en sectorbestuurder hbo bij de AOb.

Zij krijgt niet alleen de opmerkingen op haar eigen optredens te zien, maar ook het commentaar dat haar collega’s krijgen. “Soms wordt een docent echt met de grond gelijk gemaakt.”

“Heel herkenbaar”, vindt Marijtje Jongsma, hoofddocent bij de Radboud Universiteit en sectorbestuurder bij de AOb. “Ik geef al twintig jaar hetzelfde vak dat altijd heel goed wordt beoordeeld, maar elk jaar zijn er wel een of twee studenten met heel venijnige kritiek. Daar slaap ik dan een week slecht van. En dan worden de ergste aanvallen er nog uitgefilterd.”

De enquêtes zorgen voor een sociale onveiligheid, vinden de docenten. “Het is anonieme kritiek waartegen we ons niet kunnen verweren”, zegt Keijzer. “Ervaren docenten weten natuurlijk wel dat je die studentenevaluaties met een korreltje zout moet nemen, maar je zult maar een beginnende docent zijn. Dan stop je toch meteen met lesgeven?”

“Er is geen hoor en wederhoor, studenten kunnen ongestraft van alles beweren. Dat verziekt het werkklimaat”, vindt Jongsma. “Die anonieme enquêtes wakkeren het wantrouwen tussen student en docent aan.”

“Er zitten onzinnige opmerkingen bij. Bijvoorbeeld: ik heb niks aan dit vak gehad, ik ben er ook nooit geweest”, vertelt Van der Veer. “Ik wil studenten serieus nemen, maar op deze manier is dat moeilijk.”

Chocoladekoekjes
Als de enquêtes betrouwbare informatie zouden opleveren over de kwaliteit van het onderwijs, konden docenten de lompe commentaren misschien nog voor lief nemen. Maar de standaardvragenlijsten waarop studenten rapportcijfers geven voor de organisatie van het onderwijs, het onderwijsmateriaal of het inhoudelijk niveau van het vak worden cursusevaluaties genoemd, maar meten eerder de studenttevredenheid, blijkt uit stapels wetenschappelijk onderzoek.

Drie onderwijskundig adviseurs van de Universiteit Utrecht zetten twee jaar geleden de recente inzichten op een rij in een tijdschrift voor bestuurders in het hoger onderwijs. Studenten beoordelen een cursus significant beter als ze tijdens de colleges chocoladekoekjes krijgen, is de tamelijk onthutsende uitkomst van een onderzoek uit 2018. En op zonnige dagen delen studenten hogere scores uit dan op regenachtige dagen, blijkt uit een vergelijkbare studie uit 2014.

‘De respons op online enquêtes is vaak lager dan 10 procent’

Een hoog rapportcijfer geeft dus vooral aan dat studenten het naar hun zin hebben, maar zegt weinig over de kwaliteit van de docent. Logisch, vinden de Utrechtse onderwijsadviseurs. Een student kan misschien iets zeggen over de verstaanbaarheid en beschikbaarheid van een docent, maar didactische kwaliteiten en de inhoudelijke deskundigheid, zijn voor studenten lastig te beoordelen.

Er is meer mis met de standaardenquêtes. Evaluatiescores hangen niet samen met de leeropbrengsten, blijkt uit een analyse van alle beschikbare onderzoeken op dit terrein uit 2017. Een hoge score wil dus helemaal niet zeggen dat het onderwijs goed is. Ook niet fijn: vrouwelijke docenten worden slechter beoordeeld dan hun mannelijke collega’s, vooral door mannelijke studenten. Vrouwen scoren lager op de wijze van kennisoverdracht en de hoeveelheid kennis die zij volgens studenten bezitten, ook als hun niveau vergelijkbaar is.

En dan is er nog de notoir lage respons. Dat probleem speelt vooral bij online enquêtes die veel minder reacties opleveren dan schriftelijke evaluaties in de collegezaal. Uit onderzoek blijkt dat alleen heel betrokken of super ontevreden studenten de digitale vragenlijsten invullen, wat natuurlijk een vertekend beeld oplevert. “Daarom hebben wij studenten weleens met zijn allen in een lokaal gezet met gratis snoep en cola om ervoor te zorgen dat ze die enquêtes invulden”, lacht pabo-docent Coba van der Veer.

“Bij de TU Delft is de respons op online enquêtes vaak lager dan 10 procent, terwijl wij toch heel veel herinneringsmails sturen”, weet Marleen Keijzer. “Toch wordt de uitslag als de mening van studenten over een vak gepresenteerd.”

Fixatie op cijfers
Hoewel de evaluaties niet bedoeld zijn als beoordelingsinstrument, hebben lage cijfers consequenties voor docenten. “Leidinggevenden zien de betrekkelijkheid van die scores wel in, maar je moet je als docent toch verantwoorden”, legt Van der Veer uit. “Als je een paar keer slecht scoort, moet je wel verbeteringen laten zien.”

    Xiao Feng & Mathieu, XF&M

    Marleen Keijzer ziet datzelfde op de TU Delft. “De cijfers worden gedeeld met studenten en docenten in de opleidingscommissie, met dertig tot vijftig directe collega’s en met je opleidingsdirecteur. Dat zijn mensen die beslissen of jij een vak blijft geven, of je vak op de schop moet, of jij een promotie krijgt of een vaste aanstelling.”

     

    Keijzer heeft de onvrede over de studentenenquêtes vorig jaar al aan de orde gesteld in de ondernemingsraad, en ook op 15 april stond het onderwerp weer op de agenda. De raad heeft het college van bestuur unaniem verzocht de studentenenquêtes drastisch aan te passen. “De enquêtes maken door de anonimiteit agressie los, ze discrimineren vrouwen en de uitkomsten zeggen niets over de kwaliteit van het onderwijs. Ze komen bovendien als mosterd na de maaltijd, als het vak al is afgerond. Kortom, we hebben niets aan dit instrument”, vat Keijzer het standpunt van de or samen.

     

    “De ondernemingsraad vindt dat de anonimiteit eraf moet”, stelt or-voorzitter Menno Blaauw voor. “Studenten kunnen nuttige feedback geven, maar anonieme enquêtes dragen niet bij aan een goed gesprek over de kwaliteit van het onderwijs. Door de aard van de vragen en de fixatie op het verzamelen van cijfers kun je als docent ook weinig met de uitkomsten. Er zijn nuttiger manieren om feedback te vragen. Een goede opmerking van een student die over het onderwijs heeft nagedacht, is veel meer waard dan een stapel cijfers.”

    Eerlijke feedback
    Daar kijkt collegelid en vice rector Rob Mudde anders tegenaan. “Ik vind het belangrijk om alle 27 duizend studenten te horen over het onderwijs. In de open vragen geven zij soms ongezouten kritiek, maar op de persoon gerichte aanvallen worden eruit gefilterd door kwaliteitszorgmedewerkers. Er slipt wel eens een nare reactie tussendoor, dat is vervelend. Ik ben zelf ook docent en kom ook weleens nare opmerkingen of schuttingtaal tegen, maar daar haal ik mijn schouders over op. Het zijn incidenten en daarvoor wil ik deze mogelijkheid om alle studenten te horen over het onderwijs niet vaarwel zeggen.”

    ‘We moeten studenten een vorm van geborgenheid bieden’

    Mudde hecht veel waarde aan anonimiteit. “De docent beoordeelt de student en dat brengt het risico met zich mee dat een student zich niet vrij voelt kritiek te uiten. Dat kan ertoe leiden dat studenten niet eerlijk zeggen wat ze van het onderwijs vinden, maar gaan zeggen wat ze denken dat ik wil horen. We moeten studenten een vorm van geborgenheid bieden om eerlijke feedback te geven.”

    Het collegelid erkent dat er een spanningsveld is tussen docenten beschermen tegen ongefundeerdere kritiek en studenten ruimte geven hun kritiek te uiten. “Ik snap dat docenten niet gediend zijn van scheldpartijen, maar we stoppen niet met die enquêtes. Daarvoor vinden we ze te waardevol. Als ik ze zou afschaffen, krijg ik het ook meteen aan de stok met onze studentenraad.”

    Mudde denkt dat er verbeteringen mogelijk zijn, al weet hij nog niet welke. “Dat is een zoektocht naar een instrument waarmee alle studenten de kans krijgen hun mening te geven, maar waarin ze opbouwende feedback geven en geen lompe kritiek. Want een docent moet tegen kritiek kunnen, maar hoeft niet beledigd te worden.”

    Prinsjes en prinsesjes
    “Universiteiten vinden het heel belangrijk dat hun studenten tevreden zijn”, stelt Job van Luyken, ombudsman bij de TU. “Maar de doorsnee student is niet op zijn mondje gevallen en er zitten ook heel wat prinsjes en prinsesjes tussen die gewend zijn op hun wenken bediend te worden.”

    Dat consumentengedrag wordt aangewakkerd door de studentenenquêtes, vindt de ombudsman. De problemen die de ondernemingsraad signaleert, spelen volgens hem op de hele TU. “Het gros van de docenten hoor je er niet over, maar er kloppen hier regelmatig docenten aan die last hebben van de anonieme reacties. Ze hebben grote impact, studenten kunnen docenten echt afbranden.”

    Van Luyken is helemaal niet tegen evalueren en studenten mogen van hem ook best een oordeel geven over het onderwijs, maar het college van bestuur mag zich wel wat drukker maken over de anonieme ‘rotopmerkingen’ van studenten ‘die op de man gespeeld zijn en niet over de inhoud gaan’. “Het is natuurlijk ernstig dat er een moderator aan te pas moet komen om de ontoelaatbare commentaren eruit te filteren.”

    Dat probleem zou aan de orde gesteld moeten worden in de studentenraad, vindt hij, maar dat gebeurt niet. “Het wordt weg gefilterd en niet besproken. Het probleem wordt onzichtbaar gemaakt. Daardoor ontstaat er een onveilig werkklimaat. Niet zozeer door de inhoud van de opmerkingen, maar omdat er geen actie wordt ondernomen als een student over de schreef gaat. Dat maakt het onveilig voor docenten.”

    De or laat het er niet bij zitten, bleek tijdens de vergadering van 15 april. De raad is van plan om nog voor de zomer een plan met alternatieven voor de Evasys-enquêtes te presenteren.

    Dit artikel verscheen eerder in het Onderwijsblad. We hebben de passages naar aanleiding van de or-vergadering van 15 april toegevoegd. De reactie op dit artikel die we aan de studentenraad hebben gevraagd was nog niet binnen voor de deadline. Houd onze website in de gaten voor een vervolg.
    Illustraties door Xiao Feng & Mathieu, XF&M.