Monique van der Veen is er niet helemaal zeker van dat de TU Delft het vrije academische debat onderschrijft. Ze doet een suggestie om de Gedragscode preciezer te formuleren.
Monique van der Veen: “De TU Delft verkiest om te sussen, om dingen tot rust te laten komen, om ze rustig tot de vergetelheid te laten behoren.” (Photo: Sam Rentmeester)

Monique van der Veen is er niet helemaal zeker van dat de TU Delft het vrije academische debat onderschrijft. Ze doet een suggestie om de gedragscode preciezer te formuleren.

Read in English

Nu het Charlie Hebdo-proces loopt, is het wellicht een goed moment om ‘Satanische Verzen’ van Salman Rushdie te lezen. Deze cartoons en dit boek worden kwetsend gevonden door sommige mensen, zelfs zo kwetsend dat sommige mensen het terecht vinden om de beledigers ervoor te doden. Onze ict-gedragscode, die we allemaal hebben moeten tekenen om gebruik te kunnen maken van de ict-faciliteiten van de TU Delft stipuleert ‘We respecteren de fatsoensnormen door af te zien van kwetsende uitspraken’.

Mijns inziens is deze verwoording slecht gedefinieerd. Er zijn immers kwetsende uitspraken die niet passen in een gezonde professionele omgeving. Maar er zijn ook potentieel kwetsende uitspraken die een hoger doel dienen. Laat ik een voorbeeld geven dichter bij onze academische leefwereld. Een standpunt tegen migratie of voor beperkte migratie zou geformuleerd kunnen worden door een academicus of student, en onderbouwd met bijvoorbeeld economische argumenten. Een vluchteling die deel uitmaakt van de TU Delft-gemeenschap zou dit als kwetsend kunnen ervaren. Zou dat moeten betekenen dat een academisch debat over dit onderwerp niet mag plaatsvinden? Het is een andere situatie als uitspraken gedaan worden om die betreffende persoon te vernederen op basis van zijn/haar status als vluchteling. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat er voor het laatste geen plaats moet zijn in onze universiteit.

Onze gedragscode beschrijft het wenselijke gedrag binnen de TU Delft-gemeenschap. De keuze is gemaakt om dit niet in negatieve termen te formuleren (‘U zult niet’), maar in positieve formuleringen die uitleggen hoe we allemaal naar zes kernwaarden moeten streven. Het omvat verwachte waardes zoals ‘Respect’ en ’Integriteit’, maar ook minder verwachte waardes, waarvan ‘Moed’ mijn favoriet is.  In het algemeen klinkt het document goed. Echter, de exacte grenzen van onwenselijke kwetsende uitspraken worden niet geformuleerd. Ook wordt een vrij academisch debat van ideeën niet vermeld als iets waar onze universiteit naar zou moeten streven in haar queeste naar de waarheid over de realiteit (tenslotte het object van de wetenschap). 

Het zou vreemd zijn als een universiteit een vrij academisch debat niet zou onderschrijven. Echter, ik ben niet helemaal zeker of de TU Delft dit onderschrijft. Bijvoorbeeld, toen de TU Delft-feministen probeerden de vertoning ‘The Red Pill’* door Vox en Studium Generale te censureren, reageerde de TU Delft niet met een declaratie dat een vrij academisch debat aan de TU Delft gevrijwaard is, maar nodigde ze die groepering uit om de ‘Diversity Talks’-evenementen mede te organiseren.

‘De huidige gedragscode laat hier echter veel ruimte voor interpretatie’

Een ander voorbeeld betreft medewerker en voormalige Delta-columnist Dap Hartmann. Hij werd door collega’s een ‘right wing extremist’ en een ‘bigot’, genoemd, wegens het uiten van potentieel kwetsende ideeën. Dit leidde tot zijn besluit om geen columns meer te schrijven voor Delta. Ook toen was de TU Delft stil. Dit is misschien te begrijpen vanuit de conflictmijdende cultuur aan de TU Delft. Misschien verklaart dat ook wel het gebrek aan publiek debat dat Bob van Vliet in een recente column betreurt. De TU Delft verkiest om te sussen, om dingen tot rust te laten komen, om ze rustig tot de vergetelheid te laten behoren. Positief geïnterpreteerd, kun je zeggen dat de universiteit graag harmonie creëert, wat in bepaalde situaties zeker een wijze strategie kan zijn. Maar er zijn ook momenten dat er een hoger principe op het spel staat. Wanneer werkelijke moed nodig is om positie in te nemen, om een baken in een storm te zijn. Tenslotte is Moed een kernwaarde van de TU Delft.

Dat betekent niet dat elk mogelijk gedrag of expressie getolereerd moet worden. De huidige gedragscode laat hier echter veel ruimte voor interpretatie, terwijl ik denk dat het goed zou zijn om gedrag dat objectief onacceptabel is, precies te definiëren. De Universiteit van Chicago nam in 2015 het voortouw in het waarborgen van een vrij en open academisch debat met het opstellen van de Chicago principes die stellen dat  ‘Universities should be expected to provide the conditions within which hard thought, and therefore strong disagreement, independent judgment, and the questioning of stubborn assumptions, can flourish in an environment of the greatest freedom.’ De Chicago-principes zijn sindsdien overgenomen door 76 instellingen. Bovendien definieert de Universiteit van Chicago intimidatie en ongewenst gedrag heel nauwkeurig. Ik zou graag bijdragen aan een inspanning om de Chicago principes in een voor de TU Delft passende manier aan onze gedragscode toe te voegen.

*‘The Red Pill’ is een documentaire waarin de feministische filmmaakster Cassie Jaye ontdekt dat ze het op meerdere punten eens is met men’s rights-activisten.

Monique van der Veen is universitair hoofddocent aan de faculteit Technische Natuurwetenschappen, afdeling Chemical Engineering. Lees hier over het werk van haar onderzoeksteam en volg haar op Twitter: @MAvanderVeen