Overslaan en naar de inhoud gaan
Bob van Vliet Delta TU Delft
(Foto: Sam Rentmeester)

Bob van Vliet vindt dat je op een TU geen wereldbeeld kunt hebben waarin dingen voorbestemd zijn. Een religieuze kijk op techniek en vooruitgang is in zijn ogen gevaarlijk.

Vorige week verleende een Delftse professor zijn wetenschappelijke autoriteit aan een religieus geloof. Ik ergerde me dood. Ik snap niet hoe mensen nog een wereldbeeld kunnen hebben waarin dingen voorbestemd zijn. Een wereldbeeld waarin wat ‘goed’ is een gegeven is. Een geloof dat ons ontslaat van de plicht om zélf te besluiten wat wenselijk is en wat niet.

Ik erger me eraan omdat ik het, toegegeven, werkelijk niet snap. Maar vooral omdat het zo'n conservatief en schadelijk wereldbeeld is. Toch kreeg dat wereldbeeld – dat ook op de TU veel aanhangers heeft – een klein uur lang een groots podium bij de publieke omroep.

Nu was quantumprofessor Leo Kouwenhoven natuurlijk te gast bij DWDD University. Misschien had ik daar ook niet te veel van moeten verwachten.

Rode draad van het programma was de vraag ‘Hoe gaat de toekomst eruit zien?’. Robbert Dijkgraaf opende de uitzending met het bekende sprookje van hoe de mensheid zich stap voor stap van stokken en stenen opwerkte tot bommen en elektronica. Elke stap een logisch, onontkoombaar vervolg op de vorige. Een reeks die vervolgens te extrapoleren is naar waar we de komende decennia mee geconfronteerd zullen worden. Een soort weerbericht. Maar dan over de storm aan nanotechnologie die op ons afkomt.

De mannen (Kouwenhoven was samen met techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek en Nobelprijswinnaar Ben Feringa te gast bij Dijkgraaf) vertelden een klein uur lang vol enthousiasme over welke wonderen der techniek er ‘gaan’ en ‘zullen’ zijn in ‘de toekomst’. Dé toekomst. Enkelvoud. Aan ons geopenbaard door deze priesters van de technologie. Met eenzelfde heilige overtuiging als waarmee anderen geloven dat een hogere macht zou hebben bepaald wie er wel en niet met elkaar naar bed mogen.

Maar wat wíllen we dat techniek met mens en maatschappij gaat doen?

Dijkgraaf vatte zijn techno-determinisme op een gegeven moment mooi samen. Technologen zitten “op het eerste karretje van een enorme roetsjbaan,” zei hij, en kunnen zien wat eraan komt. De rest van de mensen zit “ergens achterin” en kan weinig anders dan zich overgeven aan wat komen gaat. Maar echte keuzevrijheid hebben ook de ingenieurs dus niet. Ze kunnen verder vooruit kijken dan anderen, de achtbaan wat sneller of trager laten gaan, en zorgen dat de riemen goed vast zitten, misschien. Maar welke kant we met zijn allen opgaan, dat ligt vast.

Dit is niet alleen onzin. Het is een gevaarlijk, antidemocratisch idee. Het maakt het toekomstbeeld van wetenschappers en ingenieurs een self-fulfilling prophecy.

Dijkgraaf sloot het programma af met de vraag:, “Hoe moeten we ons tot de toekomst verhouden?”. Kouwenhoven is vooral met zijn quantumcomputer bezig, gaf hij toe. Verbeek wees op de valreep nog op de verantwoordelijkheid van ingenieurs. We moeten “snappen wat techniek met mens en maatschappij doet,” zei hij in zijn afronding.

Maar wat wíllen we dat techniek met mens en maatschappij gaat doen? Naar wat voor toekomst willen we toe werken? Voor wie? Met wie? Ván wie? Een religieus geloof in technologische ontwikkeling gaat aan zulke vragen voorbij.

Bob van Vliet is docent op de faculteit 3mE, na eerder bij Industrieel Ontwerpen en Bouwkunde les te hebben gegeven.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe