Overslaan en naar de inhoud gaan
tu delft delta susanne verstegen

Susanne Verstegen vindt, nu ze bijna klaar is met haar studie, dat de TU Delft haar studenten meer kan bieden dan zij nu al doet.

Nu het laatste jaar van mijn studie aanbreekt, heb ik het uitgestippelde pad van onderwijs bijna bewandeld. Hierna begint het werkleven en wordt van mij verwacht dat ik in zekere mate ontwikkeld en geleerd ben. Dat besef roept veel vragen bij mij op. Bezit ik hierna de kennis die ik zou willen bezitten? Ben ik klaar voor wat komen gaat? En heeft de universiteit de rol vervuld die ik van haar verwacht?

In zekere zin is het antwoord ‘ja’: de TU Delft biedt kwalitatieve opleidingen en een rooskleurig toekomstperspectief. Maar, inmiddels heb ik ideeën gevormd over hoe technisch hoger onderwijs er óok uit zou kunnen zien. Vanuit dit ideaalbeeld geloof ik dat een technische universiteit als de TU haar studenten meer kan bieden dan zij nu al doet.

Door de gigantische technologische ontwikkelingen stoten we inmiddels ons hoofd tegen de schadelijke bijwerkingen van onze eigen creaties (kernwapens, broeikaseffect, cyberdreigingen) en lopen we tegen morele grenzen aan van wat mogelijk is (gentechnologie, artificial intelligence). Het kost ons grote moeite deze complexiteit bij te benen. Onze creaties hebben ons in feite ingehaald.

De huidige oplossing hiervoor binnen technische wetenschappen is het ontwikkelen van nóg meer technologie om negatieve effecten te minderen door bijvoorbeeld huidige technieken te optimaliseren of nieuwe duurzame technologieën te creëren. Denken over beleid en ethische vraagstukken wordt in het algemeen overgelaten aan andere disciplines. Die scheiding is in principe goed – je kunt niet van eenieder verwachten alles te kunnen, of leuk te vinden – maar technici zouden wat mij betreft breder onderwijs mogen krijgen. Zij zijn immers degenen die technologische ontwikkeling mogelijk maken.

Technisch afgestudeerden hebben een groot ‘analyserend vermogen’, maar het kritisch denken lijkt beperkt. Techneuten zijn kritisch wanneer het om onzekerheden gaat. Of aannames. Interpretaties. Conclusies. Maar welke consequenties hebben een uitkomst? Hoe kan een nieuwe technologie of nieuw model worden gebruikt, of misbruikt? Is dit verantwoord, en onder welke voorwaarden? Hoe breng ik deze boodschap over? Dit ‘soort’ kritisch denken en verwoorden leer je niet tijdens je studie.

En dat is eigenlijk niet vreemd. Studenten kunnen onderuitgezakt colleges aanhoren, projecten hebben veel verbeeldingskracht nodig om te motiveren en bij een ‘academische vaardigheid’ zoals mondeling presenteren, presenteer je voor spek en bonen voor een klas die het verhaal al kent. Kortom, kritisch denken en het belang daarvan worden überhaupt niet aangewakkerd. Laat staan expressieve vaardigheden.

Volgens mij zijn er veel mogelijkheden om technische studenten op dit gebied te activeren. Projecten búiten de campusgrenzen, bedrijfsbezoeken, congressen, het schrijven van wetenschapsartikelen, ethiek als integraal onderdeel van ieder vak, het starten van een technische start-up. Daarvan leer je pas écht je de implicaties van technologie, ontwikkel je nuttige competenties en leer je jezelf beter kennen.

Helaas zijn ‘theorie’ en ‘onderzoeksvaardigheden’ de twee pijlers van wetenschappelijk onderwijs. De hybride vorm die ik voor ogen heb – met wetenschap als basis, maar waar toepassing de student pas écht voorbereidt – zie ik dus niet snel gebeuren. Maar wie weet, in een wereld die zo snel verandert, is alles mogelijk.

Susanne Verstegen is masterstudent engineering and policy analysis bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe