portret van columnist Monique van der Veen
Monique van der Veen: “Een Russische collega van mijn man barstte tijdens een teamoverleg in tranen uit omdat een vriend haar een moordenaar had genoemd.” (Foto: Sam Rentmeester)

Hoe verschrikkelijk de oorlog in Oekraïne ook is, reken individuele Russen en de schoonheid die zij hebben voortgebracht daar niet op af, schrijft Monique van der Veen.

Read in English

Mijn 4-jarige dochter had een sponsorloop op school. Toen ze met de aankondiging thuis kwam, zei ze dat het voor de kinderen van Oekraïne was. Ik vroeg verder, want ik wilde weten wat ze van de situatie meekrijgt. Ze kwam niet verder dan: “zodat ze winnen”. De insteek van de school was allicht dat de kinderen leren solidair te zijn met anderen die het minder goed hebben. Het ‘winnen’ is vast iets wat ze op de speelplaats heeft gehoord.

In vredestijd kunnen wij ons niet voorstellen dat mensen ooit ergens oorlog zouden willen. Echter, dat blijkt niet uit de geschiedenis. Historici weten ondertussen dat een bevolking wel degelijk oorlog kan willen. We worden sneller meegesleurd in ‘wij’ versus ‘zij’ dan we willen toegeven.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stapten Amerikaanse burgers bijvoorbeeld massaal over van ‘continentaal’ naar ‘Engels’ breien. De eerste breistijl komt voor in Noord-, Centraal- en Oost-Europa, en in het bijzonder in Duitsland; de andere op onder meer de Britse eilanden, in Nederland en België. De continentale ‘Duitse’ stijl is veel handiger, maar de associatie met Duitsland was ongewenst.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het not done in de VS om nog langer van sauerkraut of de German measles te spreken;  het moest liberty cabbage en liberty measles zijn. Ook werd opgeroepen om werken van grote Duitse componisten als Bach en Beethoven niet meer uit te voeren.

Blijf mensen zien als individuen

Dat laatste klinkt bekend: zowel het Haags als het Rotterdams Philharmonisch Orkest annuleerden onlangs uitvoeringen van grote Russische meesters zoals Stravinsky en Tsjaikovski. De eerste heeft Oekraïense en Poolse familie, van de tweede wordt zijn homoseksualiteit gecensureerd door de Russische staat.

De Italiaanse universiteit Milano-Bicocca schrapte in de eerste week van de Russische invasie van Oekraïne een cursus over Dostojevski (al meer dan honderd jaar dood en schrijver van grootse morele romans). Na breed protest draaide de universiteit deze beslissing gelukkig terug.

Ik zag ook een tweet voorbijkomen van een academicus van de Zwitserse technische universiteit EPFL. Hij riep zijn instelling op om terug te komen op haar besluit om haar Russische (en Oekraïense) studenten te helpen die door oorlog en sancties in financiële problemen waren gekomen. Terwijl het in mijn ogen juist heel normaal is dat een universiteitsbestuur verantwoordelijkheid voelt voor zijn studentenpopulatie.

Ook in eigen land houden Poetin en zijn handlangers huis met bijvoorbeeld de harde repressie van burgers die zich kritisch uitlaten over de oorlog. Maar dit is geen excuus om individuele Russen niet te beoordelen op hun eigen medemenselijkheid. Ook in Nederland worden Russen belaagd, lees ik in de krant. Een Russische collega van mijn man barstte tijdens een teamoverleg in tranen uit omdat een vriend haar een moordenaar had genoemd.

Blijf mensen zien als individuen. Eigen je de schoonheid gemaakt door individuele Russen toe, en laat ze niet toebehoren aan Poetin en de zijnen en hun wereldbeeld, want zij zijn deze onwaardig. Goede startpunten zijn de zes autobiografische boeken van Konstantin Paustovski (‘Verhaal over mijn leven’), die vertellen over de jaren voor, na en tijdens de Russische revolutie. Wonderbaarlijk mooi beschrijft hij zijn omzwervingen aan de Oekraïense kust, de Krim en de Kaukasus.

Lees ook de poëzie van Anna Achmátova, die ondanks de Russische revolutie in haar land bleef (beschreven in Emmanuel Waegemans. ‘Geschiedenis van de Russische literatuur. Sinds de tijd van Peter de Grote’). Voor haar ‘kon de politieke situatie van een land voor een dichter nooit de reden zijn om zijn vaderland te verlaten’: “Ik behoor niet tot degenen die hun land opgegeven hebben […] om het door zijn vijanden te laten verscheuren.” ‘Zij bleef [..] ook al wist ze dat ze het er zeer moeilijk zou krijgen’.

Monique van der Veen is universitair hoofddocent aan de faculteit Technische Natuurwetenschappen, afdeling chemical engineering. Lees hier over het werk van haar onderzoeksteam en volg haar op Twitter: @MAvanderVeen