Overslaan en naar de inhoud gaan
Bob van Vliet heeft een nieuwe held: Ingrid Robeyns. De voorvrouw van WOinActie kwam naar Delft om de universiteit op haar verantwoordelijkheid te wijzen.
Bob van Vliet: "Universiteiten worden gezien als de R&D-afdelingen van het land." (Foto: Sam Rentmeester)

Bob van Vliet heeft een nieuwe held: Ingrid Robeyns. De voorvrouw van WOinActie kwam naar Delft om de universiteit op haar verantwoordelijkheid te wijzen.

Af en toe word ik hopeloos verliefd op het werk van een bepaalde schrijver of onderzoeker. Iemand van wie ik iets interessants tegenkom, opzoek wat ze zoal nog meer geproduceerd hebben, waarna blijkt dat praktisch alles dat ze doen fantastisch is.

Zo verslond ik een paar jaar geleden alles dat ik maar kon vinden van rechtenprofessor Lawrence Lessig. Niet alleen schreef hij in 1999 al hét boek over hoe software en algoritmen de samenleving beïnvloeden, hij bleek oprichter te zijn van Creative Commons, mentor van internetheld Aaron Schwartz, verdediger van de democratie tegen het grote geld, en, niet onbelangrijk, PowerPoint-virtuoso.

Nu heb ik een nieuwe held.

Ingrid Robeyns. Filosoof, econoom, activist. Verdediger van de academie. Vijand van de miljardair. En, niet onbelangrijk, Vlaams. (Of ben ik de enige voor wie alles dat met een Vlaams accent gezegd wordt dubbel zo intelligent en zwaarwegend klinkt?)

Ik was al even fan van Robeyns in haar rol als voorvrouw van WOinActie, dus ik keek uit naar de Van Hasseltlezing die ze vorige maand in Delft gaf, getiteld ‘The Purpose of the University in Democratic Societies’.

‘De democratische en democratiserende functie van het instituut kwijnt langzaam weg’

Robeyns beschrijft drie functies van de universiteit. Als eerste de meest bekende: het vergaren, verspreiden, en onderwijzen van kennis. Als tweede, innovatie en bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen. En als derde, kritische reflectie op de samenleving.

Ze signaleert dat onderwijs en onderzoek als doel op zich steeds meer onder druk staan. Te weinig geld en te veel competitie. Studenten moeten zich steeds dieper in de schulden steken. Voor docenten is structureel overwerk normaal geworden en steeds minder hebben een vast contract.

De tweede functie, daarentegen, krijgt steeds meer aandacht. Universiteiten worden gezien als de R&D-afdelingen van het land. Relevantie betekent vooral een bijdrage in economische zin. Geld van de geesteswetenschappen wordt verschoven naar de technici waar het grootbedrijf om vraagt. Alsof dat tekort vanzelfsprekend belangrijker is dan het gebrek aan mensen in de zorg of voor de klas.

Tot zover weinig nieuws. En niet het punt van Robeyns’ lezing.

Haar punt was dat die derde, kritische functie, op de achtergrond raakt. Terwijl juist die onmisbaar is om een vrije, democratische samenleving vrij en democratisch te houden.

Universiteiten en universiteitsbestuurders zijn hun taak vooral gaan zien als het organiseren van onderwijs en onderzoek dat bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke kwesties (de TU’s lopen hierin voorop, zou ik zeggen). Voor kritische reflectie op de staat en toekomst van de samenleving is steeds minder ruimte. En die ruimte wordt onvoldoende verdedigd, betoogt Robeyns.

Zo kwijnt de democratische en democratiserende functie van het instituut langzaam weg. Juist nu antidemocratische bewegingen in binnen- en buitenland aan de weg timmeren.

Robeyns en Lessig beperken zich niet tot schrijven en spreken. Ze komen in actie en zetten organisaties op om wat ze bepleiten ook daadwerkelijk voor elkaar te krijgen. Los van dat ze zoveel slims zeggen is dát wat ik in ze bewonder.

Bob van Vliet is docent op de faculteit 3mE, na eerder bij Industrieel Ontwerpen en Bouwkunde les te hebben gegeven.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe