Overslaan en naar de inhoud gaan
Neem je nu even vooral niet te veel voor, is het enige goede voornemen dat Noor van Driel kan bedenken.
Noor van Driel: "Ik zou op mijn studie best meer vrouwen willen zien." (Foto: Sam Rentmeester)

Columnist Noor van Driel moet binnenkort de arbeidsmarkt op. Goedbedoelde adviezen van vrouwen-in-de-techniek zijn er genoeg, maar zijn arrogantie en egoïsme wel zo inclusief?

Binnenkort zal ik er aan moeten geloven: een baan zoeken. Als vrouw-in-de-techniek liggen de goedbedoelde adviezen van succesvolle vrouwen-in-de-techniek voor het oprapen. “Jammer, maar je mag nooit gaan part-timen”, hoorde ik eens op een symposium. “Solliciteer ook gewoon als je maar aan drie van de tien eisen voldoet”, werd gezegd op een diner. “Niet bescheiden zijn”,  “Nooit sorry zeggen, nooit nee accepteren”, #Empowerment, #Girlboss; ik heb het allemaal gehoord of gelezen.

Persoonlijk zou ik liever zien dat aan mannen, aan iedereen het tegenovergestelde advies wordt gegeven. Meer arrogantie en egoïsme promoten lijkt me nou niet echt de basis voor een inclusieve samenleving, maar dat is misschien te idealistisch van me. Vrouwen die met zulk advies komen, zijn een stuk realistischer dan ik en hopen zo niet altijd in de minderheid te blijven. Dat snap ik weer wel, ik zou op mijn studie ook best meer vrouwen willen zien.

Voor die inclusieve samenleving, natuurlijk. Maar eerlijk gezegd vind ik vrouwen ook gewoon gezellig, mooi en lief. Als je een tampon of een pijnstiller nodig hebt, hebben de meesten er één voor je in hun tas. Bij vrouwen durf ik me kwetsbaarder op te stellen dan bij mannen. Nu we allemaal in de laatste fase van onze studie zitten, transformeert een WhatsApp-groep met vriendinnen soms spontaan in een soort interactieve plattegrond van plekken op de campus waar je rustig kunt janken zonder dat iemand het ziet.

‘Je krijgt door heersende stereotypes niet altijd de kans jezelf te bewijzen’

Nu zet ik mezelf daarmee een beetje neer als een typisch zwak vrouwmens, wat ik dus blijkbaar juist vooral niet moet doen als ik carrière wil maken. Ik denk zelf dat er een hoop andere verklaringen te vinden zijn voor mijn matige capaciteiten als ingenieur. Al merk ik soms dat niet iedereen daar zo over denkt, en je door heersende stereotypes niet altijd de kans krijgt je te bewijzen. Als eerstejaars had ik al een groepsgenoot die doodleuk zei: ‘er moeten notulen gemaakt worden, ik kijk even naar de enige vrouw’. Misschien was dat een grapje. Ik heb het maar niet gevraagd, want verder kon ik best leuk bier met hem drinken.

Later werkte ik een keer met alleen  studentes aan een project. Ons prototype was eerlijk gezegd niet zo goed gelukt, maar we hadden een duidelijke presentatie met een gezellig filmpje. Daarmee kwamen we goed uit de peer reviews, die voor de helft het cijfer van het vak bepaalden. De docent merkte droogjes op ‘gul van jullie, ik ben bang dat mijn cijfer het een beetje naar beneden zal halen’. Vond ik terecht, totdat ik laatst van iemand die dat vak het jaar daarna volgde hoorde hoe diezelfde docent de cijferprocedure voortaan introduceerde. “Het cijfer van de presentaties wordt bepaald door peer reviews. Het is belangrijk dat jullie daarbij onpartijdig oordelen. Ik ben de cijfers in gedoken en gemiddeld scoren vrouwelijke presentatoren twintig procent hoger op de peer review. Dus houd je hoofd koel, jongens…”

Misschien komt het door die vermaledijde vrouwelijke bescheidenheid dat geen vrouw toen haar hand opstak om de docent op andere mogelijke verklaringen voor het hogere cijfer te wijzen. Of om überhaupt de statistische relevantie van resultaten van een groep studenten die vijf procent van het totaal uitmaakte in twijfel te trekken. Zijn zij echt degenen die dan moeten veranderen?

Noor van Driel is aan het afstuderen bij systems & control (faculteit 3mE). Ze doet graag mee aan pubquizzen, maar ze heeft nog nooit gewonnen.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe