Overslaan en naar de inhoud gaan
Bob van Vliet is het zat. Hij mist het persoonlijke contact met zijn studenten en vraagt zich af of er wel voor alles een digitaal alternatief moet komen.
Bob van Vliet: “De keren dat die hoop uitkomt zijn de momenten die het fantastisch maken om docent te zijn.” (Foto: Sam Rentmeester)

Cijfers uitdelen, het blijft lastig. Bij een verontwaardigde reactie van een student, wil Bob van Vliet nog wel eens gaan twijfelen aan zijn eigen beoordelingsvermogen.

Read in English

Een genadezesje geef je niet graag. Liever eerlijk zijn en een vijf uitdelen. Soms is het gewoon onvoldoende. Misschien niet schandalig slecht, maar er zit bijvoorbeeld totaal geen punt aan, de opbouw is slordig, of het spreekt zichzelf tegen. Rommel. Een vijf.

Maar juist als er niet compleet met de pet naar is gegooid, komt dat cijfer voor studenten vaak onverwacht. Over het algemeen is dat een bevestiging van het feit dat ze onvoldoende hebben geleerd om het niveau van hun eigen werk in te kunnen schatten. Maar regelmatig gebeurt het dat de verontwaardigde reactie van een student of projectgroep maakt dat ik ga twijfelen aan mijn eigen beoordelingsvermogen.

‘Het cijfer strookt wat ons betreft niet met de eerder gegeven feedback,’ mailde een groepje me recent. En ja, fuck, dacht ik, daar hebben ze een punt.

Dan mag je mensen die dachten iets niet te kunnen, verrassen met een acht

Deze groep was bij de eerste tussenpresentatie aan komen zetten met werk waar de luiheid haast vanaf spatte. Ook de tweede van vier tussenresultaten was karig. Bij de één-na-laatste was het onderwerp eindelijk een beetje degelijk bestudeerd. Ik zag elementen ontstaan van wat een heel redelijk verslag zou kunnen worden. Het kwartje leek gevallen! En dan word je enthousiast. Je moedigt ze aan. Als een ouder langs de lijn van het sportveld. ‘Kom op! Jullie kunnen het!’

De keren dat die hoop uitkomt zijn de momenten die het fantastisch maken om docent te zijn. Dan mag je mensen die dachten iets niet te kunnen, verrassen met een acht. De keren dat die hoop ijdel blijkt te zijn, zijn de momenten waarop bij mij de twijfel toeslaat of ík het wel begrepen heb.

Want wat was er nu zoveel slechter aan het eindresultaat dan die veelbelovende tussenresultaten? Of was dat eerdere werk ook al zwak, en heb ik dat toen niet goed gezien? En als dát zo is, is het dan wel eerlijk om deze studenten af te rekenen op het feit dat ík ze verkeerd voorgelicht heb? Hadden ze niet toch gewoon die voldoende verdiend?

Heel soms heb ik echt spijt van een laag cijfer. Dan heb ik tijdens een project ongemerkt steeds hogere verwachtingen gekregen en onbewust het eindresultaat beoordeeld in termen van die opgeschoven norm, in plaats van wat in andere jaren voldoende was geweest. Arme studenten. Meestal ben ik vooral ontevreden over wat er vóór die laatste beoordeling is gebeurd. Maar ook in dat geval ben ik altijd éérst even bang dat ik me schuldig heb gemaakt aan de eerste variant.

Toen ik dit keer mijn feedbackvideo’s terugkeek bleek gelukkig dat ik wel degelijk kanttekeningen had gemaakt waar nauwelijks iets mee gedaan is. En gelukkig hebben ze de mogelijkheid om met een verbeterd verslag het vak alsnog met een voldoende af te ronden.

Cijfers. Het liefst doe ik ze in de ban. Helaas lijken studenten het soms pas te geloven dat hun werk onvoldoende dan wel fantastisch is wanneer je er een vijf of negen voor geeft. Maar elke keer dat dat gebeurt voelt als een onvoldoende voor mij als docent.

Bob van Vliet is docent op de faculteit 3mE, na eerder bij Industrieel Ontwerpen en Bouwkunde les te hebben gegeven.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe