Overslaan en naar de inhoud gaan
Student-columnist Noor van Driel zag de afstand tussen campus en stad de afgelopen jaren groeien. Of de nieuwe Sebastiaansbrug tot verbroedering zal leiden, weet ze nog niet.
Noor van Driel: "Stad en campus liggen al ver genoeg uit elkaar. Spreekwoordelijk dan" (Foto: Sam Rentmeester)

Student-columnist Noor van Driel zag de afstand tussen campus en stad de afgelopen jaren groeien. Of de nieuwe Sebastiaansbrug tot verbroedering zal leiden, weet ze nog niet.

Ik ging naar de Zuidpoort om de brug te zien. De constructie dan, want hij is natuurlijk nog lang niet af. De grote brugdelen kwamen over de Schie aangevaren en zouden die dag geplaatst worden. Klonk heel vet, daar wilde ik bij zijn. Ik had de deur er niet voor uit gehoeven, er was een livestream. Soms ben ik een beetje retro, en het regende eens niet, dus ik ging op stap voor een low-tech livestream.

Mijn vriendin ging mee. Zij is een klassieke nerd; als we naar een zonsondergang kijken, gaat zij met duim, onderarm en goniometrie zitten uitrekenen hoe lang het nog duurt voor hij onder is. Ook nu probeerde ze voorspellingen te maken. “Ze maken nu die kabels vast aan dat ding, ze doen ook iets met die blokken daar, dus kan niet lang meer duren voor ze gaan hijsen...” Daar ben je dan bijna ingenieur voor.

Als die brug af is, gaat hij de campus weer met het centrum verbinden. Als alles dit keer goed gaat zelfs met behulp van trams. Ik kan bijna niet wachten; stad en campus liggen wat mij betreft al ver genoeg uit elkaar. Spreekwoordelijk dan, die twee minuten omfietsen naar de Jumbo kan ik wel aan.

‘Het lijkt niet zo gezond, om nooit van die campus te hoeven’

In zes jaar Delft heb ik de afstand zien groeien. Op de campus werden niet alleen nieuwe onderwijsgebouwen de grond uit gestampt, maar ook huisvesting, winkels en cafés. Start-ups op en rond de campus zorgen ervoor dat je zelfs voor je (bij)baan niet meer weg hoeft. Tegelijkertijd werd er een anti-verkameringswet aangenomen, om de ‘leefbaarheid in Delftse wijken’ te waarborgen. Het station van Delft Zuid, een wijk waar blijkbaar minder zorgen zijn over het effect van studenten op de leefbaarheid, moet binnenkort ‘Delft Campus’ gaan heten. Volgens mij is het de bedoeling dat we daar dan ook de trein gaan pakken. Het openingsfeest van de Owee is ook niet meer welkom in het centrum, en de stadsbibliotheek waar je ooit (ook als student) kon werken, bestaat niet meer. In de plaats daarvan is een rumoerig café annex muziekschool gekomen, ze hebben toevallig ook boeken.

Allemaal harstikke begrijpelijk, de stad is er voor iedereen en studenten krijgen al zo veel. Jammer vind ik het wel. In het kader van studiestress lijkt het me niet zo gezond, om nooit van die campus te hoeven ontsnappen.

Enfin, die brug dus. Daar stonden we dan, in onze pyjama, lichte kater, mok koffie die een oor mist erbij; karikatuur van de student. We waren niet de enigen, het was er gezellig. Hondenuitlaters, postbezorgers, handhavers, hockeygezinnetjes, gepensioneerden; iedereen die langs kwam bleef even staan. Ik wil Martinus Nijhoff niet aftroeven, maar het was een beetje alsof onze brug nog vóór hij af was ervoor zorgde dat ‘twee overzijden / die elkaar vroeger schenen te vermijden’ weer buren werden. Nu zou ik daar graag een optimistische conclusie aan ophangen, over de verbroederende potentie van techniek of zo, maar volgens mij scheen de zon gewoon.

Noor van Driel is aan het afstuderen bij systems & control (faculteit 3mE). Ze doet graag mee aan pubquizzen, maar ze heeft nog nooit gewonnen.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe